Logo


03 september 2010 01:04

Cobra.be als startpagina

Toon de tekst in de standaard lettergrootte Toon de tekst groter Toon de tekst extra groot


Agenda:


blog/Het Leven Is Elders

Categorie: 'Berlijn'

Waldbühne

24 / 08 / 2010

Na een bezoekje aan het goede oude België en heel wat fijne avonden met vrienden en familie, zomeren we gewoon verder in Berlijn. De hele stad blijft in een zonnige stemming, ook al begint het nieuwe schooljaar hier deze week al. We moesten er gewoon op letten om in de laatste vakantiedagen niet al te veel hooi op onze ontspanningsvork te nemen. Een dag met een straattheaterfestival, een bezoek aan de Temporäre Kunsthalle, een picknick en een waterspeeltuin werd dus afgewisseld met een dag verpozen aan een meertje. Ook ’s avonds kunnen we tegenwoordig uitstapjes maken, want we hebben eindelijk een goede babysit gevonden. lees meer …

De Muur

14 / 07 / 2010

Wie Berlijn zegt, zegt Muur. De stad zal voor altijd verbonden blijven met de Muur die haar meer dan achtentwintig jaar lang in twee delen splitste.

Toen ik hier voor het eerst was, meer dan tien jaar geleden, herinnerde weinig aan die Muur. Voor bezoekers althans. De bewoners konden de braakliggende terreinen en troosteloze grenswoningen midden in de stad nog duiden en die vreemde stedenbouwkundige kronkels lieten voor hen een blijvend wrang gevoel achter. Maar toeristen moesten zich al goed informeren om de route van de Muur te kunnen reconstrueren.

Ondertussen is er zeer veel veranderd.

lees meer …

De schaamte voorbij

10 / 06 / 2010

Meer

Berlijn maakt zich op voor het WK Voetbal in Zuid-Afrika. De Duitse Mannschaft is, in tegendeel tot onze Rode Duivels, geselecteerd en verkondigt in topvorm te zijn. Het volk gelooft dat graag, de commercie ook. Overal worden grote schermen geïnstalleerd, feestjes voorbereid en bier gekoeld. De Duitse driekleur verschijnt opvallend in het straatbeeld: je kan tv-dekentjes en koffiekopjes, autospiegelbekleding en worsten kopen in de driekleur. Onze kinderen kwamen thuis met tijdelijke tattoos met de Duitse vlag op hun wangen. In de winkel zag ik WK-yoghurt: grasgroene yoghurt met zwart-witte cornflakesvoetballetjes. Ik ga er toch nog eens over nadenken of we ons echt mee in de gekte storten.

Ondertussen verplaatst het stadsleven zich omwille van de tropische temperaturen naar de honderden meren in en rond Berlijn. Daar doen we wel met veel plezier aan mee en trekken er vaak met de fiets op uit. Ver moet je niet rijden: Berlijn is één van de groenste steden van Europa. 18% van de stad bestaat uit natuur en parken en 7% uit meren, rivieren en kanalen. We testten al de Flughafensee, een kunstmatig meer dat ontstaan is bij de bouw van de luchthaven “Tegel”. Die luchthaven verdwijnt binnenkort, maar natuurlijk zal het meer midden in de bossen blijven bestaan. Door de vele kleine strandjes met schaduwplaats merk je niet eens dat er veel volk is.

Aan alle meren en zelfs in veel stadsparken valt op zulke warme dagen ook een schaamteloze erfenis van het communisme op. Nergens was het naturisme zo ingeburgerd als in de DDR en die traditie blijft gewoon verder bestaan. Zonder dat het ergens officieel aangeduid staat, verzamelen gelijkgezinden zich en ontstaan er als vanzelf natuurlijke grenzen tussen naakt en niet-naakt. En iedereen voelt zich daar goed bij.

Double Sexus

Gelukkig bestaat er ook nog schaamte, al was het maar als drijfveer van een artistiek oeuvre. Af en toe zoeken we namelijk ook verkoeling in een museum. De dood van Louise Bourgeois, waarover op deze pagina’s uitgebreid bericht werd, was een goede aanleiding om Double Sexus nu te bezoeken. Het gaat om een dubbeltentoonstelling van Louise Bourgeois met Hans Bellmer. Op aanraden van het museum zelf werd dat een bezoek zonder kinderen, omwille van de expliciete seksuele verwijzingen.

Double Sexus is de eerste tijdelijke tentoonstelling van de Sammlung Scharf-Gerstenberg, dat sinds vorige zomer het voormalige Egyptische museum in Charlottenburg betrekt. Waar ooit Nefertiti stond, kan je nu een heel andere soort van majesteit zien. Een wezen zonder hoofd, maar met scherpe klauwen, zes borsten en een fallus, staat op zijn achterbenen klaar om te springen. Het is een soort sfinx met een magische aantrekkingskracht. Het werk van Bourgeois heet „Nature Study“ en is een zelfportret. Zeven jaar later maakte ze „Mamelles“, een landschap van uiers, zoals ze het zelf beschreef. De bezoeker wordt ertoe verleid het te betasten. Bourgeois speelt met een abstracte zinnelijkheid. Het is een erotische geladenheid die ook een komische kant heeft.

Ook de surrealist Hans Bellmer (1902–1975) had een zwak voor veelborstigheid en fallussen, maar luchtig is dat bij hem nooit. Het is eerder bezetenheid. Het dubbele geslacht is bij hem eerder een poging om erotische fantasieën in toom te houden. „La Toupie“ bijvoorbeeld is een kegel bestaande uit borsten die zich als een tol naar beneden toe verjongen. De tol lijkt in je verbeelding te draaien. Je ziet geen lust, enkel geweld.

Bourgeois en Bellmer hebben elkaar nooit ontmoet en toch vertonen hun werken veel parallellen. Het zilverglanzende Bellmerobjekt „Die Puppe (Rumpf)“ in de inkomhal had net zo goed een werk van Bourgeois kunnen zijn. De gewrichten aan de dijen van het dubbelwezen, dat verder enkel uit een buik en twee schoten bestaat, lijken op borsten, maar ook op een zitvlak en soms zelfs op teelballen. Op een beroemde foto van Mapplethorpe staat Bourgeois met een brede grijns een reusachtige penis onder de arm. Een afgietsel van dit werk bevindt zich ook in de tentoonstelling. Wie goed kijkt, ontdekt tussen de teelballen een vagina. Niets is wat het lijkt.

Bellmer emigreerde in 1938 onder druk van het nationaalsocialisme van Berlijn naar Parijs, nadat de surrealisten foto’s van een door hem geconstrueerde pop hadden gepubliceerd in hun tijdschrift „Minotaure“. De Duitse Bellmer had de Parijse Bourgeois gemakkelijk kunnen ontmoeten. Ze woonde er boven de galerie van Breton. Maar ondanks de parallellen hadden ze waarschijnlijk toch niet precies geweten wat ze met elkaar moesten aanvangen. Bellmer creëerde een alternatieve wereld, terwijl Bourgeois veel meer in de realiteit stond.

Wie oversekst buitenkomt, kan nog met hetzelfde ticket het vlakbij gelegen Berggruenmuseum bezoeken met vooral werken van Picasso, Klee en Matisse. Wie weer de natuur wil induiken kan de straat oversteken en verdwalen in het kasteelpark van Charlottenburg, met of zonder schaamte.

Fietsen van Tempelhof naar Sachs

10 / 05 / 2010

Tempelhof

Toen we hier iets meer dan twee jaar geleden een maand kwamen proefwonen, landden we nog op Berlin Tempelhof midden in de stad. Het was kort voor Tempelhof definitief zijn deuren als luchthaven sloot. Met Zaventem in het achterhoofd kun je je dat bijna niet voorstellen, maar de sluiting kwam er ondanks heftig protest van de buurtbewoners. Vandaag ging ik met dochter Mira naar de opening van wat nu het Tempelhofer Park geworden is. Hoewel er heel wat projecten werden voorgesteld, wordt het grootste deel van wat nu nog braakliggend terrein is daadwerkelijk een park. Met 386 hectare vrije oppervlakte midden in de stad valt natuurlijk al eens iets te doen. Het legendarische luchthavengebouw dat nog steeds een van de grootste gebouwen van Europa is, zal dienst doen als een internationaal centrum voor culturele, mediale en creatieve economie. Voorlopig klinkt het nog wat wollig, maar dat is vooral omdat de ontsluiting nog maar pas begonnen is. Hoe dan ook zal Tempelhof bekend blijven als een gepland deel van Speers ‘Germania’ en als eindpunt van de Berlijnse luchtbrug tijdens de Koude Oorlog.

Fiets

Vandaag werd er op het enorme domein vooral geskeelerd, gelopen gevliegerd en gefietst. Hoewel we hier ook last hadden van de fameuze ijsheiligen, is het in de Berlijnse geesten toch definitief lente geworden. De sleeën zijn opgeborgen en de fietsen zijn gesmeerd en opgeblonken. We wisten dat Berlijn een echte fietsstad is, maar omdat we hier pas sinds eind december wonen en ook onze maand proefwonen zeer winters was, leren we nu pas écht de stad als geheel kennen. Niet dat we in onze wijk bleven zitten, maar tot nu toe begon elke stadsverkenning aan een nieuw metrostation. Nu vallen de delen van de stad als puzzelstukjes in elkaar. Ook nu ik volop van een vader-dochterweek geniet omdat de rest van het gezin zeer tijdelijk Gent weer onveilig maakt, gebeurt alles met de fiets.

De weg van de ene collectie voor moderne kunst naar de andere voert bijvoorbeeld door Tiergarten, wat tot de opening van Tempelhof vandaag de grootste Berlijnse groene long was. Mira is een grote fan van video-installaties en was erg triest dat haar favoriete installatie in Hamburger Bahnhof tijdelijk niet te zien was. Gelukkig ontdekte ze een hele reeks nieuwe werken in de Neue Nationalgalerie, waar de vaste collectie van werken van de eerste helft van de twintigste eeuw in een mooie nieuwe overzichtstentoonstelling ‘Moderne Zeiten’ getoond wordt.

Nelly Sachs

Maar dé tentoonstellingen die je momenteel moet zien in Berlijn, zijn de retrospectieve van Frida Kahlo in de Martin Gropius Bau en de tentoonstelling over leven en werk van Nelly Sachs, op fietsafstand in het joods museum.

Nelly Sachs werd geboren in Berlijn maar vluchtte in 1940 met het laatste passagiersvliegtuig dat in die donkere jaren nog vertrok vanop Tempelhof naar Stockholm, waar ze ook voorgoed bleef. Voor haar poëzie die handelt over de vervolging, ballingschap, ontheemding en Holocaust kreeg ze in 1966 de Nobelprijs. De tentoonstelling is liefdevol en met oog voor detail gemaakt, net zoals de poëzie van Sachs zelf, die op bijna bewonderenswaardige wijze geen spoor van haat of wraak bevat.

Ik raad jullie van harte aan om Berlijn met de fiets te ontdekken en daarbij niet alleen aan de indrukwekkende buitenkant van het Joods Museum van Libeskind voorbij te fietsen, maar ook binnen kennis te maken met het oeuvre en het leven van Nelly Sachs.

Tempelhof

Toen we hier iets meer dan twee jaar geleden een maand kwamen proefwonen, landden we nog op Berlin Tempelhof midden in de stad. Het was kort voor Tempelhof definitief zijn deuren als luchthaven sloot. Met Zaventem in het achterhoofd kan je je dat bijna niet voorstellen, maar de sluiting kwam er ondanks heftig protest van de buurtbewoners. Vandaag ging ik met dochter Mira naar de opening van wat nu het Tempelhofer Park geworden is. Hoewel er heel wat projecten werden voorgesteld, wordt het grootste deel van wat nu nog braakliggend terrein is daadwerkelijk een park. Met 386 hectare vrije oppervlakte midden in de stad valt natuurlijk al eens iets te doen. Het legendarische luchthavengebouw dat nog steeds een van de grootste gebouwen van Europa is, zal dienst doen als een internationaal centrum voor culturele, mediale en creatieve economie. Voorlopig klinkt het nog wat wollig, maar dat is vooral omdat de ontsluiting nog maar pas begonnen is. Hoe dan ook zal Tempelhof bekend blijven als een gepland deel van Speers ‘Germania’ en als eindpunt van de Berlijnse luchtbrug tijdens de koude oorlog.

Toerist is koning

07 / 04 / 2010

Bezoek

Het meest pittoreske plein van Berlijn is voor velen de Gendarmenmarkt met haar concertgebouw, haar Franse én haar Duitse Dom. Ik las deze week in de krant dat de bomen op die Gendarmenmarkt moeten verdwijnen. Onderzoek heeft uitgewezen dat de takken voor veel toeristen ”te laag hangen” om rustig onderdoor te kunnen wandelen. Het is maar één van vele voorbeelden die aantonen hoe groot de invloed van toeristen op het stadsbeeld geworden is. Berlijn staat voor de moeilijke evenwichtsoefening om aan toerismemarketing te doen, zonder aan haar oorspronkelijke charme te raken. Het is, blijkt uit andere onderzoeken, immers net het ruwe, diverse en chaotische karakter van de stad dat toeristen naar Berlijn lokt.

Citymarketing?

Veel Berlijners vinden dat de huidige burgemeester, Klaus Wowereit, in die evenwichtsoefening te veel naar de kant van de toeristen overhelt. Vooral zijn centralisatiepolitiek is voer voor discussie. Veel musea worden van de rand van de stad naar het centrum verplaatst, zodat een citytripper alles lekker dichtbij vindt. Er wordt zelfs een nieuwe metrolijn gebouwd die langs alle toeristische highlights loopt, waardoor enkele wijken van de stad vrezen geen enkele bezoeker meer te zien. Nochtans moet ook de burgemeester weten dat Prenzlauer Berg niet meteen centraal ligt, en toch zonder een greintje citymarketing de hipste plaats van de stad werd.

Maar de cijfers geven Wowereit gelijk. Berlijn kreeg nog nooit zo veel toeristen over de vloer als in het crisisjaar 2009, waarin de stad zich profileerde als betaalbaar alternatief voor dure wereldsteden als Rome of New York. Met 8,3 miljoen toeristen en 19 miljoen overnachtingen kan de hoofdstad een mooi rapport voorleggen.

Nu de zon hier weer dagelijks schijnt en de paasvakantie in België begonnen is, begint ook onze bezoekersstroom op gang te komen. Die komen niet in de statistieken voor. Sommige mensen overnachten bij ons, anderen opteren voor het vakantieappartement drie verdiepingen lager. Zowel van privébezoeken als van dergelijke vakantieappartementen, die steeds populairder worden, zijn er voorlopig nog geen cijfers.

Hamburger Bahnhof en Berliner Unterwelten

Ook wij beginnen dan met een evenwichtsoefening. Vrienden en familie bezoeken vooral ons, maar zien ook graag iets van de stad. Wie graag een museum bezoekt dat we al kennen, sturen we alleen op weg om hen later op één van onze favoriete terrasjes weer te ontmoeten. Er zijn natuurlijk uitzonderingen: naar sommige musea, zoals het Hamburger Bahnhof, blijf ik graag meegaan. De collectie van dit museum voor hedendaagse kunst is zo groot dat het aanbod om de paar maanden volledig verandert. Wat we ook graag aanraden, is een gidsbeurt door ondergronds Berlijn. Vlak bij ons in de buurt heeft ‘Berliner Unterwelten’ enkele schuilkelders en bunkers ontsloten die een verbazend levensecht beeld geven van het leven in die schuilkelders in de Tweede Wereldoorlog (inclusief originele lakens en toiletten).

Maar het allerliefste schakelen we het bezoek in in ons dagelijks leven en tonen we hoe Berlijn een deel van ons is geworden: paaseieren zoeken langs het Landwehrkanaal, de kinderen naar de Kindergarten brengen met een kleine omweg langs het Mauerpark, van de zon genieten in het Humboldthainpark, brunchen op zondag…

Een halve marathon lopen is nog niet echt dagelijkse routine voor me, maar het was wel een absolute topper om samen met bezoek de Berliner Halbmarathon lopen. We maakten meteen de afspraak om een volgend bezoek rond 26 september te plannen, wanneer heel de stad in het teken van de marathon staat.

Er zijn natuurlijk ook de kennissen van familie die in ons een handige toeristische dienst zien. ‘Wij zijn van dan tot dan in Berlijn. Wat moeten we doen?’ Koop een reisgids, denk je dan. Vreemd is dat zelfs de meest klassieke toeristen vragen naar de niet-toeristische plekken en attracties.

De beste tip is ‘verhuizen’. Dan is niets meer toeristisch en is alles thuis. En dat blijft een heerlijk gevoel.

Iedereen naar het museum

07 / 03 / 2010

Mach mit!

“Papa, het is goed dat wij soms ook eens alleen op stap gaan. Dan hebben we geen gezaag aan ons hoofd.” Soms klinkt Jana met haar vier jaar al veel ouder, zeker nu ze na amper twee maanden al Duitse woorden suggereert als ik er niet meteen opkom.

Omdat het MACHmit!-Kindermuseum pas vanaf 4 jaar interessant wordt, hadden we vandaag zo’ n dochter-vaderdagje. Een meedoemuseum, dat betekent al spelend leren, en vooraleer een museum me ervan kan overtuigen dat zoiets kan, moet het bij mij al een flinke dosis scepticisme overwinnen. Ik kan niet zeggen dat het helemaal gelukt is, maar ik kan wel zeggen dat we een erg fijne dag hadden.

We klommen op een gigantisch klimrek, Jana knutselde een deurhanger en een mobiel in de vorm van een gans, we ontdekten tweehonderd jaar oude slaapliedjes, verdwaalden in een spiegelpaleis en werden heel klein op een grote stoel. Museum? Dat klinkt toch meer als een speelhol, hoor ik je zeggen. En ik spreek je niet tegen. Er was ook een tijdelijke tentoonstelling over ‘slapen en dromen’, een hele mooie oude zeepwinkel en een nog oudere drukkerij. Jammer genoeg loop je daar verloren zonder de educatieve begeleiding die schoolklassen krijgen.

Ik was vooral onder de indruk van de herbestemming van de Eliaskerk in Prenzlauer Berg, waarin het museum gehuisvest is. Prenzlauer Berg is al een tijdje het jongste deel van Berlijn, waar het straatbeeld bepaald wordt door jonge koppels met buggy’s en kinderwagens. Een populair café heeft er deze week zelfs een kindervrije zone geopend. Zo komen ook diegenen die in alle rust iets willen drinken voor tien uur ’s avonds weer aan hun trekken.

Berlinische Galerie

Enkele dagen eerder was ik geheel kinderloos op de opening van de nieuwe tentoonstelling in de Berlinische Galerie. Hoewel hier dan weer het woord ‘museum’ in de naam ontbreekt, gaat het om een van de interessantste musea van Berlijn. Het is een museum dat nog durft te experimenteren en in de loop van zijn jonge geschiedenis ondanks een zeer krap budget een indrukwekkende collectie moderne kunst heeft verzameld. De privévereniging die aan het museum ten grondslag ligt, bestaat nog maar sinds 1975 en op de huidige locatie vlakbij het joods museum begon het verhaal van de Berlinische Galerie pas in 2004.

GASAG

De huidige tentoonstelling stelt het kunstbezit van de privéfirma GASAG centraal, dat voor minstens twintig jaar aan de Berlinische Galerie wordt uitgeleend. GASAG is een grote gasleverancier die met zijn project ‘Kunst im Bau’ een voorbeeld mag heten voor vele firma’s. In hun Shell-Haus bouwden ze een fantastische collectie moderne kunst van Berlijnse kunstenaars op. Die collectie was zeer eng met de locatie verbonden en werd vaak zelfs speciaal voor de locatie gemaakt. Om allerlei redenen die hier niet ter zake doen, verhuist het bedrijf binnenkort.

Voor sommige kunstwerken die niet uit het gebouw te verwijderen zijn , kan je alleen hopen dat de nieuwe huurder van het Shell-Haus een even grote kunstliefhebber is. De werken die wel transporteerbaar zijn, werden nu dus als geheel aan de Berlinische Galerie uitgeleend. Soms is zoiets een vergiftigd geschenk: de eigenaar wil zijn kunstwerken opwaarderen door een passage in het museum en moet intussen zelf niet instaan voor het onderhoud.

GASAG heeft ook op dat vlak een voorbeeldfunctie als je weet dat het alle restauratie-, depot- en verzekeringskosten op zich neemt en geen expositievoorwaarden aan deze leenschenking verbindt. Toch legt de schenking het GASAG ook geen windeieren. Het bedrijf komt met zijn kunstpolitiek al jaren ontzettend positief in het nieuws. Steeds vaker willen bedrijven zich inschakelen in deze positieve spiraal, nu zelfs meer dan twintig procent van Berlijns bruto nationaal (nu ja, stedelijk…) product uit kunst en cultuur komt. De tendens is overigens nog steeds stijgend. Hopelijk is Berlijn ook op dat vlak een voorloper.

Berlin Transfer

Maar het belangrijkste blijft natuurlijk de tentoonstelling zelf en daarvoor was er op de opening alvast ontzettend veel belangstelling. Aan de openingsreceptie kan het niet liggen, want die werd afgeschaft omdat er met het beperkte budget beter kunst dan slechte wijn kan worden gekocht. Je kan het museum geen ongelijk geven.

In “Berlin Transfer” wordt de GASAG-collectie geconfronteerd met recente aankopen van de Berlinische Galerie zelf. De collecties zijn zeer complementair omdat ze dezelfde focus op het hedendaagse Berlijnse kunstgebeuren hebben. In een vrij organische tentoonstelling van 80 werken van meer dan 50 kunstenaars krijg je in vijf thema’s een mooi overzicht van de caleidoscopische Berlijnse verscheidenheid in de hedendaagse kunst. De presentatie toont soms enkel wanorde, maar af en toe ook een reflectie op die verscheidenheid.

Zelfs het grootste minpunt van de tentoonstelling kan een pluspunt zijn. Soms zie je op foto’s hoe de werken van de GASAG-collectie gepresenteerd werden in het Shell-Haus. Sommige werken verliezen door de andere context duidelijk aan esthetiek en relevantie. En net dat is iets waarover je nooit zou nadenken als ze niet verplaatst waren.

Tot 24 mei heb ik nog de tijd om de tentoonstelling ook met Jana te bezoeken. Niet elk museum moet een meedoemuseum zijn.

Berlinale

19 / 02 / 2010

berlinale2

Berlinale1Thuis

Acht weken wonen we nu in Berlijn en we voelen ons al helemaal thuis. Jana, onze oudste dochter, gaat al enkele weken naar de kleuterklas en vindt het doodnormaal dat iedereen Duits spreekt. Zelf lijkt ze op Jean-Marie Pfaff in zijn gloriedagen: “Das kind hatte geboortedag und er was taart und wir haben liedjes gesungen”. Mira kan niet wachten tot ze binnen enkele weken ook naar de kleuterklas mag en oefent ook al volop Duits. Ik weet nog niet helemaal wat ik ervan moet denken nu ze mij af en toe ‘Vati’ noemt. Dat ze bij het middageten “noch ‘toffelen bitte” vraagt, vind ik wel schattig. Ondertussen volgt Truus een ‘Intensivkurs’ Duits. Volgens mij en volgens iedereen die ze hier spreekt, is dat niet nodig, maar het taalkundige bloed stroomt waar het niet gaan kan. Mijn integratie bestaat er vooral in dat ik niet thuis aan mijn bureau blijf zitten. Ik combineer het schrijven met een vergelijking van de zeer talrijke bibliotheken en een zoektocht naar het beste Berlijnse koffiehuis.

Ik had kunnen bloggen over de ‘Lange Nacht der Museen’, over mijn korte ontmoeting met James Ellroy of over de uitreiking van de ‘Alice Salomon poëzieprijs’ aan Valeri Scherstjanoi, maar dezer dagen moet alles wijken voor de Berlinale en is de Potsdamer Platz, het epicentrum van het festival, ook mijn vaste stek. Daar in België hebben jullie uiteraard al uitgebreid kunnen lezen over de nieuwe Polanski en de nieuwe Scorsese. In de blog van Ruben Nollet vind je bovendien interessante achtergrondinformatie bij enkele films. Ik zeg enkel dat ik voorlopig vind dat ‘Submarino’ van Vinterberg (ja, die van ‘Festen’) de gouden beer moet winnen. Voor de rest laat ik dat deel van het festival graag helemaal over aan de professionals.

berlinale2De rode loper

Mijn persoonlijke teller staat ondertussen op meer dan 20 films met nog ruim drie dagen te gaan. Kwantiteit is niet alles, maar geeft wel de gelegenheid om meer dan alleen de competitiefilms te ontdekken. Ik moet toegeven dat die competitiefilms en een bezoek aan het gigantische Berlinale Palast met 2000 zitplaatsen een wezenlijk deel zijn van het Berlinalegevoel. Het is heel vreemd, maar ook aangenaam om over de rode loper te lopen, waarlangs horden fans en vijf rijen fotografen opgesteld staan. Het nietige besef dat ze niet voor jou komen, maar daar enkel staan omdat je vijf minuten voor pak weg Ben Stiller of Leonardo DiCaprio aankomt, verandert niets aan dat bizarre gevoel. Voor de rest geniet ik toch het meest van de sfeer van de Berlinale in de oudere bioscoopzalen met een heel eigen charme, waar ik toevallig verzeild geraak omdat een andere film allang uitverkocht is of enkel en alleen omdat de, vaak Duitse titel, me aanspreekt.

Heimat

De nieuwe Duitse Heimatfilm is een trend, zowel op televisie als in de bioscoop. Op ZDF wordt elke maandag een degelijke moderne televisiefilm getoond waarbij de locatie een belangrijk deel van het verhaal is. Op deze Berlinale vallen de films in en over Berlijn op, waarbij het ongelofelijk is dat het telkens om dezelfde stad gaat die wordt getoond. Het contrast tussen de komedie ‘Die Friseuse’ en de rauwe documentaire ‘Neukölln Unlimited’ kan bijvoorbeeld niet groter zijn. Mijn favoriet is ‘Boxhagener Platz’, een film in de traditie van ‘Sonnenallee’ en ‘Goodbye Lenin’ die de DDR in al zijn onvolkomenheid en ellende portretteert en toch ontzettend geestig is.
Maar dé ontdekking is voor mij een documentaire van een nog niet eens afgestudeerde Jan Raiber over de zoektocht naar zijn biologische vader en dus over zichzelf. Op zich lijkt het thema van ‘Alle meine Väter’ zo afgezaagd en zo particulier dat het geen kat interesseert, maar de ontwapenend intelligente aanpak, de vreemde onvoorziene wendingen in het verhaal en de dramaturgisch geniale montage maken van deze documentaire een universeel en ontroerend verhaal. Ik hoop dat het Vlaamse publiek ‘Alle meine Väter’ ook ooit te zien krijgt.

En zeggen dat er nog ruim drie dagen overblijven om nog veel meer te ontdekken. Vanaf maandag keer ik dan terug uit mijn parallelle wereld en toon ik mijn gezin dat ‘Vati’ in de realiteit ook nog bestaat.

So Sonntag

01 / 02 / 2010

berlijn in de sneeuw

De ijspegels aan onze dakgoot en de sneeuw op ons balkon raken elkaar bijna. Berlijn twijfelt tussen zondagse sneeuwpret en een landerige dag rond koffietafel en televisie.Een televisie hebben we hier nog niet, anders zouden we de dag zeker afsluiten met een typisch zondagse aflevering van Tatort. Net zoals in Vlaanderen, staat de zondagavond op televisie hier vaak voor fictie van eigen bodem.

Over Tatort (dan nog liefst geaffecteerd Frans uitgesproken “Tà-tòr”) wordt in ons Vlaanderen vaak smalend gedaan en liefst denkt men dan terug aan de meest houterige afleveringen van Derrick. Maar een aflevering van Tatort is niet zomaar een krimi. Het is een televisiefilm van anderhalf uur, waar de grootste regisseurs, scenaristen en acteurs met plezier aan meewerken. Voor velen was Tatort een opstapje naar Hollywood, denk maar aan pak weg Wolfgang Petersen. Met een budget per aflevering waar de meeste filmregisseurs bij ons enkel van kunnen dromen en met voor sommige prestigieuze afleveringen een draaitijd waarin zo ongeveer een volledig seizoen van Witse ingeblikt wordt, is het maken van Tatort natuurlijk geen straf. En met 7 miljoen kijkers en uitgebreide kritische recensies van niveau in alle kranten, lijkt het alsof we nog lang zullen kunnen blijven kijken.

Wees gerust, ik houd verder geen pleidooi voor de bij ons verguisde Duitse televisie. In de metro wordt hier deze week vooral gepraat over DSDS (Deutschland sucht den Superstar of Idool in het kwadraat).

Maar soit, nog geen televisietoestel dus. En de sleeën zijn uitverkocht. Gelukkig is Jana ook tevreden met een plastic zak. Dat glijdt minstens even goed. En de sneeuwmannen worden aangekleed met de inhoud van de carnavalkist, al wordt het voor Mira al snel veel te koud. Kamiel laat het met de glimlach allemaal aan zich voorbijgaan.

Na koffie en gebak zijn de sneeuwmannen, euh, ondergesneeuwd. Op de planning stond een bezoek aan het kindermuseum, maar dat wordt verschoven naar volgende week. Het museum loopt niet weg. Maar er is zo veel dat wel wegloopt. De concerten, films, tentoonstellingen en theaterstukken die we missen, zijn onherroepelijk voorbij. Nog minder dan vroeger in Gent mogen we daarbij stilstaan omdat we hier een nog kleinere fractie van het aanbod kunnen zien. Volop kiezen en genieten van de keuze, dat is de boodschap.

Truus koos vanochtend, notoire agnost die ze is, voor een eucharistieviering in de Dom. Niet zozeer voor de neo-barokke architectuur of bij plotse hoge nood aan gebed, maar voor de opluistering door het Staats- und Domchor onder leiding van Kai-Uwe Jirka met de nadruk op de liturgische werken van Felix Mendelssohn Bartholdy. En zo werd het toch nog een bijna religieuze ervaring: door de sneeuw naar huis ploegend in het centrum van een zo goed als verlaten wereldstad waar zich 10 dagen eerder honderdduizenden mensen verzamelden om het voorbije decennium af te sluiten, met een serene stilte waarin enkel in Truus’ hoofd die zoetgevooisde mannenstemmen naklinken.

En dat heb ik gemist. De volgende keer gaan we samen en nemen we de kinderen gewoon mee. Alleen jammer dat de meeste concerten na kinderbedtijd zijn…

Gezocht wordt: een betrouwbare Berlijnse babysit voor drie schatten van kinderen. Of het wordt minstens voor één van ons toch elke week Tatort.