blog/Het Leven Is Elders

TVeelverdieners

Zodra de succesprogramma’s van de Nederlandse tv in zomerslaap gaan, worden ze actueel. Dan wordt namelijk bekend hoeveel de presentatoren verdienen. Zoals schrijver Pol Hoste ooit opmerkte: voor schrijvers en kunstenaars heet dat subsidie, voor mensen die teksten kunnen voorlezen van een scherm, heet dat salaris. Zodra Pauw en Witteman de talk of the day worden, vertoeven ze in het buitenland. Allicht om te voorkomen dat ze zichzelf moeten gaan interviewen.

En dat salaris is niet mis. Kent u dat voortdobberende programma van Rik Felderhof? Twee bekende koppen mogen een weekje in Zuid-Frankrijk van het leven gaan genieten in ruil voor wat jeugdfoto’s en wat ‘Ik heb altijd in mezelf geloofd’-tips. Ik zou betalen om in dat programma te mogen rondsloffen. Die vriendelijke meneer met die hoed gaf onlangs toe dat hij daarvoor zeshonderdduizend euro per jaar voor krijgt. ‘En dat voor een parttime baan!’ waren zijn woorden. Daarnaast vangt hij nog het nodige als producent. Zijn eerlijkheid zorgde ervoor dat hij kop van jut is bij de openbare omroep. En dat ik nog liever hem als mijn oom wil hebben.

Paul de Leeuw, Matthijs van Nieuwkerk, Antoinette Hertsenberg en bijna al die andere koppen die u ziet als u ooit voorbij Vitaya raakt, ze verdienen tussen de twee- en zeshonderdduizend euro per jaar. Patrick Lodiers, hoofd van belletjetrek-zender BNN, – u misschien bekend als die guitige presentator van het improv-programma De Lama’s- verdient boven de 300.000 en krijgt daarnaast natuurlijk merchandise-inkomsten van dat grollenshowtje. Over kwajongensstreken gesproken. O ja, niet alleen de talking faces worden goed betaald. Een directeur van een kleine omroepstichting verdient al snel 1.100 euro per dag. En waarom?

meer lezen …

De oudste blower

Coffeeshop Het Ballonnetje, vaste leverancier van dichter en wietambassadeur Simon Vinkenoog. Het Amsterdamse rookcafeetje, gelegen tussen dierentuin Artis en de mooiste plek van Europa, zou zo als promotiemodel ter legalisering van marihuana kunnen dienen. Gemoedelijke sfeer, een paar rustige rokers ver gevorderd in jaren des onderscheids, een burgerlijk terrasje, prima cappuccino’s. Ook hier geldt een rookverbod en dus werd een aparte gebruikersruimte ingericht. Maar moeilijk doen, daar zijn coffeeshops niet van.

Nee, lang blijven hangen, daar deed Vinkenoog meestal niet aan, vertelt een medewerker die al twintig jaar in het vak zit. Soms eens een praatje met een kennis. Af en toe kwam Edith, zijn vrouw, het voorraadje opdoen. ‘Hij moet één van de oudste blowers zijn van Nederland zijn geweest,’ zegt de man terwijl hij een vijftiger (in leeftijd, niet poëticaal gezien) een grammetje verkoopt.

‘En dus, het levende bewijs dat blowen een niet al te grote aanslag op je gezondheid vormt,’ dring ik aan in de hoop op wat onvervalste wietpropaganda te stuiten. De man glimlacht weer: ‘Nou, dat roken niet al te gezond is, daar zijn we toch al een tijdje achter. Ja, Winston Churchill is er oud mee geworden…’. Nee, op Groen Vrij! heeft de meneer van Het Ballonnetje niet gestemd. Hij moet zelfs even nadenken over de naam van de partij die naar cannabislegalisatie streefde en waar Vinkenoog lijstduwer van was.

Samen met partnerzaak Rusland is deze coffeeshop een van de oudste van Amsterdam. Niet iedere wietafspanning in Nederland is vergelijkbaar met dit equivalent van het buurtwinkeltje. Aan de grenzen vormen zich files voor de afhaalloketten. In sommige zaken heb je constant het vermoeden dat ze iets uit je auto aan het stelen zijn, zelfs al ben je met de fiets gekomen. Deze maand bleek uit een commissieonderzoek dat het gedoogbeleid zowel mislukt als een succes is. Mislukt, want er is nooit nagedacht over hoe een verkooppunt er uit moest zien, de bevoorrading geschiedt nog steeds op illegale wijze, de kwaliteit van het consumptieartikel wordt niet getest door de overheid. Een succes, want de meerderheid van de rokers kan probleemloos en eenvoudig aan zijn genotsmiddel komen. En de utopische visie van Vinkenoog? Mama Marie Juana als geestverruiming, internautische avontuur?

meer lezen …

Entertainment Area

Wie de tram neemt naar het Amsterdamse Leidseplein wordt op de halte geattendeerd door een vriendelijke computerstem die de naam omroept. Sinds een paar maanden voegt een wat ziellozere Engelse stem daar aan toe: ‘Entertainment area‘. Een Amerikaan voor me: ‘You will be entertained. You will get drunk, you will hail a cab, you will be murdered.‘  Er lachten een stuk of vijf mensen.

Op het Leidseplein kon je gisterochtend vier agenten te voet, twee te paard en één op de motor zien. Ook was er nog een geüniformiseerde calamiteitenwagen, een pantserwagen en twee gewone politiewagens.* Op weg naar het Amsterdamse vertierhart was ik al vier wagens van de oproerpolitie tegengekomen.

Zondagochtend was op dit plein, op de taxistandplaats tussen de stadsschouwburg en poptempel Paradiso een man de dood in geslagen door een taxichauffeur. Nu is Amsterdam een grote stad met de bijhorende gruwelijke statistieken. Maar de blauwe overaanwezigheid maakt zelfs voor de toerist zonneklaar dat er meer aan de hand was dan een tragisch voorval.

Sinds de liberalisering van de Amsterdamse taximarkt is een taxi nemen op het Leidseplein of het Centraal Station niets minder dan een ramp. De komst van de zogenaamde ‘vrije rijders’ creëerde bendevorming, een agressieve sfeer, het weigeren van ritten onder de dertig euro, seksuele intimidatie en diens meer. Voor een keer is het woord ‘maffia’ niet een wanhopige uiting van sensatiezucht. Lonely Planet schreef het al langer: Amsterdamse taxi’s behoren tot de duurste van Europa, chauffeurs kennen nauwelijks Nederlands of Engels, laat staan de weg.

Het doorbreken van het Amsterdamse monopolie op lijzige mannetjes in naar zweet ruikende Mercedessen zorgde eind jaren negentig al voor het nodige geweld. Een taxi-oorlog (verboekt en verfilmd ondertussen) brak uit, inclusief geweld, brandstichting en bedreiging. Na jarenlange bemiddeling door de overheid werd -na wat overgangsmaatregelen- de markt vrijgegeven. De ellende begon meteen goed.

meer lezen …

Ober Kustmekloticus

Jajaja, Nederlanders zijn onbeschofte horken, dat vindt zowat iedereen. Maar zoals één van de commenters hier ooit opmerkte, die houding is vaak genoeg te prefereren boven de ’sorry dat ik besta’-onderdanigheid van het meer vale slag Vlaming. En natuurlijk is het lachen dat uit enquêtes blijkt dat Nederlanders er een hekel aan hebben landgenoten te ontmoeten op reis. Maar hier wil ik het hebben over een type dat zelfs binnen de oranje landsgrenzen op weerzin en/of medelijden kan rekenen.

Nu de terrassen vol zijn gelopen – en dan bedoel ik niet alleen met het soort mannen dat bij + 12 graden hun auto wast in een leren zwembroek- is een subspecies van de Hollandicus Kustmekloticus uit zijn winterslaap ontwaakt. Let op,  dit wakker worden heeft geen verhoogde staat van activiteit met zich meegebracht. We hebben het hier over een zeer schuw dier dat allergisch is aan de blikken en opgestoken handen. Deze ondersoort is genoegzaam bekend onder zijn roepnaam: ober.

meer lezen …

Sex à l’orange

‘Alles kan qua seks in Nederland. Behalve met kinderen en dieren. In de rosse buurt zie je alleen maar toeristen naakte wijven kijken. Want zo’n beetje iedere Nederlander heeft zijn buren of collega’s allang in zijn blote kont gezien. En trouwen, dat doen alleen nog maar homo’s.’ Het zijn de openingszinnen van Sextet, een melige maar niet onaardige zedenschets, met als ondertitel ‘Een goedkope sexfilm’.  Wat bekende borsten, een mopje hoofddoekje versus monokini, dat werk.

Progressiviteit is -net als pijn- geen makkelijk meetbaar fenomeen. Homo’s mogen inderdaad trouwen in Nederland maar ambtenaren met bezwaren daartegen hoeven dat niet te bezegelen. Rosse buurten in Nederland bieden een meer gemoedelijke soort ranzigheid dan de vaak verloederde equivalenten in het buitenland. Dat vreemde machistische mengsel van trots en schaamte dat Vlaamse jonge mannen wel eens uitwasemen als ze spreken over een vechtpartij of een nacht doorhalen, reserveren Nederlandse knapen voor bordeelbezoek. Ach, ze waren jong/dronken/ff-in-een-dipje/bloedgeil-en-nodig-uit-de-stok-hoesterig, daarom, snap je, Thomas, -knipoog- hé, dus, drinken we nog wat? Nee, over de kartelrandjes van de seks doen ze niet moeilijk in Nederland. Hoewel.

meer lezen …

Profeet Fortuyn

Bij de schouw voor de veiling van Pim Fortuyns spullen hing een groot spandoek: ‘Wie met Pims spullen naar buiten huppelt, wordt weer netjes teruggeknuppeld’. De openbare verkoop is de laatste pijnscheut van de cultus rond de man die door Theo van Gogh de ‘Goddelijke Kale’ werd genoemd. Zijn laatste aanhangers eisen tevergeefs dat alles bij elkaar blijft. Een mausoleum voor hun burgerwoede.

Professor Pim, wonend in een fatterig palazzo met een Bentley en butler die hij maar met moeite kon betalen.  Een relnicht met grandeur, een man die het groot zag, die arbeider, hoogleraar en zakenman aansprak, die -het is bijna zijn epitheton ornans- geworden, op tv discussieerde over de smaak van Marokkaans sperma, een man wiens partij het vermogen had om alles wat ze aanraakte te veranderen in een ordinaire ruzie.

Fortuyns meest indrukwekkende erfenis is zijn mobilisatie van de onvrede. Een jaar voor hij de verkiezingen domineerde, lagen de peilingen er rustig bij. De regeringszitjes zouden verdeeld worden tussen de oude politieke families. Pim kwam en veranderde alles. Opeens was de Nederlander ontevreden. Of moet ik zeggen: eindelijk had de ontevreden Nederlander zijn profeet gevonden. Want dat was hij, meer dan een leider. Een man die de nood zag, die niet kon wegnemen en plaats maakte voor een man die het volk leiden zou naar een Rijk van Duizendjarige … euh… vrede? Rust?

De onvrede zocht eerst een uitweg naar Rita Verdonk die in de peilingen naar dertig zetels werd gekatapulteerd om daar vervolgens weggestootramd te worden door Geert Wilders. En het enige wat ik niet begrijp, is waarom die Nederlander zo ontevreden is. De woede van mensen die getreiterd worden in een probleemwijk begrijp ik. Wie in elkaar geslagen is op straat, heeft genoeg rancune voor de rest van zijn leven. Maar hoe groot zijn deze aantallen ongelukkigen? Angst voor moslims? Er woont nog geen zeven procent moslims in Nederland. De radicale groep die morgen de sharia wil invoeren is nog kleiner dan het aantal strenggelovige christenen dat het Oude Testament als wetboek wil hanteren.

Misschien zijn angst en onvrede wel op eenzelfde manier aan te maken zoals de behoefte aan een nieuw commercieel product. Opeens wil je ook dat dat elektrische schuifdak, opeens beschouw je het als vanzelfsprekend dat je kunt kiezen tussen veertig soorten yoghurt.  Opeens zie je dat je in een grauw land woont met een heersende klasse die sociaal-democratie met de mond belijdt? Is dat het?

Onlangs zat ik vast in het Brusselse verkeer -dat kunnen de Belgen leren van de Amsterdammers, steden autovrij maken. De chauffeuse woont samen met een Marokkaan. Ze begreep de Wildersianen niet. ‘Al er in West-Europa ergens geïntegreerde moslims wonen, is het wel in Nederland.’ Dat zou kunnen. Maar dat maakt de onvrede in Nederland alleen maar onbegrijpelijker. Ideeën? Die comment-functie onderin staat er niet voor niets.

Rokjesdag

Het gedicht bestond uit een opsomming van honderd woorden. De titel was Woorden die nooit meer in een gedicht mogen voorkomen. Termen als ‘vingers’, ‘huid’, ‘wolken’, ‘boom’, ‘takken’, ‘kers’, ‘laken’, ’stof’, ‘trein’, ‘weg’. U snapt waar ik heen wil. Ik stuurde het jaren geleden naar Serge van Duijnhoven, de enige dichter van wie ik een e-mailadres had.  Hij vond het ‘een draak van een gedicht die alleen maar heel hoog kan keffen’. Dat begreep ik niet helemaal maar toen ik mijn computer weggooide, heb ik niet mijn best gedaan het gedicht te behouden.

Nu is er in Nederland een columnist wiens iedere cursiefje bestaat uit een scheepsruim aan clichés: Martin Bril. Gaat het niet over croissants in Frankrijk dan wel over het uitlaten van de hond. Bril houdt van oesters, vrouwen, lingerie, kijken naar mensen, rijden door het vlakke land… Die brij van gemeenplaatsen koekt samen door de meest draagbare vorm van melancholie. Witregels,  veel enfins, geneuzel wegwaaiend boven de damp van een kopje koffie.

Zijn stijl is zo kenmerkend dat zijn vaste podium, de Volkskrant, tijdens zijn afwezigheid een wedstrijd uitschreef voor wie de meest Brileske column kon schrijven. Ze waren niet aan te slepen. De verhaaltjes over een eenzame kroket in een plasje Fristi, heen en weer rollend op het tafeltje van een overzetboot, dezelfde overzetboot die zijn vader altijd nam en vertelde over mama, toen nog ma genoemd…

Ik lees Bril dagelijks. Hij is met afstand de meest fascinerende columnist van Nederland. Wie wil niet zo leven als Martin Bril? Door de stad kuieren, krantje onder je arm gevouwen, kijkend naar de meisjes op scooters, een ruzietje afluisteren, een badkuip kopen via internet, je dochters zien opgroeien. Bril geniet van het leven voor mij zodat ik andere dingen kan doen. En daar ben ik dankbaar voor.

In Nederland is hij de officiële bedenker van Rokjesdag. De komst van de beaujolais is er niets bij vergeleken. Hier legt hij de voorwaarden uit. Nu is Bril al een tijdje ziek. Het is onduidelijk hoeveel Rokjesdagen hij nog gaat halen. Nu is dat voor iedereen zo. Maar bij Bril zijn de omstandigheden van die aard dat die vraag pregnanter wordt. Te zijner ere daarom, woensdag aanstaande, voor het eerst in Vlaanderen: Rokjesdag.

I hate myself and I want to die

Wanneer de ambtenaren en bohemiens -let maar op, ze beginnen steeds meer op elkaar te lijken- nog op bed liggen, steken busjes de Belgo-Ollandische grens over. Richting Vlaand’renland, welteverstaan. Aan het einde van de schooldag glippen ze net voor de files weer terug naar het land van duizend meningen en waar lunch een broodje kaas is. Tegen de ramen vormen zich dampkringen van de jonge kruintjes die er tegen aan rusten. Zwaar van de goede, ouderwetse, Vlaamse onderwijskost.

Als migrant – toegegeven, de minst avontuurlijke ter wereld- heb je de onbewuste neiging met andere migranten om te gaan. Goede vrienden zijn Spanjaarden, exen zijn Russisch, kroegmaten komen uit Israël of Amerika. Nu zijn allemaal in de baarleeftijd komen, is het geweeklaag over het Nederlandse onderwijs in mijn omgeving niet langer beperkt tot krantenkolommen. Onderwijsmigratie naar Vlaanderen wordt serieus onderwogen.

meer lezen …

Het sterfbed van de Nederlandse tv

Bent u ouder dan vijfentwintig? Dan herinnert u zich waarschijnlijk de woensdagnamiddagen vol met Nederlandse tv. Theo en Thea, Villa Achterwerk, De Grote Meneer Kaktus Show…. Het was verwonderlijke tv, soms irritant, vaak intrigerend. De Vlaamse commerciëlen bestonden nog niet. Gert was niet meer dan iemand die begintijden voorlas, Samson nog een man die knutselprogramma’s presenteerde. BRT2 zond af en toe voetbal uit of een mevrouw die een gedicht voorlas.

De meerwaardezoeker (van 8 tot 88) stemde af op Ned 1,2,3. Toen kwamen de concurrentie, Woestijnvis en wakkere koppen op de Reyerslaan waardoor de Vlaamse antennes niet meer naar het noorden werden gericht. Misschien dat het u, Belgische lezer, daarom wat ontgaan is hoe de geur van ontbinding in steeds grotere cirkels om het Hilversummer Mediapark kwam te hangen.
Oorzaak: een stuiptrekking van verzuiling. Omdat iedereen die maar genoeg leden kan verzamelen een omroep mag beginnen in Nederland, versnipperde het medialandschap als werd het door een confettimachine gehaald. Boeddhisten, moslims, socialisten, mensen die houden van schlagers (=Tros), allemaal doneren ze wat geld en krijgen in ruil daarvoor programma’s.

meer lezen …

TAGS: -

Alfabet van verwondering

Awel, amaai Snelste manier om moordlust op te wekken, mits uitgesproken door een Nederlander. Volstrekt dodelijk als het gebeurt in de eerste minuut van een kennismaking.

Boeken In Vlaanderen leest vijftien procent nooit een boek. In Nederland evenals Suriname loopt een groep van 10 procent nooit snijwonden op van het bladeren. In Vlaanderen leest drieëndertig procent één tot vier boeken per jaar. Zevenentwintig procent van de Nederlanders heeft in datzelfde tijdsbestek nog niet genoeg aan twintig exemplaren.

Claus, Hugo Eerstejaarscollege Moderne Nederlandse letterkunde. De professor: ‘Claus is een beetje zo’n auteur als Mulisch.’

Debat In Amsterdams debat over de pornoficatie van de samenleving. Met ondergetekende, Goedele Liekens en een paar Nederlandse feministes die geen sekshandboeken schrijven. De moderator: ‘En hier is Thomas Blondeau die een boek schreef over grote borsten.’

meer lezen …