Logo


03 september 2010 01:16

Cobra.be als startpagina

Toon de tekst in de standaard lettergrootte Toon de tekst groter Toon de tekst extra groot


Agenda:


blog/Het Leven Is Elders

Echt geen censuur?

Naar aanleiding van deze gebeurtenis .

‘Nee, ik ben niet tegen iedere vorm van censuur. Ik geloof dat in naam van het vrije woord evenveel misdaden worden begaan als door het beteugelen ervan. Ik geloof dat er censuur moet zijn.’

En dat van een man die ooit een gevangenisstraf van vier maanden boven het hoofd had hangen wegens wat bloot in een toneelstuk. Wie zei het bovenstaande? Hugo Claus. In 1968 werd Claus veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf zonder uitstel en 10.000 Belgische frank boete. Het Hof van Beroep handhaaft later de veroordeling, alleen wordt de gevangenisstraf omgezet in een voorwaardelijke. Waarom werd Papa Claus veroordeeld? Omdat hij tijdens zijn toneelstuk Masscheroen, de Heilige Drievuldigheid opvoert als drie naakte mannen en daarmee de goede zeden had geschonden.

Dit soort citaten worden vaak afgedaan als een witz van de immer schertsende en ongrijpbare duivelskunstenaar die Claus was. Jaja. Nooit begrepen waarom de moeilijke of duistere kanten van een schrijver met de mantel der liefde toegedekt moet worden. Alsof Claus zijn hele leven een knipogende opa was die wel eens wat murmelde over spleetjes. Wolkers-volgelingen kunnen er ook wat van. Waarom zou Claus dit gezegd hebben?

meer lezen …

Mijn eerste biecht

Hoewel ik een levensfase lang jaarlijks te biechten ging, heb ik nooit een zonde verklapt. Omdat mijn grootouders nog van het slag waren dat met kermis de dorpsnotabelen uitnodigde, wist ik dat de priester hardhorend was.

Tussen het dankgebed en de koude kip in gelei, verklapte de voormalige missionaris en dorpsherder dat hij soms de absolutie verleende zonder enig idee te hebben van het mispeuterde. Met mijn pas gewonnen plastic machinegeweer maaide ik wat gangsters van het buffet en verbrijzelde en passant mijn lelieblanke kinderziel.

Een paar jaar later werden we tijdens de vasten  naar de schoolkapel gesluist. Het wachten was het ergste.

meer lezen …

Dood op een eiland

Gezien de jeugd van mijn stad weer massaal vuurwerk heeft ingeslagen (zie hier), snakte ik ver weg te zijn van de warmte van mijn mededieren. Ik verlangde naar een nacht die als een zwaar deken op me zou liggen. Daarom werd het een waddeneiland. Op Vlieland mogen geen auto’s komen. Het bestaat uit één dorp.

De gigantische veerboot die naar gefrituurde snacks rook, geselde zeehonden uit de Noordzee. De eilandjongens wisten verbazend snel contact te leggen met import-leeftijdgenoten. De donkere nachten en schaarse cafés maakten je waarschijnlijk behendig en weinig kieskeurig. Aangemoedigd door de ontluikende kruisbestuivingen besloot ik een blondine aan te spreken. Ze zat al een uur naar buiten te staren. Haar ogen lagen diep en droevig. Ik bood haar een kop koffie aan. Ze schrok, sloeg af en op de vlucht. Letterlijk, ze holde het dek af. Even was ik bang dat we een springer aan boord hadden. Had ik als vastelander een gruwelijke culturele faux pas begaan? Ik checkte mijn gulp. Fatsoenlijk dichtgeknoopt. Dat kon het niet zijn.

Bij het aan wal gaan zag ik haar niet meer. Ik volgde een paar dagen het regionale nieuws maar er kwam geen prachtig doch ontzield lichaam bovendrijven. Ondertussen waren de stranden witbesneeuwd en verlaten, de zee als rollend graniet. Ik ging op de top van een duin staan, zag het wolkendek op me afdeinzen, voelde iets nietzscheaans. Ik had zin in dure beloftes maar kon niets verzinnen. ’s Nachts hoorde je alleen het dichtklappen van vossenvallen. Een invasieve exoot die hier niets te zoeken had.

In een café zat een eilander die heel hard zijn best gedaan om er als een eilander uit te zien. Rubberen laarzen, een witte zeehondensnor als twee bollen wol op zijn roodbeaderde wangen geplakt. Hij bood mij iets plaatselijks aan. Uit antropologische overwegingen zei ik ja.

meer lezen …

Uitgekakte gedachten

Nederlanders wonen in één van ’s werelds meest dichtbevolkte landen. Omdat ze daarnaast van natuurschoon houden, wonen ze vaak bij elkaar. Daarom hebben ze kleine huisjes. In die huisjes is het kleinste kamertje meestal wel heel klein. In mijn eigen huurhuis – een tussenwoning, zo hou ik me voor. O mijn God, wat hou ik me voor dat het een tussenwoning is – drukken mijn knieën tegen de wc-deur als ik die sluiten moet.

Nu vinden veel Nederlanders het zonde dat al die tijd die naar ontlasten gaat, zo nutteloos besteed wordt. We leven maar één keer en weken, misschien wel maanden van ons korte aardse verblijf, gaan op aan patatten afgieten en bruine truien breien. Daarom wordt op vele wc’s de innerlijke mens niet alleen ontlast maar ook nog eens gevormd.

Eens trof ik een wc bij een Russische immigrant die volgehangen was met Stalins, noeste fabrieksarbeiders, leesbevorderingspropaganda en een stuk of wat staatsieportretten van Poetin. Zijn koude beulsogen gaven me kippenvel op mijn billen. Zoals vaak bij Russen werd het niet duidelijk of deze installatie haat of liefde moest uitstralen.

Een studentenhuis had een tv en uitgebreide collectie pornodvd’s ter beschikking. Hey, je bent toch al in die regionen actief. Bij een fotograaf verloor ik bijna mijn bewustzijn omdat ik mijn voeten op de randen van een walmend fixeerbad moest plaatsen tijdens de daad. Om bij zinnen te blijven, probeerde ik de opgeprikte National Press Photographers Association Code of Ethics uit mijn hoofd te leren. Bij een wat stillere oud-collega kon ik me lang onledig houden met schaakproblemen.

Op bezoek bij gelovige mensen werd mijn wc-bezoek een poging tot hersenspoeling. De tegels waren verdwenen onder de creationistische folders. Mijn keutels namen de vormen aan van de leugenachtige embryo’s waarmee de evolutionisten al eeuwenlang de gelovigen een rad voor ogen voor draaien. Zelfs mijn plasbuis begon zich schuldig te voelen. Ik heb het niet nagevraagd maar ik vermoed dat ze heel weinig niet-gelovigen over de vloer kregen. Waarom zouden ze dan elke godganse morgen, avond en ander retireermomentje weer bevestigd willen zien wat ze voor heilig aannemen?

In de Gouden Eeuw deden de protestanten in Nederland een schrobdwang en reinheidscultus op als een soort combinatie van etaleren van rijkdom en soberheid inéén, aldus Simon Schama. Allicht voelt een bepaald type Nederlander zich toch een beetje schuldig als hij of zij daar maar zit lichaam te wezen op de porseleinen troon. De gorigheid moet dan bestreden met het hogere. Mutatis mutandis trok ik maar niet door bij de Darwin-haters.

Toastjes partizaan

Soms vermoed ik dat ik qua seksuele uitstraling tussen een dwergkonijn en een raffiamandje in zit. Die gedachte overvalt me als een vriendin me weer eens opbelt om als cockblock te figureren. Omdat mijn moeder zegt dat ze het altijd zo’n gedoe vindt om op links te klikken: een cockblock dient seksuele avances af te weren. Moeder, u bent er nog? Fijn.

Blijkbaar wek ik zo’n aaibare indruk dat potentiële versierders merken dat er totaal geen lichamelijke spanning zit tussen mijn avondpartner en mijzelf. Dat moet wel duiden op een langdurige relatie. Mevrouw fake vriendin kan zich dan fijn de rest van de avond wijden aan  netwerken, zichzelf voortstuwen in de vaart der volkeren of bezopen worden. Maar hey, er zijn meestal hapjes.

Het feestje in kwestie was iets cultureels. Niet iets met toegangskaartjes en een pauze, nee, het was meer socio-cultureel. De gemeente had het georganiseerd. Nu ja, een cultureel-etnische vereniging die ooit door de gemeente in het leven was geroepen en met subsidie in stand was gehouden, moest fuseren met een andere cultureel-etnische vereniging omdat ze beide jaren geld hadden gekregen maar er toch niet in geslaagd waren alle integratieproblemen in Nederland op te lossen. Bovendien waren ze ook nooit hun belofte nagekomen dat ze zouden regelen dat elke ochtend blonde elfjes frambozensap op je lippen komen druppelen om je wakker te maken.

Neenee, er moesten dingen veranderen. Gemeentemensen sloegen met hun vuist op tafel, de ondersteunende ambtenaren hoopten tevergeefs dat alles voorbij zou waaien en drie jaar later was de fusie een feit. En oh, wat zat de leut er goed in die avond.

meer lezen …

Dreunende smart

Wilt u uw ziel verbreden? Zet dan uw luidsprekers aan en druk op deze link. Klaar? Zou u kunnen omschrijven wat u nu voelt? Vrolijk, vol afkeer van het land van Balkenende, triest? Of opgelaten omdat u betrapt ben op slentersurfen tijdens het werk?

U zit op de Klara-site, dan maakt het waarschijnlijk dat deze muziek niet door het huis schalt als zoonlief een goed rapport heeft gekregen of als u een soundtrack zoekt voor die altijd spannende momenten tussen dessert en coïtus.

Dit in tegenstelling tot de mensen die hier zo van genieten dat er geen Hollands straatfeest of werkdagafsluiting voorbij kan gaan of er moet geluisterd worden naar dit genre van gehaktstaafteksten gespietst op stampvoetende beats. Hun oprechte vreugde is zo overweldigend dat ze willen dat die overslaat op de hele stad. Het is dan ook uit mensenliefde dat de muziek zo hard staat dat het bier uit het plastic trilt en glazen ogen breken in hun kas.

Dit bastaardkindje van dance en Nederlandstalige smartlap brengt op haast organische wijze de vraag naar voren: ‘Wat zou de Zuid-Afrikaanse schrijver en Nobelprijswinnaar  J.M. Coetzee hier nou van vinden?’

meer lezen …

Meisjes van Nederland

‘Een [...] collectieve eigenschap die het Nederlandse meisje wordt toegedicht betreft haar uiterlijk schoon. Men hoort daar verschillend over oordelen, maar er is een duidelijke tussen-mening die men als vriendelijk en welwillend zou kunnen omschrijven, en waarin vooral de bewondering voor de eenvoud der Hollandse vrouwen een belangrijke rol speelt.  Niet als mooi of lelijk schijnen onze meisjes het eerst aan vreemden op te vallen, maar als onbevangen, niet-geraffineerd, onopgesmukt of eindelijk positiever uitgedrukt: als ‘natuurlijk’.’

‘[...] dat de Nederlandse vrouw, om maar één voorbeeld te noemen, breder en desnoods ‘plomper’ gebouwd lijkt dan de Franse of Italiaanse, zou men veilig in verband kunnen brengen met de omstandigheid dat zij drie kwart van een jaar op straat of op het land tegen een straffe wind moet optornen waarvan zelfs onze bomen scheef zijn gegroeid.’

Uit de inleiding van Meisjes van Nederland. De foto’s zijn van Emile van Moerkerken, de inleiding van Jan Blokker (1927), een toonbeeld van columnistische degelijkheid. Het boekje verscheen in 1959 en dat is, aldus de inleider, het laatste moment in de geschiedenis dat zo’n archief aangelegd kan worden. Vlak voor de jaren zestig aanbreken, kan nog zoiets als ‘typisch Nederlands’ onderkend worden. Daarna zal al rad Hollywood, de Max Factor-industrie en de steeds snellere mobiliteit der volkeren ervoor zorgen dat aan de Hollandse genen, gewoontes en garderobe nog maar weinig Bataafs kleeft.

Als Vlaamse mannen over Nederlandse vrouwen praten, komt dat plompe ook nogal eens naar voren. Toen Hugo Claus stierf, verscheen ondermeer deze foto:

Te zien zijn de Vlaming die nooit de Nobelprijs won en de Nederlandse actrice Elly Overzier. Iemand schreef in een zekere krant dat we hier met een bijzondere vrouw te maken hebben waar Claus duidelijk van onder de invloed is. Maar verkijk u niet op haar verleidelijke operahandschoenen en katachtige blik. Deze vrouw beschikt over een stevig stel benen waardoor ze niet uit het lood valt te slaan. Een degelijk postuur waaraan Claus zich kon optrekken en die hem behoedde voor zweverij. Dat soort gelul, inderdaad. Daarom heb ik geen moeite gedaan de auteur te onthouden.

Natuurlijk bestaat de Nederlandse vrouw ondertussen uit lichaamsdelen die van over de hele wereld komen. En de meisjes wier voorouders al eeuwen in de polder wonen? Wel, het schijnt nog steeds zo te zijn dat Nederland gemiddeld de langste inwoners heeft ter wereld. Dus waar Vlamingen en Blokker ‘plompheid’ zeggen, bedoelen ze eigenlijk groot.

Als je afgaat op de geschriften van semi-professioneel vrouwenafschuimer Jan Cremer, zijn gigantische vrouwen bijzonder aantrekkelijk. Hoewel. Hij heeft het zelden over vrouwen. Meer over een soort geografische verschijnsels louter bestaande uit bergen en spelonken. Deinende heuvelruggen die overgaan in zompige mergelgrotten. Sommige mensen hebben nu eenmaal meer met geologie dan anatomie. Misschien is het aardrijkskundige penisnijd.

Lezer, u komt bedrogen uit. Als u aan het einde van deze tekst bent gekomen, heeft u waarschijnlijk doorgelezen in de hoop dat  ik mijn eigen taxonomie van de Nederlandse vrouw zou vrijgeven. En dat dan liefst in vergelijking met een paar andere nationaliteiten. Het spijt me, over een dergelijke typologie beschik ik niet. Al moet ik u wel bekennen dat mijn oprechte verwerping van clichés en mijn afkeer van het labelen van mensen soms wat geschroeid wordt door een klein nostalgisch waakvlammetje. Bij dat povere licht lees ik dan vergeelde fotoboekjes en gedateerde romans.

Het linkse gevaar

Wanneer de persvrijheid wordt aangevallen -of het nu door een waanbeeld is of een arrestatie van een journalist, dan klinkt al snel dat journalistiek een voorwaarde is voor democratie. Dat is al altijd zo geweest. En de geschiedenis leert ons… laarzenvet… en dus… afluisterpraktijken … muren…uiteindelijk… hakenkruizen…

Alleen, dat is niet altijd zo geweest. Dit schrijven Henk Blanken en Mark Deuze, respectievelijk journalist en mediawetenschapper:

‘Journalisten die zich [...] nog steeds beroepen op het beschavingsideaal van de journalistiek als bouwsteen van de moderne democratie, maken zich schuldig aan wat de historici Erik Hobsbawn en Terence Ranger the invention of tradition noemen. De journalistiek is geen eerbiedwaardige professie geworden door een cruciale rol te vervullen in de groei naar volwassenheid van de democratische natiestaat, die professionalisering heeft veel meer te maken met de voortdurende commercialisering van het beroep. De waarden en normen van de journalistiek – waarheidsvinding, objectiviteit, ethiek – ontstonden uit een behoefte van uitgevers, omroepbedrijven en adverteerders om een zo groot mogelijk publiek te bereiken. Hoe groter dat publiek, hoe groter de inkomsten. Een journalistiek die zich beroept op een kritische en democratische traditie, ‘autoproduceert’ haar eigen geschiedenis om de eigen, zorgvuldig geprivilegieerde positie te beschermen.’  ( uit het hun boek PopUp. De botsing tussen oude en nieuwe media- 2007)

meer lezen …

Zo dik en hard

‘Zo dik en hard dat ze maar blijft kreunen’, ‘Re: ze is nat en klaar’, ‘Tart de grenzen met een groter orgaan’, nee, het is zijn niet de subject lines van uw spammap. Het zijn de hoofdstuktitels van de erotische roman Genade. Een debuutroman van iemand die zich verschuilt achter de naam Tina Weemoed. De uitgever prijst deze auteur aan als iemand die ’seks voor het eerst vanuit vrouwelijk perspectief beschrijft’. Je voelt al meteen – sorry – nattigheid. Want erotiek voor en door vrouwen, is al langer onder ons. Melissa P., Pauline Réage, Irene González Frei, Lydia Rood, godbetert. En natuurlijk moeder Nin.

Anaïs Nin begon met het roosgevingerde werk op aanvraag van een anonieme verzamelaar. Maar het was hem allemaal niet ranzig genoeg. Nin -leest iemand nog haar ‘reguliere’ romans?- ging stug door met het weven van haar literaire netkousen. Haar verhalen getuigen van verlangens, niet van ejaculatie. Gelukkig want een onomatopee volstaat voor die laatste handeling. Zet u vooral in de comments welke.

Ondanks de hoofdstuktitels van Genade is het geen werk in de trant van Ontucht in de kostschool of De pizzajongen kwam te vroeg. De lezer krijgt een tranche de vie van een libidineuze veertigster in Amsterdam. Manlief wordt flink bedrogen maar dat staat een goed gezinsleven niet in de weg. Hoogtepunten zijn de erotische herinneringen aan een incestueuze oom en een leraar met de hands on-aanpak. En wat is de roman toch heerlijk Nederlands. Dat betekent dat er na een rencontre nog even naar warenhuis de Bijenkorf gefietst moet om een kaascroissant. Hoewel de goedgeschreven seksscènes je niet om de oren vliegen in de Nederlandstalige literatuur, is dat niet de reden waarom de roman boven de boekenzee is getild. Neenee, er komen namelijk bekende mensen in voor. Echte.

meer lezen …

Monster Milosevic

‘Do you have any electronic devices on you?’
‘Nee.’
‘What is the purpose of your visit?’
‘Ik kom het Milosevic-proces verslaan.’
‘No laptop?’
‘Nee. Wacht, ik heb een opname-apparaatje.’
‘(zucht). I ask you again, do you have any electronic devices on you?’
‘Wel, een opname-apparaatje dus.’
‘Move along, sir.’

Hoewel haar accent geen twijfel liet bestaan over haar Nederlandse nationaliteit, verkoos de agente het Engels vol te houden. Ik neem aan dat haar linguïstische stugheid net als haar uniform het haar makkelijker zou maken als ze me zou moeten neerknuppelen. Zou ze ook ‘Freeze!’ roepen als ik vuurwapengevaarlijk werd?

Het Milosevic-proces was al twee jaar gaande. Het persbureau waar ik voor werkte, was het enige Nederlandse medium dat nog de moeite nam om verslag te doen van iedere millimeter aan bloederige geschiedenis die werd blootgelegd. De juridische precisie begon in te dikken tot archeologische traagheid. Het recht moest zijn gang hebben. Het recht kreeg een labyrint.

In het Haagse museumkwartier forensde een gepantserde colonne tussen gevangenis en Joegoslavië-tribunaal. Milosevic, die er niet als een monster uitzag, zat bij zijn eigen rechtszaak als een bloemist bij de veiling. Wachtend tot er een kansje langs komt. Omdat hij het vredestribunaal niet erkende, had hij geen advocaat. Een griffier stond hem bij. Met de makke neerbuigendheid van een sommelier die een cola uit de kelder haalt. Een dikke glazen wand scheidde het Hof van journalisten en schoolreisjes.

meer lezen …