Logo


11 februari 2012 02:20

Cobra.be als startpagina

Toon de tekst in de standaard lettergrootte Toon de tekst groter Toon de tekst extra groot


Agenda:


blog/Het Leven Is Elders

Alleen in Amerika

Op het centrum waar ik werk worden heel verschillende dingen onderzocht: Franse affiches uit de late 19de eeuw, moderne prefab-architectuur, sjaals uit Kashmir, religieuze spanningen in Bohemen in de late Middeleeuwen, het verschillende politieke discours waarmee de Amerikaanse, Engelse en Australische overheid de ‘war on terror’ aan hun kiezers trachten te verkopen, de Amerikaanse copyright-wetgeving etc.

De laatste aanwinst is een piepjonge onderzoeker die samen met de collectie-specialist van de Library of Congress informatie tracht te verzamelen over allerlei nationalistische bewegingen in Abchazië – een land dat niet echt bestaat (want het wordt internationaal niet officieel erkend), maar zich gedraagt alsof het dat wel doet (met een vlag en een volkslied en grenspatrouilles). Geweldige verhalen levert dat op tijdens lunchpauzes – hoe je moet proberen een visum te krijgen voor een land zonder ambassades (veel geduld en dollars helpen) en hoe verguld de bewoners zijn met aandacht vanuit Washington.

Toen de nieuwe collega hoorde dat ik uit België kwam, wilde hij meteen alles weten over de politieke crisis. Want ook al is België bepaald niet de modelstaat die ons was beloofd, internationaal geldt het land blijkbaar toch nog altijd als een model van federalisme. Tenminste: dat vertelde de onderzoeker mij. “Als ‘België’ als constructie zou mislukken, dan zou dat niet alleen effect hebben binnen de EU, maar bijvoorbeeld ook in Georgië en andere streken in de vroegere Sovjet-Unie.”

Vandaag ging ik afscheid nemen van hem. Zijn laatste woorden: “Good luck with Belgium. I will be praying for the country.” Als je dat zonder enige ironie kunt zeggen, ben je allicht geen Belg.

De oud-minister op bezoek

De Library of Congress is een gigantische bibliotheek, maar het is ook een uitzonderlijk reservoir aan (vaak heel gespecialiseerde) kennis en een geoliede propagandamachine voor het boek. Concreet betekent dit dat er doorlopend lezingen worden gehouden, door eigen specialisten, gastonderzoekers (zoals de Kluge Fellows) en bekende en minder bekende schrijvers. Dinsdag was er een wereldberoemde auteur te gast, de voormalige (en als het van haar afhangt ook volgende) minister van buitenlandse zaken, Madeleine Albright.

Aanleiding voor haar bezoek is haar heel recente en ook al in het Nederlands vertaalde boek Memo aan de nieuwe president (Ambo/Manteau) – een boeklange brief waarin ze de volgende president adviseert en alle gewone lezers een overzicht biedt van de buitengewone uitdagingen die de wereld van vandaag te bieden heeft op het vlak van buitenlands beleid. Wat ze allemaal vertelde kunt u elders lezen en zou u dra ook op de website van het organiserende Center for the Book moeten kunnen zien. Hier wil ik het even hebben over enkele merkwaardigheden van Amerikaanse book readings.

Uiteraard is er veel applaus wanneer er een hoge gast is, zijn er vriendelijke introducties (in dit geval door de Librarian of Congress zelve), mogen er vragen gesteld worden en is de auteur nadien zo galant om exemplaren van haar hierdoor extra goed verkopende boek te signeren. Maar wat ik hier al meermaals meemaakte – en wat je eigenlijk ook keer op keer ziet wanneer de presidentskandidaten aan een toespraak beginnen – is de uitermate familiaire toon waarop de inleider en ingeleide over elkaar spreken. Waar Vlamingen dat veelal afstandelijk zouden doen, krijg je hier (uiteraard) een uitvoerige opsomming van al haar officiële posities en aanstellingen, maar ook details over hoe goed en lang ze elkaar al kennen, hoe ze elkaar hebben leren kennen,  hoe geweldig ze elkaar vinden en zo meer. Albright zelf doet er niet voor onder. Waar alle andere stervelingen de Librarian getrouw als Dr. Billington aanspreken, heeft zij het gewoon over ‘Jim’ en straalt ze bij het ophalen van allerlei herinneringen.

Iets soortgelijks gebeurde laatst bij de poëzieavond waarover ik hier eerder berichtte: hoe lang de dichters elkaar al kenden, wat ze allemaal met elkaar meemaakten toen ze bij elkaar les volgden in een bekende Creative Writing cursus, hoe buitengewoon sympathiek en getalenteerd ze elkaar vinden… Heeft het publiek daar een boodschap aan? Het lijkt er zich in elk geval niet aan te storen. Wat op Europeanen (en cynische Belgen) kan overkomen als inside-schmooze of onecht geslijm, creëert hier een sfeer van respect en verwachting. En indirect krijgt natuurlijk ook de bezoeker zo een aai over de bol: heel erg goed van u dat u naar al deze voortreffelijke mensen komt luisteren. Op die manier is het evenement voor iedereen al een succes, terwijl het eigenlijk nog moet beginnen.

De grootste bibliotheek ter wereld

Ik woon en werk zes maanden in Washington D.C., hoofdstad van de vrije wereld, dan wel van het rijk van het kwaad. Zoals wel vaker het geval is met clichés lijkt geen van beide beschrijvingen erg toepasselijk. Voor een ‘vrije wereld’ is het leven in Washington en dan vooral in de Library of Congress waar ik werk opvallend bureaucratisch en gereglementeerd. En om ‘het rijk van het kwaad’ genoemd te kunnen worden, ontmoet ik hier te veel vriendelijke, enthousiaste, intelligente en genereuze mensen. Washington D.C. is dus gewoon de hoofdstad van de Verenigde Staten van Amerika, tot nader order en ondanks alle schanddaden in haar naam gepleegd mijn lievelingsland op aard. meer lezen …