Logo


05 februari 2012 01:10

Cobra.be als startpagina

Toon de tekst in de standaard lettergrootte Toon de tekst groter Toon de tekst extra groot


Agenda:


blog/Het Leven Is Elders

4th of July: een soort Werchter

Het is zeker ook zoals je je dat voordien voorstelde: mensen, in alle soorten en formaten, met Amerikaanse vlaggetjes of de Amerikaanse vlag of landkaart op hun t-shirt, petje, sweater, baskettrui of als tattoo op hun wang. De Nationale Feestdag wordt hier groots, intens en met overgave gevierd. Een partijnaam als ‘Trots op Amerika’ zou hier belachelijk gevonden worden, want nagenoeg iedereen is trots op Amerika en deelt je dat ongevraagd mee. En op 4 juli is het dus alle remmen los.

Weinig mensen associëren Amerikanen – die herauten van de beeldcultuur – met woorden. Toch staan teksten hier centraal. In de politiek gaat geen dag voorbij zonder te verwijzen naar beroemde toespraken van illustere voorgangers. En op 4 juli is dat nog veel meer het geval, want dan wordt herdacht hoe op die dag in 1776 de Declaration of Independence werd ondertekend. In de National Archives, waar het origineel wordt bewaard, wordt die tekst elk jaar opnieuw voorgelezen en daar komt veel volk naar kijken.

Als hoofdstad is Washington uiteraard het centrum van het gefeest. De Mall, het centrale grasveld tussen het parlement en het Washington Monument, is the place to be. Al die met vlaggetjes getooide Amerikanen en ook opvallend veel toeristen komen daar samen om te eten, te drinken en in het gras te liggen.

Net als in alle overheidsgebouwen en musea moet je ook hier eerst door de beveiliging. Vervolgens: religieuze gezangen van Amish. En dan, toch wel opvallend in dit land van vleeseters, promostands voor vegetarisme – onderdeel van een informatiecampagne over Oosterse wijsheden en leefgewoonten. De met kralen omhangen Aziatische promojongen is perfect geïntegreerd in Amerika: ‘Would you like to medidate, for seven minutes‘.

Maar zelfs die tijd hebben we niet, want we moeten natuurlijk dringend in het gras gaan liggen met een megabeker cola, waarop, voor de gelegenheid, de patriottische en ecologische boodschap 1 zijn. Vandaag redden we het land door onze wegwerpbekers in de afvalbakken te werpen.

Die bakken staan handig opgesteld, onderweg naar de tenten waar de cultuurdragers van het onvolprezen Smithsonian Institution hun jaarlijkse Folklife Festival houden. Gratis, alweer. Onder meer Texas staat centraal in deze editie en dus komen erg feestelijke TexMex en Western Swing ons tegemoet gewaaid. Nooit van gehoord, al klinken ze zo vertrouwd als de Boswell Sisters en Andrew Sisters – de Quebe Sisters: engelachtige samenzang, opzwepend gefiddle en een scheutje swingjazz. Oud en jong op de houten dansvloer. Halleluja.

Nog meer redenen om de Heer te prijzen in de volgende tent. The Original Soul Invaders hebben geen eigen website, maar wel de meest oogverblindende overhemden die vandaag nog op de markt zijn. Maar bovenal: wat een stemmen! Ik wist niet dat er na Bobby Womack nog soulzangers van deze orde waren opgestaan. Een mix van gospel en jaren60-soul in een godlovende improvisatie van een klein half uur die de leadzanger dusdanig uitputte dat hij hulp nodig had van een jonge rapper uit de zaal.

Daarna was het de beurt aan de grote Guy Clark – minder bekend dan Johnny Cash, Ricky Skaggs en Lyle Lovett, al namen ze allemaal songs van hem op. De singer-songwriter was nog herstellend van een beenbreuk en stond wat wankel op het podium, maar zijn songs en grapjes leden er allerminst onder. ‘We have no setlist. We have no agenda. We have no clue. But we have no fear’.

Iets over negen begon dan het vuurwerk. Beslist niet horizontaal (zoals bij Antwerpen 93), maar, nu ja, Amerikaans in zijn kwantiteit. Live op de televisie en zelfs The Washington Post drukt de volgende dag een grote vuurwerkfoto af op de eerste pagina, maar achteraf gezien was de apotheose misschien toch het minst memorabele onderdeel van de dag.

Beethoven en Disney

Toegegeven, ‘Library of Congress’ – dat ruikt naar boeken. Toch is de plek international gezien allicht het bekendst voor de muziek die er wordt bewaard: de legendarische Library of Congress Recordings van de beroemdste ex-werknemer, Alan Lomax. Samen met zijn vader, later ook met zijn vrouw bezocht Lomax (en vele andere medewerkers van de Library) afgelegen plekken, onder meer in het Zuiden van de VS om er in gevangenissen en scholen en plantages opnamen te maken van plaatselijke zangers en muzikanten. Wereldberoemd werden deze field recordings. Voor sommige artiesten vormden ze het begin van een grootse loopbaan, anderen werden pas veel later ontdekt. De opnamen vormden de basis voor de prachtige soundtrack van O Brother Were Art Thou en voor de grootste successen van Moby.

De Library heeft echter ook iets met klassieke muziek. Niet alleen bewaren ze een ontzaglijke hoeveelheid partituren, opnamen en componistenarchieven, ze organiseren ook al decennia een concertreeks waar je – gratis alweer – terecht kunt voor heel bijzondere ensembles. Zo speelde enkele weken geleden het Alban Berg Quartett hier een van de Amerikaanse optredens van hun afscheidstoernee (een mooie gelegenheid voor de Library om voor die ene avond een tentoonstelling in te richten met alle partituren die ze van Berg hebben, plus delen uit zijn correspondentie met Arnold Schönberg).

Vrijdag speelde het Chamber Orchestra of Philadelphia een heel erg klassiek programma (Mozarts 21ste pianoconcert en de Pastorale van Beethoven), tot zeer grote tevredenheid van het opvallend blanke en hoogbejaarde publiek. Heel anders dan in pakweg deSingel of Bozar zijn hier de programmaboekjes. Hoewel geschreven door een van de medewerkers van de Music Division werd er niet alleen vrijelijk geciteerd uit het door de Librarian of Congress nochtans vermaledijde Wikipedia, eigenlijk ging de tekst helemaal niet over de componisten of hun werk, maar louter over de films waarin deze muziek werd gebruikt. Heel veel leerden wij die avond bij over de totstandkoming van Walt Disneys Fantasia.

444 keer taart

Ach, denken Europeanen graag en snel, die Amerikanen – wat weten zij eigenlijk van cultuur? Drie jaar geleden vroegen mijn Antwerpse studenten me naar mijn ervaringen met hun Amerikaanse tegenhangers in Berkeley: ‘zijn ze echt zo dom en humorloos als wij denken?’ Alsof de VS niet ook het land is van Seinfeld en van The Simpsons. Alsof de VS niet jaarlijks nagenoeg alle Nobelprijzen wegkaapt. Alsof onze universiteiten niet alleen maar kunnen dromen van de mogelijkheden van Harvard en Yale en… Natuurlijk: het land had toen net Bush herkozen als president. Dat is allicht het allerdomste dat dit volk in lange, lange tijd heeft gedaan. Alle opiniepolls tonen aan dat ze dat intussen ook beseffen. Nooit eerder werd het beleid van een president door minder mensen gesteund.

Maar er staat heel veel tegenover, zeker in Washington D.C. Nagenoeg de volledige ruimte tussen het parlementsgebouw en het Witte Huis – de Mall – is gevuld met nationale musea: kunst, geschiedenis, ruimte- en luchtvaart, natuur… Allemaal gratis, 364 dagen per jaar (ze sluiten enkel op Kerst). A Gift to the Nation. En daarnaast is er ook nog de buitengewone zoo (met de wereldberoemde reuzenpanda’s) en een hele reeks kleinere musea. Ook allemaal gratis. De hier al eerder vermelde en fenomenale Library of Congress: idem. Natuurlijk: mensen die er werken klagen wel eens over de budgetten waarmee ze het moeten stellen en de voortdurende dreiging van het parlement om hun toelage in te krimpen. Maar intussen straalt het hele museum- en bibliotheekcomplex rond The Capitol voor de bezoeker alleen maar rijkdom en generositeit uit.

En dan nog is er meer. Naast een van de drie gebouwen van de Library of Congress bevindt zich de Folger Shakespeare Library: de belangrijkste bibliotheek ter wereld voor onderzoek naar Shakespeare met wellicht ook de grootste collectie in verband met de Europese Renaissance buiten Engeland. Een geschenk van oliemagnaat Henry Folger. Er zijn tentoonstellingen (de wereldberoemde eerste folio van Shakespeare kun je helemaal digitaal zien, bladzijde per bladzijde, met of zonder commentaar), er is een theater, een studieruimte en, uiteraard, een welgevulde museumshop.

Zondag vierde men er de 444ste verjaardag van Shakespeare met een opendeurdag, kinderanimatie, theateropvoeringen, Renaissancemuziek en gratis taart voor iedereen. En dat waren toch al gauw zoveel mensen als de Bard kaarsen mocht uitblazen die dag. En ook dat is typisch Amerikaans: mensen met teveel geld die iets willen terugdoen voor de gemeenschap. Zoals ik al zei: wat weten zij eigenlijk van cultuur?