Logo


03 september 2010 00:58

Cobra.be als startpagina

Toon de tekst in de standaard lettergrootte Toon de tekst groter Toon de tekst extra groot


Agenda:


blog/Het Leven Is Elders

A la recherche des identités perdues

Eén van de gastprofessoren in m’n nieuwe studie is de voormalige grote baas van een van de laatste Franse ‘maisons de luxe’. Een zeer aimabel man die ons de interne truukjes van het luxe clubje komt verklappen.Bij het overlopen van z’n nieuwe leerlingen, verliep de begroeting echter als volgt: “Aahh, un petit Belge, personne n’est parfait.” Hilariteit alom. In de selectie-interviews voor dit studiejaar, had ik nochtans m’n Belg-zijn uitgespeeld als één van m’n grootste troeven. De Belg als de stille noeste werker, bescheiden maar ambitieus, die ondanks het harde labeur wel mateloos kan genieten van de geneugten des levens. Het ideale profiel voor iemand in de luxe sector?

Onze belgitude is misschien wel Europa’s best bewaarde geheim. We bekleden heel wat internationale topposities, maar geen kat die weet dat het Belgen zijn. Die nationale bescheidenheid doet me bij m’n Franse vrienden dan ook de das om. Ze vinden ons sympathiek en schattig, maar voelen zich meteen bevestigd in hun Franse superioriteit.

Toch zijn zelfs de trotse Fransen inmiddels het noorden kwijt omtrent hun eigen identiteit. Sarkozy lanceerde een tijd geleden het ‘debat over de nationale identiteit’, met als kernvraag: “Wat betekent het om Frans te zijn?”

In een poging om de Fransen te verenigen rond de nationale identiteit (en z’n eigen populariteit op te krikken) worden over het hele land debatten georganiseerd. De conclusies worden deze week bekend gemaakt en zouden moeten leiden tot een gemeenschappelijke visie op de moderne Franse identiteit. Het debat is de laatste maanden echter compleet ontspoord in een racistisch getint discours (ook in de hoogste politieke kringen) dat eigenlijk alleen nog maar over immigratie gaat. Het blijkt de Fransen meer te verdelen dan te verenigen, met als voorlopig hoogtepunt een petitie van kunstenaars en academici die ijveren voor het stilleggen van het uit de hand gelopen debat .

Deze week verschijnt hier ook de lang verwachte biopic rond Serge Gainsbourg. Frankrijks grootste culturele icoon. De cast is een bont allegaartje van oude en nieuwe Fransen, en heel wat culturele helden van de Franse 20e eeuw passeren de revue. Laetitia Casta, wiens portret model stond voor de nieuwe Marianne, vertolkt bovendien de rol van Brigitte Bardot. Een betere product placement voor de Franse nationale identiteit lijkt me moeilijk. Misschien moet Sarkozy alle Fransen een ticketje voor de film cadeau doen? Het zou alleszins helpen om het debat terug te brengen tot de essentie.

De kelder van de macht

Ook geweldig aan leven op Capitol Hill: dat je je de hele tijd op de set van The West Wing kunt wanen. Zo bevond ik me laatst in het Rayburn House Office Building – de plek waar Leo in een aflevering uit het derde seizoen een belangrijke deal krijgt aangeboden. Zo spannend was mijn bezoek niet. In een kelderkamertje van het weinig inspirerende kantoorgebouw zit een dienst die mij als tijdelijke ‘federal employee’ een Social Security pasje zou bezorgen. (Dat zou 6 tot 8 werkdagen duren. Als dat echt zo is, definieert men ‘werkdag’ hier op een mij onbekende manier. We zijn intussen bijna twee maanden verder.) De bedienden hadden hun lunchbreak toen ik er arriveerde (beetje vreemd, toch, om half drie ’s middags) en dus werd ik geacht voor de deur te wachten.

Veel saaier kan een omgeving niet zijn. Een kelder die uitgeeft op een reeks onbeduidende kamertjes, de ingang van de ondergrondse parkeerplaats en drie liften. Een van die liften is er exclusief voor de parlementsleden (daar verwijst ‘House Office Building’ dus naar: kantoren van leden van het Huis van Afgevaardigden). Het half uur dat ik er stond te wachten kwam niemand uit die ene lift. Misschien wisten alle parlementsleden dat iemand er een grote asbak voor had geplaatst, formaat paraplubak.

Voorts was er veel beweging. Vriendelijke postjongens, norse bedienden, piepjonge stafleden die trots hun familie rondleidden, nog meer postjongens, chauffeurs onderweg van of naar hun auto, postmeisjes… E-mail mag de klassieke brief dan al vervangen hebben, Amerikaanse politici krijgen opvallend veel post binnen. En mijn ‘Jongens & Politiek’-geest kon intussen dus alleen maar denken: aanschouw de kelder van de macht.

Op zich gebeurde er helemaal niets bijzonders. Ik heb geen bekenden gezien, er stond geen pers voor de deur, er werd nergens met de Amerikaanse vlag gezwaaid. En toch was er dus die sensatie van Belang & Geschiedenis. Dat heeft natuurlijk ook met die alomtegenwoordige verkiezingen te maken waardoor politiek weer hotter dan hot is. Aan de wand, tussen twee liftdeuren, hing een lijst met de kantoor- en telefoonnummers van alle Amerikaanse kamerleden en senatoren. John McCain, Hillary Clinton, Ted Kennedy, John Kerry… en dus ook Barack Obama. Als ik een gsm had gehad, was ik misschien wel in de verleiding gekomen dat kantoor even te bellen. Dat gevoel is mij in het Vlaams Parlement nog niet overvallen. Misschien moet er maar eens een dramareeks gemaakt worden over het leven op een of ander Vlaams kabinet.

Ondanks het terecht beroerde imago van de VS in de rest van de wereld, blijft het land tot de verbeelding spreken. Ondanks het gekonkel en ondanks de lobbygroepen die de politiek in Washington een slechte naam hebben bezorgd (ze hebben hier zelfs een eigen straat) spreekt ook de politiek nog altijd tot de verbeelding. Er hangt energie, er worden plannen gemaakt, de toekomst is een uitdaging. Of zoals dat vaste zinnetje uit The West Wing het wil: ‘What’s next?’

Gay Pride in DC

Waaraan de Gay Pride optocht gisteren aan het hippe Dupont Circle me nog het meest deed denken: de reclamecaravaan die voorafgaat aan de doortocht van de Ronde van Frankrijk. Toeterende en gillende mensen die bovenop bedrijfswagens zitten en prullaria naar de straatkant gooien om zichzelf zo te profileren als homo-vriendelijk bedrijf.

Niet dat men het hier gewoon over ‘homo’s’ heeft. Het land dat de identity politics uitvond, spreekt of in eufemismen – Capital Pride Parade – of gebruikt een veel-letterwoord waarmee verwezen wordt naar Lesbians, Gays, Bisexuals, Transgender en Queers. In vergelijking met soortgelijke optochten in Europa (en vooral de in alle vormen van extravagantie uitblinkende Amsterdamse Gay Pride) gaat het er in Washington behoorlijk rustig aan toe. Uiteraard ziet het straatbeeld er plots kleuriger uit dan elders in het grijzepakken-Washington, maar qua pluimen-in-je-gat was dit bepaald geen spectaculaire optocht.

In Washington, hoeft het nog te verbazen,  gaat het altijd over politiek. En dus bestond misschien wel de helft van de optocht uit vertegenwoordigers van allerlei kandidaten (veelal Democraten, uiteraard) die hengelen naar de steun van de homo-gemeenschap voor de gemeenteraadsverkiezingen van september of de parlementsverkiezingen in november. En er was natuurlijk ook een luid YES WE CAN-schreeuwende afvaardiging van Barack Obama, voor de gelegenheid Obama Pride gedoopt.

En zo beschouwd gaat Gay Pride hier, meer dan in Europa, niet alleen over respect en het recht je leven in te richten zoals jij dat wil; in het bepaald niet altijd homovriendelijke Amerika gaat het heel uitdrukkelijk over het vragen om & uitspreken van politieke steun – de meest toegejuichte passanten waren allicht niet toevallig de ‘Just Married’-koppels die gebruik kunnen maken van de verlichte wetgeving in hun staat die het homohuwelijk toelaat.