Liefde laat los
31 januari 2010 I don’t like French or Germans. I don’t care for Belgians much. But worst of all worst of all, I hate the Dutch.
-John Dowie-
Bijna anderhalf jaar geleden begon ik deze blog over het leven in Nederland. Ik opende met een citaat van Voltaire. Hij was hier verliefd geworden, genoot van de vrijheid en noemde het een aards paradijs. En nu citeer ik de Britse moppentapper Dowie. Natuurlijk was het een Nederlander die me op dit liedje wees. Natuurlijk vinden de inwoners van het Lage Land het heerlijk om het te horen. En ik ook. Zo Nederlands ben ik na al die jaren verblijf hier.
Zo Nederlands ben ik al dat ik me steeds vaker betrap op klagen over dit land. En dat terwijl ik jarenlang mijn logeerland heb verdedigd tegen Vlamingen. Maar vooral tegenover de collectief azijnzeikende Nederlanders die actualiteitenprogramma’s, weblogs, columns, kroeggesprekken, parlementen en pamfletten volpissen met gezanik over hoe slecht het allemaal niet gesteld is met dit land dat me ooit zo progressief en zelfbewust aan deed. Vol vuur prees ik de Nederlandse cultuur, de vlotte interactie, de can do-mentaliteit, de iets bredere denkramen, hun zelfbeeld dat niet volledig leek te bestaan uit het besmuikt weglachen van je eigen tekortkomingen. Maar dat stamt allemaal uit een tijd dat het spraakmakende deel van de Nederlandse samenleving bestond uit schrijvers, visionairen en wetenschappers. Nu wordt er hoofdzakelijk gesproken over en door rechtse populisten.
‘Rot dan op naar je eigen land,’ hoor ik mezelf denken nu ik dit typ. Zo Nederlands ben ik al dat ik dat soort gedachten toelaat. Een kwart van de bevolking wil hier weg. Soms denk ik al hun verhalen gehoord te hebben. De onderzoekster die nauwelijks betaald krijgt en voortdurend moet vrezen voor haar baan. De schrijver die het hier bloedeloos saai vond. De boer die armer en armer werd. De pensionado voor wie het weer te slecht was en de straten te onveilig. De ondernemer die zichzelf het leven onmogelijk ziet gemaakt.
Zo Nederlands ben ik al dat ik me soms betrap op het ongegeneerd uitventen van onvrede, ongenoegen, onkunde en onbehouwenheid omdat het godverdomme jouw leven is, jouw straat waar je teringveel belasting voor betaalt, jouw kutdag die verkloot is door die onbenullen van het openbaar vervoer met hun wagons volgestouwd met zichzelf doofbellende en mp3- ende randdebielen, jouw vrienden die gevloerd worden door burn-outs op hun dertigste omdat ze zich zelf het schompes werken om crèche en huis te kunnen veroorloven. En waarom zeur en klaag ik dan recht je gezicht in en vergal ik ook jouw dag? Waarom? Waarom? OMDAT IK NU EENMAAL ZO BEN.
Zo Nederlands ben ik al dat ik niet zo wil zijn. Want ik hou nog steeds van de conversation starters die je om de oren vliegen, ik bewonder het gemak waarmee de hiërarchie met voeten wordt getreden, ik geniet van de onomwonden lof en kritiek, ik drink graag in de hippe cafés van Amsterdam, de bruine van Leiden en de gastvrije van Groningen. Ik loop graag langs de chique grachten van Utrecht en op de van mensen ontdane stranden van Zeeland. Ik kies met genoegen uit de twaalf soorten sambal in de supermarkt, eet glanzend van het kinnenvet een broodje haring, rookworst, pom, bapao (bakpao mag ook, beste Vlamingen), warm vlees of bakkeljauw. Ik waardeer de politiek die niet verlamd wordt door mierengeneuk over oud zeer en die tenminste nog eens een poging doet om een groot idee in te zetten te midden van het gehannes met agenda’s. Ik wens veel taalgroepen soortgelijke boekhandels, antiquariaten en uitgevers toe als de Nederlandse. Zo Nederlands ben ik al dat ik het moeilijk zou vinden die facetten en eigenschappen te missen.
Dit is mijn laatste blog over Nederland. Elders op deze site begin ik een praktijk als boekendokter waarbij ik romans en ander drukwerk voorschrijf als placebo voor de pijn van het zijn. Echt beter wordt u er niet van. Tenzij u er in gelooft.
Bedankt dat u wilde lezen wat ik te zeggen had over dit land waar ik al meer dan een decennium in woon. Dit land dat steeds meer aan doet als een beslapen bed dat nog ruikt naar je kersverse ex. Je gunt jezelf nog wat speling. Maar wasdag komt.



Naar aanleiding van deze
Oneindig veel woorden gooien we in het gat dat tussen ons en de wereld zit. Soms om het gat te dempen, soms omdat we willen dat de woordenberg het zicht op de wereld wegneemt. Het lukt ons nooit. Toch blijven we praten, denken en schrijven. Als we overmeesterd worden door de wereld of de woorden, neemt een ander het meteen over. Met al evenveel hoop. Of verblinding.
Hoewel ik een levensfase lang jaarlijks te biechten ging, heb ik nooit een zonde verklapt. Omdat mijn grootouders nog van het slag waren dat met kermis de dorpsnotabelen uitnodigde, wist ik dat de priester hardhorend was.
Gezien de jeugd van mijn stad weer massaal vuurwerk heeft ingeslagen (zie
Nederlanders wonen in één van ’s werelds meest dichtbevolkte landen. Omdat ze daarnaast van natuurschoon houden, wonen ze vaak bij elkaar. Daarom hebben ze kleine huisjes. In die huisjes is het kleinste kamertje meestal wel heel klein. In mijn eigen huurhuis – een tussenwoning, zo hou ik me voor. O mijn God, wat hou ik me voor dat het een tussenwoning is – drukken mijn knieën tegen de wc-deur als ik die sluiten moet.
Mijn groottante was getrouwd en kinderloos. Omdat haar man genoeg verdiende, werkte ze niet. Ze leefde in een tijd en dorp waarin een werkende vrouw een teken van armoede was. Maar ledigheid was een zonde en daarom deed ze het huishouden. Al had ze een schoonmaakvrouw.
Soms vermoed ik dat ik qua seksuele uitstraling tussen een dwergkonijn en een raffiamandje in zit. Die gedachte overvalt me als een vriendin me weer eens opbelt om als
Wilt u uw ziel verbreden? Zet dan uw luidsprekers aan en druk op
Laatste reacties