Logo


11 februari 2012 01:35

Cobra.be als startpagina

Toon de tekst in de standaard lettergrootte Toon de tekst groter Toon de tekst extra groot


Agenda:


blog/Het Leven Is Elders

Iedereen naar het museum

Mach mit!

“Papa, het is goed dat wij soms ook eens alleen op stap gaan. Dan hebben we geen gezaag aan ons hoofd.” Soms klinkt Jana met haar vier jaar al veel ouder, zeker nu ze na amper twee maanden al Duitse woorden suggereert als ik er niet meteen opkom.

Omdat het MACHmit!-Kindermuseum pas vanaf 4 jaar interessant wordt, hadden we vandaag zo’ n dochter-vaderdagje. Een meedoemuseum, dat betekent al spelend leren, en vooraleer een museum me ervan kan overtuigen dat zoiets kan, moet het bij mij al een flinke dosis scepticisme overwinnen. Ik kan niet zeggen dat het helemaal gelukt is, maar ik kan wel zeggen dat we een erg fijne dag hadden.

We klommen op een gigantisch klimrek, Jana knutselde een deurhanger en een mobiel in de vorm van een gans, we ontdekten tweehonderd jaar oude slaapliedjes, verdwaalden in een spiegelpaleis en werden heel klein op een grote stoel. Museum? Dat klinkt toch meer als een speelhol, hoor ik je zeggen. En ik spreek je niet tegen. Er was ook een tijdelijke tentoonstelling over ‘slapen en dromen’, een hele mooie oude zeepwinkel en een nog oudere drukkerij. Jammer genoeg loop je daar verloren zonder de educatieve begeleiding die schoolklassen krijgen.

Ik was vooral onder de indruk van de herbestemming van de Eliaskerk in Prenzlauer Berg, waarin het museum gehuisvest is. Prenzlauer Berg is al een tijdje het jongste deel van Berlijn, waar het straatbeeld bepaald wordt door jonge koppels met buggy’s en kinderwagens. Een populair café heeft er deze week zelfs een kindervrije zone geopend. Zo komen ook diegenen die in alle rust iets willen drinken voor tien uur ’s avonds weer aan hun trekken.

Berlinische Galerie

Enkele dagen eerder was ik geheel kinderloos op de opening van de nieuwe tentoonstelling in de Berlinische Galerie. Hoewel hier dan weer het woord ‘museum’ in de naam ontbreekt, gaat het om een van de interessantste musea van Berlijn. Het is een museum dat nog durft te experimenteren en in de loop van zijn jonge geschiedenis ondanks een zeer krap budget een indrukwekkende collectie moderne kunst heeft verzameld. De privévereniging die aan het museum ten grondslag ligt, bestaat nog maar sinds 1975 en op de huidige locatie vlakbij het joods museum begon het verhaal van de Berlinische Galerie pas in 2004.

GASAG

De huidige tentoonstelling stelt het kunstbezit van de privéfirma GASAG centraal, dat voor minstens twintig jaar aan de Berlinische Galerie wordt uitgeleend. GASAG is een grote gasleverancier die met zijn project ‘Kunst im Bau’ een voorbeeld mag heten voor vele firma’s. In hun Shell-Haus bouwden ze een fantastische collectie moderne kunst van Berlijnse kunstenaars op. Die collectie was zeer eng met de locatie verbonden en werd vaak zelfs speciaal voor de locatie gemaakt. Om allerlei redenen die hier niet ter zake doen, verhuist het bedrijf binnenkort.

Voor sommige kunstwerken die niet uit het gebouw te verwijderen zijn , kan je alleen hopen dat de nieuwe huurder van het Shell-Haus een even grote kunstliefhebber is. De werken die wel transporteerbaar zijn, werden nu dus als geheel aan de Berlinische Galerie uitgeleend. Soms is zoiets een vergiftigd geschenk: de eigenaar wil zijn kunstwerken opwaarderen door een passage in het museum en moet intussen zelf niet instaan voor het onderhoud.

GASAG heeft ook op dat vlak een voorbeeldfunctie als je weet dat het alle restauratie-, depot- en verzekeringskosten op zich neemt en geen expositievoorwaarden aan deze leenschenking verbindt. Toch legt de schenking het GASAG ook geen windeieren. Het bedrijf komt met zijn kunstpolitiek al jaren ontzettend positief in het nieuws. Steeds vaker willen bedrijven zich inschakelen in deze positieve spiraal, nu zelfs meer dan twintig procent van Berlijns bruto nationaal (nu ja, stedelijk…) product uit kunst en cultuur komt. De tendens is overigens nog steeds stijgend. Hopelijk is Berlijn ook op dat vlak een voorloper.

Berlin Transfer

Maar het belangrijkste blijft natuurlijk de tentoonstelling zelf en daarvoor was er op de opening alvast ontzettend veel belangstelling. Aan de openingsreceptie kan het niet liggen, want die werd afgeschaft omdat er met het beperkte budget beter kunst dan slechte wijn kan worden gekocht. Je kan het museum geen ongelijk geven.

In “Berlin Transfer” wordt de GASAG-collectie geconfronteerd met recente aankopen van de Berlinische Galerie zelf. De collecties zijn zeer complementair omdat ze dezelfde focus op het hedendaagse Berlijnse kunstgebeuren hebben. In een vrij organische tentoonstelling van 80 werken van meer dan 50 kunstenaars krijg je in vijf thema’s een mooi overzicht van de caleidoscopische Berlijnse verscheidenheid in de hedendaagse kunst. De presentatie toont soms enkel wanorde, maar af en toe ook een reflectie op die verscheidenheid.

Zelfs het grootste minpunt van de tentoonstelling kan een pluspunt zijn. Soms zie je op foto’s hoe de werken van de GASAG-collectie gepresenteerd werden in het Shell-Haus. Sommige werken verliezen door de andere context duidelijk aan esthetiek en relevantie. En net dat is iets waarover je nooit zou nadenken als ze niet verplaatst waren.

Tot 24 mei heb ik nog de tijd om de tentoonstelling ook met Jana te bezoeken. Niet elk museum moet een meedoemuseum zijn.