Een Italiaans dichter in Varese/Brussel
17 maart 2010Uit Brussel komt er een nieuwsbrief van Passa Porta. Daar loopt in maart een tentoonstelling van kunstenaar Richard Venlet die gedichten van de Italiaanse dichter Fabio Scotto over de Dansaertbuurt een plaats moet geven. Brussel heeft niet één stadsdichter – hoeveel talen zou die wel niet moeten kennen- maar de organisatie Het Beschrijf nodigde verschillende dichters uit alle streken van België en ver daarbuiten uit om telkens over een bepaalde buurt van ons aller hoofdstad iets te schrijven.
En de Italiaanse dichter blijkt uit mijn streek in Italië te komen, uit Varese, de dichtstbijzijnde stad voor ons, waar ik al bijna niet meer naartoe ga, omdat er toch geen fatsoenlijke boekhandel is. Nu is er dus een dichter gesignaleerd … Misschien wil hij mij wel in zijn stad wegwijs maken zoals hij mijn stad heeft verkend?
In de beste boekhandel van de stad kan ik alleen het laatste boek uit zijn uitgebreide oeuvre kopen, ‘A riva’, poëtisch proza waarin de schoonheid van het merengebied wordt bezongen: ‘Un lago è il grande occhio della terra …’, een meer is het grote oog van de aarde, kristallijn van kleur, met af en toe een traan door de wind of door een bruusk afscheid; een oog dat niet ziet, maar je op elk uur van de dag in de gaten houdt.
Na het lezen hiervan verwondert het me niet dat hij meteen als we elkaar ontmoeten benadrukt dat hij eigenlijk niet van deze stad houdt, maar wel van de meren in de buurt. ‘Vooral ook vanwege de politieke evolutie hier … ‘, zegt hij bedroefd. We lopen over het Garibaldiplein en hij wijst mij op de vlag van Lega Nord, die aan het balkon van de partijzetel hangt. ‘Garibaldi was voor de eenheid van Italië. Zij willen de onafhankelijkheid van het noorden. Het is geen toeval dat ze hier hun vlag komen planten.’ Ik had me voorgenomen om het niet over politiek te hebben, maar net zoals bij veel andere Italianen die ik tegenkom, is het gewoon niet te stuiten, zo verontwaardigd zijn ze over de gang van zaken in het land. Scotto legt uit dat hij eigenlijk van Sardische afkomst is, uit een familie van zeelui, die wel vaker in havens buiten Sardinië de liefde van hun leven tegenkwamen en er zich dan vestigden. Zijn vader was de eerste in de familie die geen zeeman werd. Hij kwam als jurist in Varese terecht.
“Ik heb dus ook zuiders bloed in mij, zoals bijna alle Italianen. Al dat gepraat over een zuivere noordelijke cultuur is dan ook onzin. De mensen hebben hier altijd pizza’s gegeten en tango gedanst.” Met hart en ziel pleit Fabio Scotto voor de vermenging, voor het ‘onzuivere’, zoals hij zelf in zijn gedichten onder andere soms Frans en Italiaans combineert, of poëzie en proza. Geen wonder dat hij tijdens zijn verblijf in Brussel een gedicht heeft gewijd aan het Zinneke, het hondje dat de Brusselse bastaardidentiteit symboliseert, en waarvan er een beeld in de Kartuizerstraat staat:
“Zijn linkerachterpoot in de lucht
pist de bastaard op de kasseien
de Kartuizerstraat
Zinneke, een van ons
Wie weet waar vandaan
Wie weet waarheen gegaan
(vert. Sandra Verhulst)”
Ja, aan Brussel heeft hij een nieuwe liefde overgehouden. ‘Ik ging er naartoe met de vooroordelen van een Fransman, want ik ben professor Franse literatuur, maar na een week rondlopen en allerlei lieve mensen ontmoeten, van een minister tot politieke vluchtelingen, ben ik er helemaal door betoverd.’
En ik denk aan het gedenkteken op de Anspachlaan waar Scotto waarschijnlijk onopgemerkt langs is gelopen, dat ik zelf ook pas heb opgemerkt, en dat een huis aanduidt waar Giusseppe Mazzini, één van de belangrijke geestelijke vaders van het eengeworden Italië, in ballingschap verbleef.
Tja, hoe vaak denk ik niet bij mezelf: de aarde is echt wel rond …




Laatste reacties