Logo


11 februari 2012 06:14

Cobra.be als startpagina

Toon de tekst in de standaard lettergrootte Toon de tekst groter Toon de tekst extra groot


Agenda:


blog/Het Leven Is Elders

Alleen in Amerika

Op het centrum waar ik werk worden heel verschillende dingen onderzocht: Franse affiches uit de late 19de eeuw, moderne prefab-architectuur, sjaals uit Kashmir, religieuze spanningen in Bohemen in de late Middeleeuwen, het verschillende politieke discours waarmee de Amerikaanse, Engelse en Australische overheid de ‘war on terror’ aan hun kiezers trachten te verkopen, de Amerikaanse copyright-wetgeving etc.

De laatste aanwinst is een piepjonge onderzoeker die samen met de collectie-specialist van de Library of Congress informatie tracht te verzamelen over allerlei nationalistische bewegingen in Abchazië – een land dat niet echt bestaat (want het wordt internationaal niet officieel erkend), maar zich gedraagt alsof het dat wel doet (met een vlag en een volkslied en grenspatrouilles). Geweldige verhalen levert dat op tijdens lunchpauzes – hoe je moet proberen een visum te krijgen voor een land zonder ambassades (veel geduld en dollars helpen) en hoe verguld de bewoners zijn met aandacht vanuit Washington.

Toen de nieuwe collega hoorde dat ik uit België kwam, wilde hij meteen alles weten over de politieke crisis. Want ook al is België bepaald niet de modelstaat die ons was beloofd, internationaal geldt het land blijkbaar toch nog altijd als een model van federalisme. Tenminste: dat vertelde de onderzoeker mij. “Als ‘België’ als constructie zou mislukken, dan zou dat niet alleen effect hebben binnen de EU, maar bijvoorbeeld ook in Georgië en andere streken in de vroegere Sovjet-Unie.”

Vandaag ging ik afscheid nemen van hem. Zijn laatste woorden: “Good luck with Belgium. I will be praying for the country.” Als je dat zonder enige ironie kunt zeggen, ben je allicht geen Belg.

Op 11 november begint de zomer

Nog over het vorige, de Amerikaanse samenleving en oorlog: de laatste maandag van mei is ‘Memorial Day’, een van de weinige betaalde feestdagen van het land, een van de weinige dagen ook waarop de Library of Congress gesloten is. In oorsprong een dag om de gesneuvelden van de Burgeroorlog te bedenken, na de Grote Oorlog uitgebreid tot alle Amerikaanse oorlogsslachtoffers.

Op de vele militaire begraafplaatsen van het land worden kransen en bloemen neergelegd, erg officieel en afstandelijk (president Bush op Arlington National Cemetery), door de oorlog in Irak helaas ook weer steeds vaker dicht-op-de-huid van de nu al meer dan vierduizend families die de afgelopen jaren geliefden hebben verloren.

In Belgie roept het woord ‘oudstrijder’ vooral beelden op van de IJzer, de Achttiendaagse veldtocht en eventueel Korea of Rwanda. In de VS zijn ‘Veterans’ overal. Ze vormen een doorlopend aandachtspunt tijdens de verkiezingscampagne en zijn, vooral in de grote steden, ook heel zichtbaar op straat – een ontstellend percentage van de daklozen in het land zijn oudstrijders, vaak zozeer getraumatiseerd of gekwetst dat ze in het normale burgerleven geen plaats (en vooral werk) kunnen vinden en letterlijk de rest van hun leven slijten in kartonnen dozen.

De Library of Congress eert de Veterans gelukkig met meer respect. In het Veterans History Project archiveert men ooggetuigenverslagen van Amerikaanse oudstrijders van WOI, WOII, Korea, Vietnam en de verschillende Golfoorlogen & Afghanistan. Soldaten worden uitvoerig geïnterviewd, hun brieven en dagboeken en foto’s en video-opnamen worden gearchiveerd.

Voor de meeste Amerikanen is Memorial Day echter bovenal een vakantiedag, het officieuze begin van de zomer, gevierd met festivals, sportwedstrijden en – veel Amerikaanser kan het allicht niet – speciale Memorial Day koopjesdagen. Dat vindt niemand vreemd of ongepast. Markt is het altijd, oorlog of niet.

De oud-minister op bezoek

De Library of Congress is een gigantische bibliotheek, maar het is ook een uitzonderlijk reservoir aan (vaak heel gespecialiseerde) kennis en een geoliede propagandamachine voor het boek. Concreet betekent dit dat er doorlopend lezingen worden gehouden, door eigen specialisten, gastonderzoekers (zoals de Kluge Fellows) en bekende en minder bekende schrijvers. Dinsdag was er een wereldberoemde auteur te gast, de voormalige (en als het van haar afhangt ook volgende) minister van buitenlandse zaken, Madeleine Albright.

Aanleiding voor haar bezoek is haar heel recente en ook al in het Nederlands vertaalde boek Memo aan de nieuwe president (Ambo/Manteau) – een boeklange brief waarin ze de volgende president adviseert en alle gewone lezers een overzicht biedt van de buitengewone uitdagingen die de wereld van vandaag te bieden heeft op het vlak van buitenlands beleid. Wat ze allemaal vertelde kunt u elders lezen en zou u dra ook op de website van het organiserende Center for the Book moeten kunnen zien. Hier wil ik het even hebben over enkele merkwaardigheden van Amerikaanse book readings.

Uiteraard is er veel applaus wanneer er een hoge gast is, zijn er vriendelijke introducties (in dit geval door de Librarian of Congress zelve), mogen er vragen gesteld worden en is de auteur nadien zo galant om exemplaren van haar hierdoor extra goed verkopende boek te signeren. Maar wat ik hier al meermaals meemaakte – en wat je eigenlijk ook keer op keer ziet wanneer de presidentskandidaten aan een toespraak beginnen – is de uitermate familiaire toon waarop de inleider en ingeleide over elkaar spreken. Waar Vlamingen dat veelal afstandelijk zouden doen, krijg je hier (uiteraard) een uitvoerige opsomming van al haar officiële posities en aanstellingen, maar ook details over hoe goed en lang ze elkaar al kennen, hoe ze elkaar hebben leren kennen,  hoe geweldig ze elkaar vinden en zo meer. Albright zelf doet er niet voor onder. Waar alle andere stervelingen de Librarian getrouw als Dr. Billington aanspreken, heeft zij het gewoon over ‘Jim’ en straalt ze bij het ophalen van allerlei herinneringen.

Iets soortgelijks gebeurde laatst bij de poëzieavond waarover ik hier eerder berichtte: hoe lang de dichters elkaar al kenden, wat ze allemaal met elkaar meemaakten toen ze bij elkaar les volgden in een bekende Creative Writing cursus, hoe buitengewoon sympathiek en getalenteerd ze elkaar vinden… Heeft het publiek daar een boodschap aan? Het lijkt er zich in elk geval niet aan te storen. Wat op Europeanen (en cynische Belgen) kan overkomen als inside-schmooze of onecht geslijm, creëert hier een sfeer van respect en verwachting. En indirect krijgt natuurlijk ook de bezoeker zo een aai over de bol: heel erg goed van u dat u naar al deze voortreffelijke mensen komt luisteren. Op die manier is het evenement voor iedereen al een succes, terwijl het eigenlijk nog moet beginnen.

Beethoven en Disney

Toegegeven, ‘Library of Congress’ – dat ruikt naar boeken. Toch is de plek international gezien allicht het bekendst voor de muziek die er wordt bewaard: de legendarische Library of Congress Recordings van de beroemdste ex-werknemer, Alan Lomax. Samen met zijn vader, later ook met zijn vrouw bezocht Lomax (en vele andere medewerkers van de Library) afgelegen plekken, onder meer in het Zuiden van de VS om er in gevangenissen en scholen en plantages opnamen te maken van plaatselijke zangers en muzikanten. Wereldberoemd werden deze field recordings. Voor sommige artiesten vormden ze het begin van een grootse loopbaan, anderen werden pas veel later ontdekt. De opnamen vormden de basis voor de prachtige soundtrack van O Brother Were Art Thou en voor de grootste successen van Moby.

De Library heeft echter ook iets met klassieke muziek. Niet alleen bewaren ze een ontzaglijke hoeveelheid partituren, opnamen en componistenarchieven, ze organiseren ook al decennia een concertreeks waar je – gratis alweer – terecht kunt voor heel bijzondere ensembles. Zo speelde enkele weken geleden het Alban Berg Quartett hier een van de Amerikaanse optredens van hun afscheidstoernee (een mooie gelegenheid voor de Library om voor die ene avond een tentoonstelling in te richten met alle partituren die ze van Berg hebben, plus delen uit zijn correspondentie met Arnold Schönberg).

Vrijdag speelde het Chamber Orchestra of Philadelphia een heel erg klassiek programma (Mozarts 21ste pianoconcert en de Pastorale van Beethoven), tot zeer grote tevredenheid van het opvallend blanke en hoogbejaarde publiek. Heel anders dan in pakweg deSingel of Bozar zijn hier de programmaboekjes. Hoewel geschreven door een van de medewerkers van de Music Division werd er niet alleen vrijelijk geciteerd uit het door de Librarian of Congress nochtans vermaledijde Wikipedia, eigenlijk ging de tekst helemaal niet over de componisten of hun werk, maar louter over de films waarin deze muziek werd gebruikt. Heel veel leerden wij die avond bij over de totstandkoming van Walt Disneys Fantasia.

444 keer taart

Ach, denken Europeanen graag en snel, die Amerikanen – wat weten zij eigenlijk van cultuur? Drie jaar geleden vroegen mijn Antwerpse studenten me naar mijn ervaringen met hun Amerikaanse tegenhangers in Berkeley: ‘zijn ze echt zo dom en humorloos als wij denken?’ Alsof de VS niet ook het land is van Seinfeld en van The Simpsons. Alsof de VS niet jaarlijks nagenoeg alle Nobelprijzen wegkaapt. Alsof onze universiteiten niet alleen maar kunnen dromen van de mogelijkheden van Harvard en Yale en… Natuurlijk: het land had toen net Bush herkozen als president. Dat is allicht het allerdomste dat dit volk in lange, lange tijd heeft gedaan. Alle opiniepolls tonen aan dat ze dat intussen ook beseffen. Nooit eerder werd het beleid van een president door minder mensen gesteund.

Maar er staat heel veel tegenover, zeker in Washington D.C. Nagenoeg de volledige ruimte tussen het parlementsgebouw en het Witte Huis – de Mall – is gevuld met nationale musea: kunst, geschiedenis, ruimte- en luchtvaart, natuur… Allemaal gratis, 364 dagen per jaar (ze sluiten enkel op Kerst). A Gift to the Nation. En daarnaast is er ook nog de buitengewone zoo (met de wereldberoemde reuzenpanda’s) en een hele reeks kleinere musea. Ook allemaal gratis. De hier al eerder vermelde en fenomenale Library of Congress: idem. Natuurlijk: mensen die er werken klagen wel eens over de budgetten waarmee ze het moeten stellen en de voortdurende dreiging van het parlement om hun toelage in te krimpen. Maar intussen straalt het hele museum- en bibliotheekcomplex rond The Capitol voor de bezoeker alleen maar rijkdom en generositeit uit.

En dan nog is er meer. Naast een van de drie gebouwen van de Library of Congress bevindt zich de Folger Shakespeare Library: de belangrijkste bibliotheek ter wereld voor onderzoek naar Shakespeare met wellicht ook de grootste collectie in verband met de Europese Renaissance buiten Engeland. Een geschenk van oliemagnaat Henry Folger. Er zijn tentoonstellingen (de wereldberoemde eerste folio van Shakespeare kun je helemaal digitaal zien, bladzijde per bladzijde, met of zonder commentaar), er is een theater, een studieruimte en, uiteraard, een welgevulde museumshop.

Zondag vierde men er de 444ste verjaardag van Shakespeare met een opendeurdag, kinderanimatie, theateropvoeringen, Renaissancemuziek en gratis taart voor iedereen. En dat waren toch al gauw zoveel mensen als de Bard kaarsen mocht uitblazen die dag. En ook dat is typisch Amerikaans: mensen met teveel geld die iets willen terugdoen voor de gemeenschap. Zoals ik al zei: wat weten zij eigenlijk van cultuur?

Dichter bij de Nasa

Driehonderd mensen, op een donderdagavond, kwart voor zeven, voor twee dichters die komen voorlezen op de zesde verdieping van een saai kantoorgebouw? En niet alleen maar vrouwen van middelbare leeftijd en ouder – het geijkte poёzievoorleesavondpubliek – maar ook hele jonge en hippe meisjes, jonge vaders met hun zonen en, helemaal onwaarschijnlijk, mannen in trainingspakken, jongens in Wilco-t-shirts en heren in maatpak. Zo lijkt de Library of Congress helemaal het epicentrum van de beschaving.

Ter relativering moet er dan wellicht bij verteld worden dat er lang niet altijd zoveel volk opdaagt. Maar dus wel wanneer er Grote Namen optreden. Niet dat Jimmy Carter kwam voorlezen, wellicht de bekendste nog levende Amerikaanse dichter. Maar dus wel twee vroegere Pulitzerprijswinnaars (Mark Strand en Charles Wright), ingeleid door Poet Laureate en Pulitzerlaureaat Charles Simic, op zijn beurt ingeleid door de Librarian of Congress, Billington. Vier grijze blanke mannen die de pensioengerechtigde leeftijd al ver gepasseerd zijn, maar nog altijd erg actief. En met een grote aanhang, blijkbaar.

Het spannendste onderdeel van de avond voltrek zich echter na de lezing. Uitgehongerde poÑ‘zieliefhebbers die zich tijdens de receptie zonder enige terughoudendheid op het eten wierpen (aandacht PoÑ‘ziecentrum: als je volk wil in je zaal, organiseer je activiteit vlak voor etenstijd en serveer nadien voedsel). Maar bovenal: werd ik voorgesteld aan de man van de vrouw die het centrum leidt waar ik werk, blijkt hij ingenieur bij… de NASA en gespecialiseerd in alles wat met plasma te maken heeft. Ben ik nooit écht het type geweest dat helemaal smelt bij de gedachte aan ruimtevaart, maar hier was ik dus wel totaal van onder de indruk. Wat men noemt: een echte wetenschapper. Zijn eigen verhaal over zijn onderzoek kon ik al na een halve minuut niet meer echt volgen, maar toen hij via mijn afkomst (BelgiÑ‘) en het onderzoeksgebied van mijn collega (kunstgeschiedenis) bij Brueghel terechtkwam, hadden we een interessant gesprek over de Kleine IJstijd en de vele schaatstaferelen die hier het gevolg van waren. Want dat bestudeert hij dus ook: de impact van, ik druk het nu even zo eenvoudig uit dat ik het zelf ook begrijp, het weer in de kosmos (vooral zonnestormen) op het weer op aarde. En hoewel zijn regering dat nog altijd niet begrepen lijkt te hebben, was de man formeel: de klimaatverandering ten tijde van Brueghel was van een geheel andere orde dan die vandaag. Concreet: die van toen had niets met menselijke activiteiten te maken, die van vandaag heel zeker wel. Aldus sprak Onze Man Bij de Nasa.

De achterkant van het nieuws

supreme court

Of je daar dan iets van merkt wanneer de paus je stad bezoekt? Wel, niet noodzakelijk. De federale overheid stuurt naar alle werknemers e-mails waarin hun wordt aangemaand niet te laat op het werk te arriveren (en dus de pausfiles voor te zijn, tijdig thuis te vertrekken, bepaalde straten te vermijden). De lokale zender en kranten brengen het groot. Maar als ik er niet speciaal op had gelet, had het me allemaal kunnen ontgaan.

Zo gaat dat met wereldnieuws. Het gebeurt onder je neus, maar dat betekent niet dat je het ook opmerkt. De Library of Congress bevindt zich op Capitol Hill, tegenover het parlementsgebouw (The Capitol) en naast het hooggerechtshof (The Supreme Court). Erg geruchtmakende hoorzittingen over de oorlog in Irak of juridische sessies over een hier felbesproken wapenwet spelen zich dus letterlijk bij de buren af. En toch verneem je dat gewoon – net zoals de rest van het land – op het journaal. Ik woon op een paar honderd meter van de Library en kom elke dag voorbij de Supreme Court. Aan de achterkant. Als er aan de voorkant betoogd wordt, merk ik daar helemaal niets van. Zoals de titel van deze rubriek terecht stelt: het leven is elders.

De grootste bibliotheek ter wereld

Ik woon en werk zes maanden in Washington D.C., hoofdstad van de vrije wereld, dan wel van het rijk van het kwaad. Zoals wel vaker het geval is met clichés lijkt geen van beide beschrijvingen erg toepasselijk. Voor een ‘vrije wereld’ is het leven in Washington en dan vooral in de Library of Congress waar ik werk opvallend bureaucratisch en gereglementeerd. En om ‘het rijk van het kwaad’ genoemd te kunnen worden, ontmoet ik hier te veel vriendelijke, enthousiaste, intelligente en genereuze mensen. Washington D.C. is dus gewoon de hoofdstad van de Verenigde Staten van Amerika, tot nader order en ondanks alle schanddaden in haar naam gepleegd mijn lievelingsland op aard. meer lezen …