Logo


05 februari 2012 01:11

Cobra.be als startpagina

Toon de tekst in de standaard lettergrootte Toon de tekst groter Toon de tekst extra groot


Agenda:


blog/Het Leven Is Elders

Voodoo vibes in Londen

Afgelopen zaterdag kuierde ik gezellig op Portobello Market, in het hartje van Notting Hill. Het was heerlijk zonnig na zes dagen non-stop regen en dus ook enorm druk. Mijn Engelse man Karl ergerde zich aan de horden Italiaanse zonnebrillen en aan de trage tred van de toeristen. Een paar jaar geleden was ik nochtans ook zo’n irritante, slenterende toerist die maar niet genoeg kreeg van de boho vibe die er op Portobello heerst. Tien jaar geleden, zeg maar, want zolang is het al geleden dat ik hier voor het eerst neerstreek en mijn eerste ’sausage and mash’ proefde bij S&M. Notting Hill heeft na al die jaren niets van zijn charme verloren: de pastelkleurige Victoriaanse huisjes, de reggae marktkraampjes en de blinkende oldtimers doen me mijmerend terugdenken aan cocktail parties, vintage clothes shopping en gezellige praatjes met de Rastafari uit de buurt.

Na Notting Hill gaan we op weg naar het oosten van Londen, aan de andere kant van de stad, voor een concert van een legendarische voodoo & funk muziekgroep, L’Orchestre Poly-Rythmo de Cotonou, in het Barbican concertcomplex. Dit gebouw is vergelijkbaar met de Antwerpse Singel, zij het dan veel groter. Het is niet enkel een architecturale trekpleister, maar ook een residentiële woning voor meer dan tweehonderd Londenaars waaronder vele bankers from The City.

Op weg zei ik? Jammer genoeg waren er alweer werken aan de metrolijnen, met een twee uur durende rit tussen zure gezichten tot gevolg. De Olympische Spelen komen eraan, en de burgemeester, Boris Johnson, doet er alles aan om de verbindingen naar het Oosten uit te breiden. De Engelsen klagen dan ook vaak over het verouderde transportsysteem, waarschijnlijk zonder hun irritatie met de burgemeester zelf te delen. Het zit niet in hun cultuur om te rebelleren tegen de autoriteiten. Hun woordenboek zit vol met uitdrukkingen als: stiff upper lip, chin up, onwards and upwards. De frustratie wordt eerder met medepassagiers gedeeld zoals een ietwat tipsy pub ‘crawler’ bewijst: hij verliest zijn geduld en roept “As a nation, we are waiting for a train which won’t come till the next generation!”

We hadden geluk, we waren toch nog op tijd voor het Afrikaanse fenomeen. L’Orchestre Poly-Rythmo de Cotonou koos na honderd albums en veertig jaar samenwerken in West- Afrika een jaar geleden Londen uit als eerste Europese bestemming. Vervolgens reisden ze door naar België en dan naar de rest van Europa om uiteindelijk terug te eindigen in één van Londens grootste concertzalen gevuld met drieduizend fans. Het werd een bedwelmende mix van polytheïstische traditionele voodoo muziek met funk, soul, psychedelische guitar riffs en Hammond-orgelgeluiden. De populaire religieuze muziek waar de band zich op baseert, wordt in Benin – de geboorteplaats van vodoun – gebruikt om met de goden te communiceren.

Ik was erg benieuwd om te zien wat voor een publiek hiervoor zou opdagen, de typische geitenwollensokken wereldmuziekfans of eerder funk liefhebbers? De oudere rockers en hippies deelden vrolijk de bar met het jongere trendy volkje uit Londens East End waar ik mezelf durf bij te rekenen. Pas op, ik heb niets tegen de oudere generatie. Ik werk zelf al tien jaar samen met platenpioniers als Joe Boyd en Charlie Gillett die de term wereldmuziek hier in London hebben uitgevonden en die uiteindelijk ook de eerste bekendheden uit het genre zoals Ali Farka Toure naar London brachten.

Ons oog viel ook op een groepje Afrikaanse fashionistas gekleed en gekapt als Grace Jones. Deze mooie meiden werden tijdens het concert op het podium geholpen door de zeventigjarige voodoo kings die er met hun zijden hemden – waarop ze een das hadden geschilderd (geniaal idee!) – en sexy danspasjes zeker in slaagden een brede glimlach op onze gezichten te toveren.

Was het de legendarische band zelf die het jonge volk had aangetrokken? Of was het popster Franz Ferdinand die ook helemaal onder de indruk is van deze psychedelische voodoo maestros met hun ’70s James Brown vibe? Moeilijk te achterhalen. Het maakt me ook niet uit. Ik was gewoonweg gelukkig deze rauwe, wilde sexy muziek te kunnen delen met mijn eigen Britse vent.

So Sonntag

berlijn in de sneeuw

De ijspegels aan onze dakgoot en de sneeuw op ons balkon raken elkaar bijna. Berlijn twijfelt tussen zondagse sneeuwpret en een landerige dag rond koffietafel en televisie.Een televisie hebben we hier nog niet, anders zouden we de dag zeker afsluiten met een typisch zondagse aflevering van Tatort. Net zoals in Vlaanderen, staat de zondagavond op televisie hier vaak voor fictie van eigen bodem.

Over Tatort (dan nog liefst geaffecteerd Frans uitgesproken “Tà-tòr”) wordt in ons Vlaanderen vaak smalend gedaan en liefst denkt men dan terug aan de meest houterige afleveringen van Derrick. Maar een aflevering van Tatort is niet zomaar een krimi. Het is een televisiefilm van anderhalf uur, waar de grootste regisseurs, scenaristen en acteurs met plezier aan meewerken. Voor velen was Tatort een opstapje naar Hollywood, denk maar aan pak weg Wolfgang Petersen. Met een budget per aflevering waar de meeste filmregisseurs bij ons enkel van kunnen dromen en met voor sommige prestigieuze afleveringen een draaitijd waarin zo ongeveer een volledig seizoen van Witse ingeblikt wordt, is het maken van Tatort natuurlijk geen straf. En met 7 miljoen kijkers en uitgebreide kritische recensies van niveau in alle kranten, lijkt het alsof we nog lang zullen kunnen blijven kijken.

Wees gerust, ik houd verder geen pleidooi voor de bij ons verguisde Duitse televisie. In de metro wordt hier deze week vooral gepraat over DSDS (Deutschland sucht den Superstar of Idool in het kwadraat).

Maar soit, nog geen televisietoestel dus. En de sleeën zijn uitverkocht. Gelukkig is Jana ook tevreden met een plastic zak. Dat glijdt minstens even goed. En de sneeuwmannen worden aangekleed met de inhoud van de carnavalkist, al wordt het voor Mira al snel veel te koud. Kamiel laat het met de glimlach allemaal aan zich voorbijgaan.

Na koffie en gebak zijn de sneeuwmannen, euh, ondergesneeuwd. Op de planning stond een bezoek aan het kindermuseum, maar dat wordt verschoven naar volgende week. Het museum loopt niet weg. Maar er is zo veel dat wel wegloopt. De concerten, films, tentoonstellingen en theaterstukken die we missen, zijn onherroepelijk voorbij. Nog minder dan vroeger in Gent mogen we daarbij stilstaan omdat we hier een nog kleinere fractie van het aanbod kunnen zien. Volop kiezen en genieten van de keuze, dat is de boodschap.

Truus koos vanochtend, notoire agnost die ze is, voor een eucharistieviering in de Dom. Niet zozeer voor de neo-barokke architectuur of bij plotse hoge nood aan gebed, maar voor de opluistering door het Staats- und Domchor onder leiding van Kai-Uwe Jirka met de nadruk op de liturgische werken van Felix Mendelssohn Bartholdy. En zo werd het toch nog een bijna religieuze ervaring: door de sneeuw naar huis ploegend in het centrum van een zo goed als verlaten wereldstad waar zich 10 dagen eerder honderdduizenden mensen verzamelden om het voorbije decennium af te sluiten, met een serene stilte waarin enkel in Truus’ hoofd die zoetgevooisde mannenstemmen naklinken.

En dat heb ik gemist. De volgende keer gaan we samen en nemen we de kinderen gewoon mee. Alleen jammer dat de meeste concerten na kinderbedtijd zijn…

Gezocht wordt: een betrouwbare Berlijnse babysit voor drie schatten van kinderen. Of het wordt minstens voor één van ons toch elke week Tatort.

4th of July: een soort Werchter

Het is zeker ook zoals je je dat voordien voorstelde: mensen, in alle soorten en formaten, met Amerikaanse vlaggetjes of de Amerikaanse vlag of landkaart op hun t-shirt, petje, sweater, baskettrui of als tattoo op hun wang. De Nationale Feestdag wordt hier groots, intens en met overgave gevierd. Een partijnaam als ‘Trots op Amerika’ zou hier belachelijk gevonden worden, want nagenoeg iedereen is trots op Amerika en deelt je dat ongevraagd mee. En op 4 juli is het dus alle remmen los.

Weinig mensen associëren Amerikanen – die herauten van de beeldcultuur – met woorden. Toch staan teksten hier centraal. In de politiek gaat geen dag voorbij zonder te verwijzen naar beroemde toespraken van illustere voorgangers. En op 4 juli is dat nog veel meer het geval, want dan wordt herdacht hoe op die dag in 1776 de Declaration of Independence werd ondertekend. In de National Archives, waar het origineel wordt bewaard, wordt die tekst elk jaar opnieuw voorgelezen en daar komt veel volk naar kijken.

Als hoofdstad is Washington uiteraard het centrum van het gefeest. De Mall, het centrale grasveld tussen het parlement en het Washington Monument, is the place to be. Al die met vlaggetjes getooide Amerikanen en ook opvallend veel toeristen komen daar samen om te eten, te drinken en in het gras te liggen.

Net als in alle overheidsgebouwen en musea moet je ook hier eerst door de beveiliging. Vervolgens: religieuze gezangen van Amish. En dan, toch wel opvallend in dit land van vleeseters, promostands voor vegetarisme – onderdeel van een informatiecampagne over Oosterse wijsheden en leefgewoonten. De met kralen omhangen Aziatische promojongen is perfect geïntegreerd in Amerika: ‘Would you like to medidate, for seven minutes‘.

Maar zelfs die tijd hebben we niet, want we moeten natuurlijk dringend in het gras gaan liggen met een megabeker cola, waarop, voor de gelegenheid, de patriottische en ecologische boodschap 1 zijn. Vandaag redden we het land door onze wegwerpbekers in de afvalbakken te werpen.

Die bakken staan handig opgesteld, onderweg naar de tenten waar de cultuurdragers van het onvolprezen Smithsonian Institution hun jaarlijkse Folklife Festival houden. Gratis, alweer. Onder meer Texas staat centraal in deze editie en dus komen erg feestelijke TexMex en Western Swing ons tegemoet gewaaid. Nooit van gehoord, al klinken ze zo vertrouwd als de Boswell Sisters en Andrew Sisters – de Quebe Sisters: engelachtige samenzang, opzwepend gefiddle en een scheutje swingjazz. Oud en jong op de houten dansvloer. Halleluja.

Nog meer redenen om de Heer te prijzen in de volgende tent. The Original Soul Invaders hebben geen eigen website, maar wel de meest oogverblindende overhemden die vandaag nog op de markt zijn. Maar bovenal: wat een stemmen! Ik wist niet dat er na Bobby Womack nog soulzangers van deze orde waren opgestaan. Een mix van gospel en jaren60-soul in een godlovende improvisatie van een klein half uur die de leadzanger dusdanig uitputte dat hij hulp nodig had van een jonge rapper uit de zaal.

Daarna was het de beurt aan de grote Guy Clark – minder bekend dan Johnny Cash, Ricky Skaggs en Lyle Lovett, al namen ze allemaal songs van hem op. De singer-songwriter was nog herstellend van een beenbreuk en stond wat wankel op het podium, maar zijn songs en grapjes leden er allerminst onder. ‘We have no setlist. We have no agenda. We have no clue. But we have no fear’.

Iets over negen begon dan het vuurwerk. Beslist niet horizontaal (zoals bij Antwerpen 93), maar, nu ja, Amerikaans in zijn kwantiteit. Live op de televisie en zelfs The Washington Post drukt de volgende dag een grote vuurwerkfoto af op de eerste pagina, maar achteraf gezien was de apotheose misschien toch het minst memorabele onderdeel van de dag.

Beethoven en Disney

Toegegeven, ‘Library of Congress’ – dat ruikt naar boeken. Toch is de plek international gezien allicht het bekendst voor de muziek die er wordt bewaard: de legendarische Library of Congress Recordings van de beroemdste ex-werknemer, Alan Lomax. Samen met zijn vader, later ook met zijn vrouw bezocht Lomax (en vele andere medewerkers van de Library) afgelegen plekken, onder meer in het Zuiden van de VS om er in gevangenissen en scholen en plantages opnamen te maken van plaatselijke zangers en muzikanten. Wereldberoemd werden deze field recordings. Voor sommige artiesten vormden ze het begin van een grootse loopbaan, anderen werden pas veel later ontdekt. De opnamen vormden de basis voor de prachtige soundtrack van O Brother Were Art Thou en voor de grootste successen van Moby.

De Library heeft echter ook iets met klassieke muziek. Niet alleen bewaren ze een ontzaglijke hoeveelheid partituren, opnamen en componistenarchieven, ze organiseren ook al decennia een concertreeks waar je – gratis alweer – terecht kunt voor heel bijzondere ensembles. Zo speelde enkele weken geleden het Alban Berg Quartett hier een van de Amerikaanse optredens van hun afscheidstoernee (een mooie gelegenheid voor de Library om voor die ene avond een tentoonstelling in te richten met alle partituren die ze van Berg hebben, plus delen uit zijn correspondentie met Arnold Schönberg).

Vrijdag speelde het Chamber Orchestra of Philadelphia een heel erg klassiek programma (Mozarts 21ste pianoconcert en de Pastorale van Beethoven), tot zeer grote tevredenheid van het opvallend blanke en hoogbejaarde publiek. Heel anders dan in pakweg deSingel of Bozar zijn hier de programmaboekjes. Hoewel geschreven door een van de medewerkers van de Music Division werd er niet alleen vrijelijk geciteerd uit het door de Librarian of Congress nochtans vermaledijde Wikipedia, eigenlijk ging de tekst helemaal niet over de componisten of hun werk, maar louter over de films waarin deze muziek werd gebruikt. Heel veel leerden wij die avond bij over de totstandkoming van Walt Disneys Fantasia.