blog/Het Leven Is Elders

Vettige vertellers

Portret met garnaalkroket. Fotograaf Stephan Vanfleteren draait de kijker de rug toe. In zijn open handen ligt het lekkerste wat zich frituren laat. Actrice Hilde van Mieghem is naakt en kust een aardbei. Couturier Dries van Noten kruist de armen boven een bijbels brood.

Beelden uit een fotoboek dat dit najaar verschijnt bij uitgeverij Ludion. De Spaanse fotografe Isabel Miquel Arques legde tientallen Belgische culturele iconen vast in combinatie met voedsel. Niet de traditionele vermenging die we kennen van de eeuwenoude keukenstukken waarbij een overvloed van wild en fruit frivoliteit of vluchtigheid wil uitdrukken. Niet de al vaker herhaalde hedendaagse versie daarvan (zie hier). Een juxtapose die tegelijkertijd bevreemdend als zinnelijk is. Een fotoboek waar je eindelijk eens zo’n kookboekstandaard voor wil kopen.

Het is de eerste keer dat ik een geslaagde placering van voedsel zie in een cultuurvorm die niet proza is. Want na opeten is erover lezen het meest genotvolle wat je met leeftocht kunt doen. meer lezen …

TVeelverdieners

Zodra de succesprogramma’s van de Nederlandse tv in zomerslaap gaan, worden ze actueel. Dan wordt namelijk bekend hoeveel de presentatoren verdienen. Zoals schrijver Pol Hoste ooit opmerkte: voor schrijvers en kunstenaars heet dat subsidie, voor mensen die teksten kunnen voorlezen van een scherm, heet dat salaris. Zodra Pauw en Witteman de talk of the day worden, vertoeven ze in het buitenland. Allicht om te voorkomen dat ze zichzelf moeten gaan interviewen.

En dat salaris is niet mis. Kent u dat voortdobberende programma van Rik Felderhof? Twee bekende koppen mogen een weekje in Zuid-Frankrijk van het leven gaan genieten in ruil voor wat jeugdfoto’s en wat ‘Ik heb altijd in mezelf geloofd’-tips. Ik zou betalen om in dat programma te mogen rondsloffen. Die vriendelijke meneer met die hoed gaf onlangs toe dat hij daarvoor zeshonderdduizend euro per jaar voor krijgt. ‘En dat voor een parttime baan!’ waren zijn woorden. Daarnaast vangt hij nog het nodige als producent. Zijn eerlijkheid zorgde ervoor dat hij kop van jut is bij de openbare omroep. En dat ik nog liever hem als mijn oom wil hebben.

Paul de Leeuw, Matthijs van Nieuwkerk, Antoinette Hertsenberg en bijna al die andere koppen die u ziet als u ooit voorbij Vitaya raakt, ze verdienen tussen de twee- en zeshonderdduizend euro per jaar. Patrick Lodiers, hoofd van belletjetrek-zender BNN, – u misschien bekend als die guitige presentator van het improv-programma De Lama’s- verdient boven de 300.000 en krijgt daarnaast natuurlijk merchandise-inkomsten van dat grollenshowtje. Over kwajongensstreken gesproken. O ja, niet alleen de talking faces worden goed betaald. Een directeur van een kleine omroepstichting verdient al snel 1.100 euro per dag. En waarom?

meer lezen …

De oudste blower

Coffeeshop Het Ballonnetje, vaste leverancier van dichter en wietambassadeur Simon Vinkenoog. Het Amsterdamse rookcafeetje, gelegen tussen dierentuin Artis en de mooiste plek van Europa, zou zo als promotiemodel ter legalisering van marihuana kunnen dienen. Gemoedelijke sfeer, een paar rustige rokers ver gevorderd in jaren des onderscheids, een burgerlijk terrasje, prima cappuccino’s. Ook hier geldt een rookverbod en dus werd een aparte gebruikersruimte ingericht. Maar moeilijk doen, daar zijn coffeeshops niet van.

Nee, lang blijven hangen, daar deed Vinkenoog meestal niet aan, vertelt een medewerker die al twintig jaar in het vak zit. Soms eens een praatje met een kennis. Af en toe kwam Edith, zijn vrouw, het voorraadje opdoen. ‘Hij moet één van de oudste blowers zijn van Nederland zijn geweest,’ zegt de man terwijl hij een vijftiger (in leeftijd, niet poëticaal gezien) een grammetje verkoopt.

‘En dus, het levende bewijs dat blowen een niet al te grote aanslag op je gezondheid vormt,’ dring ik aan in de hoop op wat onvervalste wietpropaganda te stuiten. De man glimlacht weer: ‘Nou, dat roken niet al te gezond is, daar zijn we toch al een tijdje achter. Ja, Winston Churchill is er oud mee geworden…’. Nee, op Groen Vrij! heeft de meneer van Het Ballonnetje niet gestemd. Hij moet zelfs even nadenken over de naam van de partij die naar cannabislegalisatie streefde en waar Vinkenoog lijstduwer van was.

Samen met partnerzaak Rusland is deze coffeeshop een van de oudste van Amsterdam. Niet iedere wietafspanning in Nederland is vergelijkbaar met dit equivalent van het buurtwinkeltje. Aan de grenzen vormen zich files voor de afhaalloketten. In sommige zaken heb je constant het vermoeden dat ze iets uit je auto aan het stelen zijn, zelfs al ben je met de fiets gekomen. Deze maand bleek uit een commissieonderzoek dat het gedoogbeleid zowel mislukt als een succes is. Mislukt, want er is nooit nagedacht over hoe een verkooppunt er uit moest zien, de bevoorrading geschiedt nog steeds op illegale wijze, de kwaliteit van het consumptieartikel wordt niet getest door de overheid. Een succes, want de meerderheid van de rokers kan probleemloos en eenvoudig aan zijn genotsmiddel komen. En de utopische visie van Vinkenoog? Mama Marie Juana als geestverruiming, internautische avontuur?

meer lezen …

Entertainment Area

Wie de tram neemt naar het Amsterdamse Leidseplein wordt op de halte geattendeerd door een vriendelijke computerstem die de naam omroept. Sinds een paar maanden voegt een wat ziellozere Engelse stem daar aan toe: ‘Entertainment area‘. Een Amerikaan voor me: ‘You will be entertained. You will get drunk, you will hail a cab, you will be murdered.‘  Er lachten een stuk of vijf mensen.

Op het Leidseplein kon je gisterochtend vier agenten te voet, twee te paard en één op de motor zien. Ook was er nog een geüniformiseerde calamiteitenwagen, een pantserwagen en twee gewone politiewagens.* Op weg naar het Amsterdamse vertierhart was ik al vier wagens van de oproerpolitie tegengekomen.

Zondagochtend was op dit plein, op de taxistandplaats tussen de stadsschouwburg en poptempel Paradiso een man de dood in geslagen door een taxichauffeur. Nu is Amsterdam een grote stad met de bijhorende gruwelijke statistieken. Maar de blauwe overaanwezigheid maakt zelfs voor de toerist zonneklaar dat er meer aan de hand was dan een tragisch voorval.

Sinds de liberalisering van de Amsterdamse taximarkt is een taxi nemen op het Leidseplein of het Centraal Station niets minder dan een ramp. De komst van de zogenaamde ‘vrije rijders’ creëerde bendevorming, een agressieve sfeer, het weigeren van ritten onder de dertig euro, seksuele intimidatie en diens meer. Voor een keer is het woord ‘maffia’ niet een wanhopige uiting van sensatiezucht. Lonely Planet schreef het al langer: Amsterdamse taxi’s behoren tot de duurste van Europa, chauffeurs kennen nauwelijks Nederlands of Engels, laat staan de weg.

Het doorbreken van het Amsterdamse monopolie op lijzige mannetjes in naar zweet ruikende Mercedessen zorgde eind jaren negentig al voor het nodige geweld. Een taxi-oorlog (verboekt en verfilmd ondertussen) brak uit, inclusief geweld, brandstichting en bedreiging. Na jarenlange bemiddeling door de overheid werd -na wat overgangsmaatregelen- de markt vrijgegeven. De ellende begon meteen goed.

meer lezen …

Ober Kustmekloticus

Jajaja, Nederlanders zijn onbeschofte horken, dat vindt zowat iedereen. Maar zoals één van de commenters hier ooit opmerkte, die houding is vaak genoeg te prefereren boven de ’sorry dat ik besta’-onderdanigheid van het meer vale slag Vlaming. En natuurlijk is het lachen dat uit enquêtes blijkt dat Nederlanders er een hekel aan hebben landgenoten te ontmoeten op reis. Maar hier wil ik het hebben over een type dat zelfs binnen de oranje landsgrenzen op weerzin en/of medelijden kan rekenen.

Nu de terrassen vol zijn gelopen – en dan bedoel ik niet alleen met het soort mannen dat bij + 12 graden hun auto wast in een leren zwembroek- is een subspecies van de Hollandicus Kustmekloticus uit zijn winterslaap ontwaakt. Let op,  dit wakker worden heeft geen verhoogde staat van activiteit met zich meegebracht. We hebben het hier over een zeer schuw dier dat allergisch is aan de blikken en opgestoken handen. Deze ondersoort is genoegzaam bekend onder zijn roepnaam: ober.

meer lezen …

Sex à l’orange

‘Alles kan qua seks in Nederland. Behalve met kinderen en dieren. In de rosse buurt zie je alleen maar toeristen naakte wijven kijken. Want zo’n beetje iedere Nederlander heeft zijn buren of collega’s allang in zijn blote kont gezien. En trouwen, dat doen alleen nog maar homo’s.’ Het zijn de openingszinnen van Sextet, een melige maar niet onaardige zedenschets, met als ondertitel ‘Een goedkope sexfilm’.  Wat bekende borsten, een mopje hoofddoekje versus monokini, dat werk.

Progressiviteit is -net als pijn- geen makkelijk meetbaar fenomeen. Homo’s mogen inderdaad trouwen in Nederland maar ambtenaren met bezwaren daartegen hoeven dat niet te bezegelen. Rosse buurten in Nederland bieden een meer gemoedelijke soort ranzigheid dan de vaak verloederde equivalenten in het buitenland. Dat vreemde machistische mengsel van trots en schaamte dat Vlaamse jonge mannen wel eens uitwasemen als ze spreken over een vechtpartij of een nacht doorhalen, reserveren Nederlandse knapen voor bordeelbezoek. Ach, ze waren jong/dronken/ff-in-een-dipje/bloedgeil-en-nodig-uit-de-stok-hoesterig, daarom, snap je, Thomas, -knipoog- hé, dus, drinken we nog wat? Nee, over de kartelrandjes van de seks doen ze niet moeilijk in Nederland. Hoewel.

meer lezen …

Profeet Fortuyn

Bij de schouw voor de veiling van Pim Fortuyns spullen hing een groot spandoek: ‘Wie met Pims spullen naar buiten huppelt, wordt weer netjes teruggeknuppeld’. De openbare verkoop is de laatste pijnscheut van de cultus rond de man die door Theo van Gogh de ‘Goddelijke Kale’ werd genoemd. Zijn laatste aanhangers eisen tevergeefs dat alles bij elkaar blijft. Een mausoleum voor hun burgerwoede.

Professor Pim, wonend in een fatterig palazzo met een Bentley en butler die hij maar met moeite kon betalen.  Een relnicht met grandeur, een man die het groot zag, die arbeider, hoogleraar en zakenman aansprak, die -het is bijna zijn epitheton ornans- geworden, op tv discussieerde over de smaak van Marokkaans sperma, een man wiens partij het vermogen had om alles wat ze aanraakte te veranderen in een ordinaire ruzie.

Fortuyns meest indrukwekkende erfenis is zijn mobilisatie van de onvrede. Een jaar voor hij de verkiezingen domineerde, lagen de peilingen er rustig bij. De regeringszitjes zouden verdeeld worden tussen de oude politieke families. Pim kwam en veranderde alles. Opeens was de Nederlander ontevreden. Of moet ik zeggen: eindelijk had de ontevreden Nederlander zijn profeet gevonden. Want dat was hij, meer dan een leider. Een man die de nood zag, die niet kon wegnemen en plaats maakte voor een man die het volk leiden zou naar een Rijk van Duizendjarige … euh… vrede? Rust?

De onvrede zocht eerst een uitweg naar Rita Verdonk die in de peilingen naar dertig zetels werd gekatapulteerd om daar vervolgens weggestootramd te worden door Geert Wilders. En het enige wat ik niet begrijp, is waarom die Nederlander zo ontevreden is. De woede van mensen die getreiterd worden in een probleemwijk begrijp ik. Wie in elkaar geslagen is op straat, heeft genoeg rancune voor de rest van zijn leven. Maar hoe groot zijn deze aantallen ongelukkigen? Angst voor moslims? Er woont nog geen zeven procent moslims in Nederland. De radicale groep die morgen de sharia wil invoeren is nog kleiner dan het aantal strenggelovige christenen dat het Oude Testament als wetboek wil hanteren.

Misschien zijn angst en onvrede wel op eenzelfde manier aan te maken zoals de behoefte aan een nieuw commercieel product. Opeens wil je ook dat dat elektrische schuifdak, opeens beschouw je het als vanzelfsprekend dat je kunt kiezen tussen veertig soorten yoghurt.  Opeens zie je dat je in een grauw land woont met een heersende klasse die sociaal-democratie met de mond belijdt? Is dat het?

Onlangs zat ik vast in het Brusselse verkeer -dat kunnen de Belgen leren van de Amsterdammers, steden autovrij maken. De chauffeuse woont samen met een Marokkaan. Ze begreep de Wildersianen niet. ‘Al er in West-Europa ergens geïntegreerde moslims wonen, is het wel in Nederland.’ Dat zou kunnen. Maar dat maakt de onvrede in Nederland alleen maar onbegrijpelijker. Ideeën? Die comment-functie onderin staat er niet voor niets.

Boeddha bij de Blokker

Nu in Nederland het Calvijnjaar in al zijn decadente hevigheid is losgebarsten, zal het voor zijn aanhangers hard labeur zijn dat een andere godsdienst met stille gebedstrommel zijn opmars maakt en alles bedekt in karmozijnrode gewaden: het boeddhisme. Althans de Happy Meal-variant. Bij de Blokker zijn de glimlachende, zittende mannetjes niet aan te slepen. Cursussen mindfulness worden en masse bezocht door managers en studenten. Zitkussens worden rond en vol met boekweitdopjes. De gebedskralen sieren de bikini’s en topjes op het terras.

De volgelingen zouden in Nederland al met een kwart miljoen zijn. Commentatoren kunnen dan ook hun lol niet op door te zeggen dat Wilders tegen de verkeerde tsunami dammen opwerpt.  Al bekt hang- of straatboeddhist nog niet echt lekker.

Vandaag bezoekt de dalai lama – u weet wel, die meneer die tegen de slachtoffers van de New Orleans-overstroming  zei dat het een kwestie van karma was- zijn nieuwe wingebied. Ondanks de nodige kritiek krijgt hij geen hoofdknik van de premier. Een ontmoeting tussen beide brillendragers was te politiek beladen. De minister van Buitenlandse Zaken en wat Kamerleden kunnen wel wetenswaardigheden uitwisselen met de kale sidekick van Richard Gere.

Mede vanwege de aandacht voor het groeiend aantal mensen dat zichzelf boeddhist noemt, kreeg de komst van de dalai lama meer ruchtbaarheid dan gebruikelijk. En dus niet primair vanwege de voortdurende Chinese inbreuk op godsdienst- en andere vrijheden in Tibet. Toch is er ook kritiek. Cabaretier Freek de Jonge hekelde het seksisme en anti-democratische gehalte van de Tibetaanse ideologie. In de tv-programma’s die de geestelijk leider aandeed, kwam hij over als ‘een man die lachte om zijn eigen grapjes’, aldus De Volkskrant.

Of het gedachtegoed van prins Gautama een lang leven zal beschoren -geen grappen over reïncarnatie- is maar de vraag. Een Nederlandse boeddholoog  zegt dat het getal van 250.000 boeddhisten nergens op gebaseerd is en vooral omhoog wordt gehouden door belanghebbenden als de Boeddhistische Omroep. Misschien is Boeddha voor de jaren nul wat Bhagwan was voor de jaren tachtig. Toen had iedere middelgrote Nederlandse stad wel een Bhagwan-restaurant of discotheek. En nu, nu noemt alleen Ramses Shaffy zich nog een sannyasin. Maar hij bereikte de verlichting dan ook al enkele flessen geleden.

Meneertje Kersenpit in de poepfabriek

Het woord stond er altijd een beetje verdwaald bij. Iets uit een vorige tijd, toen mensen nog te weinig van de wereld wisten en daarom nog spirituele krachten konden vermoeden in stopcontacten. Het gaat om het woord ‘bibliotherapie’. In het naslagwerk Lexicon van literaire termen was het een term die de letterenstudenten niet hoefden te kennen. Bibliotherapie rook naar die creatieve therapieën  over ‘energiewegen’, ‘tot jezelf komen’,  ‘het kind herontdekken’. Nu hadden we pillen en praten.

Bibliotherapie gelooft in het geschreven of nog te schrijven woord als een therapeutisch middel. Ik waande het dood. Tot verleden week in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde een artikel verscheen met als titel:  ‘Narratieve neurologie: toegang tot de belevingswereld van de patiënt‘.  Op de vraag ‘Kan de roman een rol spelen in de spreekkamer van de neuroloog?’, antwoordden een paar specialist: ‘Ja, dankzij een goed boek of verhaal kan de belevingswereld van de neurologische patiënt duidelijker worden, zowel voor de patiënt zelf als voor de arts. Een roman is niet langer slechts een eindproduct of kunstvorm, maar kan ook een handvat bieden om ziektes en de beleving daarvan beter te begrijpen.’

Een van de auteurs, de neuroloog Joost Haan, beleed niet alleen lippendienst aan dat idee maar publiceerde onlangs drie boeken, waaronder twee bloemlezingen, één over migraine in de literatuur, en één over Parkinson. Ook schreef hij een roman over de laatste dagen van de avant-avant-gardist Alfred Jarry, de man die de term ‘enfant terrible’ een slechte naam gaf. Haan beschrijft hoe de door alcohol en verwaarlozing uitgeputte schrijver omgeven wordt door twee dokters die vechten om hun interpretatie van hoe om te gaan met een mensenleven.

meer lezen …

Het geweten van Amerika

In deze omgeving kon een heks veroordeeld worden. In de zachte belichting van de Oude Lutherse Kerk aan de Amsterdamse Singel, in gezelschap van beschaafde Amerikanen en een Nobelprijs-winnaar, was het een vreemde hersenoprisping. Tot ik besefte dat de door strenge stenen ingedeelde ruimte me deed denken aan de rechtszaal in The Crucible, een film over de heksenvervolgingen in het Salem van 1692. Verwonderlijk is dat niet. Ideologen zien hun gedachtegoed graag gestaald in architectuur. Meer dan drie eeuwen later vervaagt het onderscheid tussen een lutherse theocratie en een puriteinse.

De Amerikaanse schrijfster Toni Morrison (1931) sprak voor een publiek dat overwegend zwart en idolaat was. Ze las voor uit haar nieuwste boek A Mercy, een pastorale over het harde leven in het nog nauwelijks ontgonnen Amerika van eind zeventiende eeuw. Zoals altijd bij Morrison is het een werk dat ‘wil kijken naar de geschiedenis zonder dat je met je ogen knippert’.  Als slaven of migranten na een afschuwelijke zeereis terecht komen in het Nieuwe Land, wil deze schrijfster geen afbreuk aan de verwarring die dat met zich meebrengt. De lezer moet gedesorïenteerd raken. Haar boeken zijn vaak hard werk, de beloning is er dan ook naar.

Maar Morrison is niet alleen verhalenverteller. Ze wordt ‘Het geweten van Amerika’ genoemd. Het Obama-kamp was opgelucht toen het hoorde dat Morrison aan hun kant stond. Maar die avond in Amsterdam glimlacht ze om die last. Zonder die echter weg te wuiven.

Interviewer: ‘U bent het Geweten.’

Morrison: ‘(lachje) Ach wel, dankzij die Nobelprijs krijg je wel die betere tafel in het restaurant.’

Ze sprak over hoe haar studenten (wit én zwart) niet meer geïnteresseerd zijn in het schrijven van romans. Zelfs het discours van racisme vinden ze, in het Obama-tijdperk, niet meer interessant. En dat terwijl, aldus Morrison, het racisme hoewel kleiner, net vileiner worden. Zo zijn witte mensen de groep die het meeste voordeel hebben van het sociale zorgsysteem. Maar in de politieke discussie erover lijkt het alsof alleen zwarten er gebruik van maken. Na afloop gebeurde iets vreemds.

meer lezen …