En nog elders
12 juni 2008Even weg uit D.C. voor een interdisciplinair congres over ‘Netherlandic Studies’, georganiseerd door de Amerikaanse vereniging voor ‘Netherlandic Studies’, AANS, afgelopen week in Chapel Hill, North Carolina. Merkwaardige congressen zijn dat: Nederlanders, Vlamingen en Amerikanen die van Nederlandse afkomst zijn of er langdurig gestudeerd hebben spreken dagenlang met elkaar over de cultuur en taal van de Lage Landen (en Zuid-Afrika en de ex-kolonies) en ze doen dat… in het Engels. Tijdens de koffiepauzes (goede bakkers hebben ze daar in Chapel Hill, voorwaar geen evidentie in dit land) wordt er veelal Nederlands gesproken, maar zodra de lezingen, panels en discussies beginnen schakelt iedereen al dan niet gezwind over op de taal van het gastland. Of dat de academische kwaliteit ten goede komt is lang niet altijd duidelijk, maar het klinkt natuurlijk allemaal reuze-internationaal.
En zo leren we dus van alles bij over de schilders uit de Gouden Eeuw, ‘bruine’ Afrikaanstalige schrijvers en de geschiedenis van Hollandse dialecten. Ook in deze uithoek onvermijdelijk: oeverloze discussies over de Nederlandse identiteit. Tijdens de 2 ‘key note’-lezingen ging het echter vooral over de intrigerende complexiteit van Belgische identiteiten. Zo vertelde de Nederlander Michiel van Kempen een intrigerend verhaal over de familiegeschiedenis van zijn twee Surinaamse adoptiefkinderen die hij samen met zijn Aalsterse vrouw in het Frans en Nederlands opvoedt in Namen. En Geert van Istendael ging uitvoerig in op de taalkundige rijkdom van en in Brussel.
Buiten heerste intussen een hittegolf (inclusief ozonalarm) die letterlijk de adem benam. Gelukkig ging het congres door in een wonderlijk modern universiteitsgebouw – normaal gezien nochtans een oxymoron, want de meeste moderne campusgebouwen die ik ken zijn onleefbare, slecht verwarmde, slecht verluchte of volstrekt onpraktische gedrochten. Dit Fedex Global Education Center is niet alleen een uitzonderlijk geslaagd voorbeeld van samenwerking met de privé-sector, het is bovenal een ecologisch verantwoord, prachtig uitgelicht gebouw met een prima akoestiek en aangename proporties. Een moderne aanwinst op een van de mooiste campussen die ik ooit bezocht. “A slice of heaven” noemde een Amerikaanse collega die campus van Chapel Hill en daar is geen woord van overdreven. In North Carolina investeren de staat en de gemeenschap in hun hoger onderwijs en met resultaat.



Laatste reacties