blog/Het Leven Is Elders

Categorie: 'Berlijn'

Iedereen naar het museum

07 / 03 / 2010

Mach mit!

“Papa, het is goed dat wij soms ook eens alleen op stap gaan. Dan hebben we geen gezaag aan ons hoofd.” Soms klinkt Jana met haar vier jaar al veel ouder, zeker nu ze na amper twee maanden al Duitse woorden suggereert als ik er niet meteen opkom.

Omdat het MACHmit!-Kindermuseum pas vanaf 4 jaar interessant wordt, hadden we vandaag zo’ n dochter-vaderdagje. Een meedoemuseum, dat betekent al spelend leren, en vooraleer een museum me ervan kan overtuigen dat zoiets kan, moet het bij mij al een flinke dosis scepticisme overwinnen. Ik kan niet zeggen dat het helemaal gelukt is, maar ik kan wel zeggen dat we een erg fijne dag hadden.

We klommen op een gigantisch klimrek, Jana knutselde een deurhanger en een mobiel in de vorm van een gans, we ontdekten tweehonderd jaar oude slaapliedjes, verdwaalden in een spiegelpaleis en werden heel klein op een grote stoel. Museum? Dat klinkt toch meer als een speelhol, hoor ik je zeggen. En ik spreek je niet tegen. Er was ook een tijdelijke tentoonstelling over ‘slapen en dromen’, een hele mooie oude zeepwinkel en een nog oudere drukkerij. Jammer genoeg loop je daar verloren zonder de educatieve begeleiding die schoolklassen krijgen.

Ik was vooral onder de indruk van de herbestemming van de Eliaskerk in Prenzlauer Berg, waarin het museum gehuisvest is. Prenzlauer Berg is al een tijdje het jongste deel van Berlijn, waar het straatbeeld bepaald wordt door jonge koppels met buggy’s en kinderwagens. Een populair café heeft er deze week zelfs een kindervrije zone geopend. Zo komen ook diegenen die in alle rust iets willen drinken voor tien uur ’s avonds weer aan hun trekken.

Berlinische Galerie

Enkele dagen eerder was ik geheel kinderloos op de opening van de nieuwe tentoonstelling in de Berlinische Galerie. Hoewel hier dan weer het woord ‘museum’ in de naam ontbreekt, gaat het om een van de interessantste musea van Berlijn. Het is een museum dat nog durft te experimenteren en in de loop van zijn jonge geschiedenis ondanks een zeer krap budget een indrukwekkende collectie moderne kunst heeft verzameld. De privévereniging die aan het museum ten grondslag ligt, bestaat nog maar sinds 1975 en op de huidige locatie vlakbij het joods museum begon het verhaal van de Berlinische Galerie pas in 2004.

GASAG

De huidige tentoonstelling stelt het kunstbezit van de privéfirma GASAG centraal, dat voor minstens twintig jaar aan de Berlinische Galerie wordt uitgeleend. GASAG is een grote gasleverancier die met zijn project ‘Kunst im Bau’ een voorbeeld mag heten voor vele firma’s. In hun Shell-Haus bouwden ze een fantastische collectie moderne kunst van Berlijnse kunstenaars op. Die collectie was zeer eng met de locatie verbonden en werd vaak zelfs speciaal voor de locatie gemaakt. Om allerlei redenen die hier niet ter zake doen, verhuist het bedrijf binnenkort.

Voor sommige kunstwerken die niet uit het gebouw te verwijderen zijn , kan je alleen hopen dat de nieuwe huurder van het Shell-Haus een even grote kunstliefhebber is. De werken die wel transporteerbaar zijn, werden nu dus als geheel aan de Berlinische Galerie uitgeleend. Soms is zoiets een vergiftigd geschenk: de eigenaar wil zijn kunstwerken opwaarderen door een passage in het museum en moet intussen zelf niet instaan voor het onderhoud.

GASAG heeft ook op dat vlak een voorbeeldfunctie als je weet dat het alle restauratie-, depot- en verzekeringskosten op zich neemt en geen expositievoorwaarden aan deze leenschenking verbindt. Toch legt de schenking het GASAG ook geen windeieren. Het bedrijf komt met zijn kunstpolitiek al jaren ontzettend positief in het nieuws. Steeds vaker willen bedrijven zich inschakelen in deze positieve spiraal, nu zelfs meer dan twintig procent van Berlijns bruto nationaal (nu ja, stedelijk…) product uit kunst en cultuur komt. De tendens is overigens nog steeds stijgend. Hopelijk is Berlijn ook op dat vlak een voorloper.

Berlin Transfer

Maar het belangrijkste blijft natuurlijk de tentoonstelling zelf en daarvoor was er op de opening alvast ontzettend veel belangstelling. Aan de openingsreceptie kan het niet liggen, want die werd afgeschaft omdat er met het beperkte budget beter kunst dan slechte wijn kan worden gekocht. Je kan het museum geen ongelijk geven.

In “Berlin Transfer” wordt de GASAG-collectie geconfronteerd met recente aankopen van de Berlinische Galerie zelf. De collecties zijn zeer complementair omdat ze dezelfde focus op het hedendaagse Berlijnse kunstgebeuren hebben. In een vrij organische tentoonstelling van 80 werken van meer dan 50 kunstenaars krijg je in vijf thema’s een mooi overzicht van de caleidoscopische Berlijnse verscheidenheid in de hedendaagse kunst. De presentatie toont soms enkel wanorde, maar af en toe ook een reflectie op die verscheidenheid.

Zelfs het grootste minpunt van de tentoonstelling kan een pluspunt zijn. Soms zie je op foto’s hoe de werken van de GASAG-collectie gepresenteerd werden in het Shell-Haus. Sommige werken verliezen door de andere context duidelijk aan esthetiek en relevantie. En net dat is iets waarover je nooit zou nadenken als ze niet verplaatst waren.

Tot 24 mei heb ik nog de tijd om de tentoonstelling ook met Jana te bezoeken. Niet elk museum moet een meedoemuseum zijn.

Berlinale

19 / 02 / 2010

berlinale2

Berlinale1Thuis

Acht weken wonen we nu in Berlijn en we voelen ons al helemaal thuis. Jana, onze oudste dochter, gaat al enkele weken naar de kleuterklas en vindt het doodnormaal dat iedereen Duits spreekt. Zelf lijkt ze op Jean-Marie Pfaff in zijn gloriedagen: “Das kind hatte geboortedag und er was taart und wir haben liedjes gesungen”. Mira kan niet wachten tot ze binnen enkele weken ook naar de kleuterklas mag en oefent ook al volop Duits. Ik weet nog niet helemaal wat ik ervan moet denken nu ze mij af en toe ‘Vati’ noemt. Dat ze bij het middageten “noch ‘toffelen bitte” vraagt, vind ik wel schattig. Ondertussen volgt Truus een ‘Intensivkurs’ Duits. Volgens mij en volgens iedereen die ze hier spreekt, is dat niet nodig, maar het taalkundige bloed stroomt waar het niet gaan kan. Mijn integratie bestaat er vooral in dat ik niet thuis aan mijn bureau blijf zitten. Ik combineer het schrijven met een vergelijking van de zeer talrijke bibliotheken en een zoektocht naar het beste Berlijnse koffiehuis.

Ik had kunnen bloggen over de ‘Lange Nacht der Museen’, over mijn korte ontmoeting met James Ellroy of over de uitreiking van de ‘Alice Salomon poëzieprijs’ aan Valeri Scherstjanoi, maar dezer dagen moet alles wijken voor de Berlinale en is de Potsdamer Platz, het epicentrum van het festival, ook mijn vaste stek. Daar in België hebben jullie uiteraard al uitgebreid kunnen lezen over de nieuwe Polanski en de nieuwe Scorsese. In de blog van Ruben Nollet vind je bovendien interessante achtergrondinformatie bij enkele films. Ik zeg enkel dat ik voorlopig vind dat ‘Submarino’ van Vinterberg (ja, die van ‘Festen’) de gouden beer moet winnen. Voor de rest laat ik dat deel van het festival graag helemaal over aan de professionals.

berlinale2De rode loper

Mijn persoonlijke teller staat ondertussen op meer dan 20 films met nog ruim drie dagen te gaan. Kwantiteit is niet alles, maar geeft wel de gelegenheid om meer dan alleen de competitiefilms te ontdekken. Ik moet toegeven dat die competitiefilms en een bezoek aan het gigantische Berlinale Palast met 2000 zitplaatsen een wezenlijk deel zijn van het Berlinalegevoel. Het is heel vreemd, maar ook aangenaam om over de rode loper te lopen, waarlangs horden fans en vijf rijen fotografen opgesteld staan. Het nietige besef dat ze niet voor jou komen, maar daar enkel staan omdat je vijf minuten voor pak weg Ben Stiller of Leonardo DiCaprio aankomt, verandert niets aan dat bizarre gevoel. Voor de rest geniet ik toch het meest van de sfeer van de Berlinale in de oudere bioscoopzalen met een heel eigen charme, waar ik toevallig verzeild geraak omdat een andere film allang uitverkocht is of enkel en alleen omdat de, vaak Duitse titel, me aanspreekt.

Heimat

De nieuwe Duitse Heimatfilm is een trend, zowel op televisie als in de bioscoop. Op ZDF wordt elke maandag een degelijke moderne televisiefilm getoond waarbij de locatie een belangrijk deel van het verhaal is. Op deze Berlinale vallen de films in en over Berlijn op, waarbij het ongelofelijk is dat het telkens om dezelfde stad gaat die wordt getoond. Het contrast tussen de komedie ‘Die Friseuse’ en de rauwe documentaire ‘Neukölln Unlimited’ kan bijvoorbeeld niet groter zijn. Mijn favoriet is ‘Boxhagener Platz’, een film in de traditie van ‘Sonnenallee’ en ‘Goodbye Lenin’ die de DDR in al zijn onvolkomenheid en ellende portretteert en toch ontzettend geestig is.
Maar dé ontdekking is voor mij een documentaire van een nog niet eens afgestudeerde Jan Raiber over de zoektocht naar zijn biologische vader en dus over zichzelf. Op zich lijkt het thema van ‘Alle meine Väter’ zo afgezaagd en zo particulier dat het geen kat interesseert, maar de ontwapenend intelligente aanpak, de vreemde onvoorziene wendingen in het verhaal en de dramaturgisch geniale montage maken van deze documentaire een universeel en ontroerend verhaal. Ik hoop dat het Vlaamse publiek ‘Alle meine Väter’ ook ooit te zien krijgt.

En zeggen dat er nog ruim drie dagen overblijven om nog veel meer te ontdekken. Vanaf maandag keer ik dan terug uit mijn parallelle wereld en toon ik mijn gezin dat ‘Vati’ in de realiteit ook nog bestaat.

So Sonntag

01 / 02 / 2010

berlijn in de sneeuw

De ijspegels aan onze dakgoot en de sneeuw op ons balkon raken elkaar bijna. Berlijn twijfelt tussen zondagse sneeuwpret en een landerige dag rond koffietafel en televisie.Een televisie hebben we hier nog niet, anders zouden we de dag zeker afsluiten met een typisch zondagse aflevering van Tatort. Net zoals in Vlaanderen, staat de zondagavond op televisie hier vaak voor fictie van eigen bodem.

Over Tatort (dan nog liefst geaffecteerd Frans uitgesproken “Tà-tòr”) wordt in ons Vlaanderen vaak smalend gedaan en liefst denkt men dan terug aan de meest houterige afleveringen van Derrick. Maar een aflevering van Tatort is niet zomaar een krimi. Het is een televisiefilm van anderhalf uur, waar de grootste regisseurs, scenaristen en acteurs met plezier aan meewerken. Voor velen was Tatort een opstapje naar Hollywood, denk maar aan pak weg Wolfgang Petersen. Met een budget per aflevering waar de meeste filmregisseurs bij ons enkel van kunnen dromen en met voor sommige prestigieuze afleveringen een draaitijd waarin zo ongeveer een volledig seizoen van Witse ingeblikt wordt, is het maken van Tatort natuurlijk geen straf. En met 7 miljoen kijkers en uitgebreide kritische recensies van niveau in alle kranten, lijkt het alsof we nog lang zullen kunnen blijven kijken.

Wees gerust, ik houd verder geen pleidooi voor de bij ons verguisde Duitse televisie. In de metro wordt hier deze week vooral gepraat over DSDS (Deutschland sucht den Superstar of Idool in het kwadraat).

Maar soit, nog geen televisietoestel dus. En de sleeën zijn uitverkocht. Gelukkig is Jana ook tevreden met een plastic zak. Dat glijdt minstens even goed. En de sneeuwmannen worden aangekleed met de inhoud van de carnavalkist, al wordt het voor Mira al snel veel te koud. Kamiel laat het met de glimlach allemaal aan zich voorbijgaan.

Na koffie en gebak zijn de sneeuwmannen, euh, ondergesneeuwd. Op de planning stond een bezoek aan het kindermuseum, maar dat wordt verschoven naar volgende week. Het museum loopt niet weg. Maar er is zo veel dat wel wegloopt. De concerten, films, tentoonstellingen en theaterstukken die we missen, zijn onherroepelijk voorbij. Nog minder dan vroeger in Gent mogen we daarbij stilstaan omdat we hier een nog kleinere fractie van het aanbod kunnen zien. Volop kiezen en genieten van de keuze, dat is de boodschap.

Truus koos vanochtend, notoire agnost die ze is, voor een eucharistieviering in de Dom. Niet zozeer voor de neo-barokke architectuur of bij plotse hoge nood aan gebed, maar voor de opluistering door het Staats- und Domchor onder leiding van Kai-Uwe Jirka met de nadruk op de liturgische werken van Felix Mendelssohn Bartholdy. En zo werd het toch nog een bijna religieuze ervaring: door de sneeuw naar huis ploegend in het centrum van een zo goed als verlaten wereldstad waar zich 10 dagen eerder honderdduizenden mensen verzamelden om het voorbije decennium af te sluiten, met een serene stilte waarin enkel in Truus’ hoofd die zoetgevooisde mannenstemmen naklinken.

En dat heb ik gemist. De volgende keer gaan we samen en nemen we de kinderen gewoon mee. Alleen jammer dat de meeste concerten na kinderbedtijd zijn…

Gezocht wordt: een betrouwbare Berlijnse babysit voor drie schatten van kinderen. Of het wordt minstens voor één van ons toch elke week Tatort.