blog/Het Leven Is Elders

Jo Govaerts

VARESE // Jo Govaerts is auteur van poëzie en reisverhalen. Ze werkte o.a. mee aan het Radio 1-programma Het Einde van de Wereld. Haar literaire blog is www.jogovaerts.be.

Het land van Pinocchio

Toen ik een jaar of zes was had mijn moeder het onzalige idee om met haar kinderen naar de nieuwe Walt Disneyfilm van Pinocchio te gaan kijken. We herinneren het ons nog allemaal levendig: op het moment dat het grote zeemonster Pinocchio inslikte, had ons gebrul zo’n volume bereikt dat ze ons de filmzaal uitsleepte (zelf lopen konden we toen al niet meer van angst). Twintig jaar lang vermeed ik alles wat ook maar iets met Pinocchio te maken had. Toen kwam er een nieuwe Pinocchiofilm uit en besloot ik dat ik mijn angst eindelijk maar eens moest proberen te overwinnen. In mijn eentje ging ik kijken, zodat ik ongemerkt naar buiten kon sluipen als het toch fout zou gaan. Maar ik zat de film uit. Hij deed me eigenlijk niet zo veel.

En nu woon ik in het land van Pinocchio. Iedereen in Italië kent het verhaal van die ondeugende marionet op zijn duimpje. In Toscane is er zelfs een themapark van Pinocchio, meer bepaald in Collodi, het geboortedorp van de moeder van de schrijver, die de plaatsnaam als schrijverspseudoniem ging gebruiken.

Vorig jaar maakten we een herfstuitstap naar Toscane. We wilden het rustig aan doen, dus stopten we onderweg in Parma en leerden er in het hammenmuseum alles over het maken van parmaham. Een andere halte die we overwogen, was het Pinocchiopark, maar onze kinderen waren niet zo geïnteresseerd omdat er geen roetsjbaan was. Dus reden we meteen door naar Lucca. Daar wachtte ons een verrassing: grote affiches kondigden aan dat daar net het Internationaal stripverhalenfestival plaatsvond. Na wat zoeken konden we er zelfs een programma van bemachtigen. En zo kwamen we terecht in het Palazzo Guinigi, waar stripillustrator Frezzato zijn nieuwste tekeningen tentoonstelde: illustraties bij het verhaal van Pinocchio!

Frezzato is vooral beroemd voor zijn strips met rondborstige heldinnen waarvan de fijne gezichten in het heetst van de strijd steeds mooi omlijst worden door lange haarslierten. Maar op een dag, toen hij net Pinocchio had herlezen, kwam het nieuws dat hij papa zou worden en besloot hij voor zijn kindje in wording het verhaal van Pinocchio te illustreren.  Ocharme dat kindje, zou ik misschien moeten denken, mijn eerste brutale kennismaking met Pinocchio indachtig. Maar de illustraties die we in Lucca ontdekken, zijn zo mooi en zo vertederend dat ik me voorneem eindelijk ook eens het boek te lezen. In het Italiaans. In de uitgave met tekeningen van Frezzato.

Misschien is het omdat ik intussen ook moeder ben. Frezzato schrijft in het voorwoord dat hij wetende dat hij vader gaat worden en werkend aan de illustraties eindelijk Pinocchio begint te begrijpen en kan vergeven voor al zijn kattekwaad, dat zoveel onheil over zijn vader brengt. Mij ontroert het verhaal nu ook van het begin tot het einde. Omdat Pinocchio barst van levenskracht, die hem helaas altijd de verkeerde kant op stuwt. Omdat hij zo vol goede voornemens zit, hoewel hij die telkens weer uit het oog verliest. Omdat er in het verhaal een les zit voor kinderen, maar ook voor ouders. En omdat mijn kinderen van het verhaal niets willen weten, omdat er geen roetsjbaan in voorkomt, en ik daardoor besef dat er in ons leven een tijd is vóór en ná Pinocchio.

België verhuist naar het Lago Maggiore

Het is algemeen bekend dat migranten vaak enthousiaster zijn over hun thuisland dan de mensen in het thuisland zelf. Op dit moment lijkt dat ook op te gaan voor de Belgen in Lombardije als je die vergelijkt met de Belgen in het stuurloze België.

Hier borrelde het de laatste weken in afwachting van het Belgische EU-voorzitterschap. De traditie wil dat er rond het Europese onderzoekscentrum dat hier gevestigd is telkens activiteiten worden georganiseerd die de cultuur van het voorzittende land laten zien. Na tien jaar vol Franse wijnavonden, Tsjechische films, Zweedse hapjes en Spaanse flamenco is het nog eens de beurt aan de Belgen. Samen met een twintigtal andere lokale Belgen bood ook ik me aan als vrijwilliger.

En dan begin je te brainstormen … Wat is er typisch voor België en willen we voorstellen aan de mensen die hier wonen? Frieten en bier? Ja, natuurlijk! Dat is wat we hier als Belgen allemaal een beetje missen, dus er moet zeker een gastronomische avond met streekproducten komen, klinkt het eensgezind in het Nederlands, Frans, Engels en Italiaans. Na wat zoeken ontdekken we tot onze stijgende verbazing dat er niet alleen verschillende plaatsen zijn waar je de meest uiteenlopende Belgische streekbieren kan kopen, maar zelfs dat er vlakbij Varese een Università della Birra bestaat, een echt ernstig expertisecentrum van de bierkunst en –kunde … Tja, die mensen hebben we natuurlijk nodig voor ons programma.

Maar eenmaal op dreef komen er nog veel meer ideeën naar boven. Zelf heb ik in België een Poolse vriend die saxofonist is en dirigent van het Europees Saxofoonensemble. Pools, Europees, …, de saxofoon is en blijft de uitvinding van een Belgisch genie, en tot mijn grote plezier kunnen we een concert van dit ensemble in Varese programmeren. Het is nog wachten tot in december, maar ik kijk er nu al ontzettend naar uit. Toen ik ze vorig jaar in het Kaaitheater zag optreden, was dat pure magie.

Iedereen heeft ideeën, van stripverhalen tot een imitatie van Brussel-Bad/Bruxelles-Plage, van een tennistoernooi tot de bouw van een miniatuur-Atomium met verlichting op zonnepanelen. En dan heeft er iemand het idee om een concert van Tom Dice te organiseren …

Tom Dice? Degenen die sinds meer dan een jaar in Italië leven zonder te veel met België bezig te zijn, hebben geen idee wie dat is. Maar er zijn hier ook heel wat Belgen met een satellietantenne die elke avond naar de VTM of de VRT kijken en helemaal mee zijn met de verwikkelingen van de soapseries en regeringsonderhandelingen van het moment. En die voor Tom Dice gesupporterd hebben tijdens het Eurovisiesongfestival. Die zijn liedjes al herkend hebben op de Italiaanse radio. En die iedereen warm maken voor een optreden van Tom Dice in een concertcafé aan de oever van het Lago Maggiore. Waarom niet op de Belgische nationale feestdag?

En dat staat er ons nu dus te wachten. Terwijl in Brussel de Brabançonne wordt getrompet, zal hier “Me and my guitar” weerklinken. De tricolore t-shirts (made in China) liggen al gewassen en gestreken klaar. En de tricolore zakdoeken, om de heimweetraantjes weg te vegen.

Poëtische escapades

Schizofreen

Ik heb al verteld dat ik eigenlijk maar met de helft van mijn hoofd in Italië woon. Een groot deel van mijn gedachten ging het voorbije jaar naar Litouwen. Of beter gezegd: een groot deel van mijn tijd hier zat ik niet verdiept in Italiaanse, maar in Litouwse woordenboeken en was ik Litouwse poëzie aan het vertalen. Het was inderdaad een schizofrene situatie en zorgde voor heel wat kortsluiting in mijn hersenen. Maar zulke zaken vallen mettertijd ook wel in hun plooi. En nu is het resultaat er: op maandag 14 juni overhandigde Leo Peeraer van uitgeverij P het eerste exemplaar van de vertaalde bundel aan de Litouwse schrijver Eugenijus Ališanka, en het tweede exemplaar aan mij.
Alles is veel voor wie niet veel verwacht.

Het was maar een piepkleine gebeurtenis op de agenda van het grote internationale festival Poetry International dat elk jaar in Rotterdam wordt gehouden, maar voor mij was het één van de grootste momenten in mijn leven tot nu toe (schrijvers leren wel gelukkig te zijn met weinig;-). Een jaar zweet en tranen had eindelijk vorm gekregen in een echt boek. ‘Uit het archief van ongeschreven brieven’ koos ik uiteindelijk als titel, ontleend aan een ietwat melancholieke, prachtige reeks gedichten die erin zijn opgenomen. Tot mijn vreugde zie ik ook Ališanka blij verrast kijken als hij het boek voor het eerst ziet. Het ziet er sober, maar chic uit, en het chicste is natuurlijk wat erin staat: meer dan vijftig gedichten in Nederlandse vertaling en in Litouws origineel. Niet veel uitgeverijen durven zo nog iets uitgeven.

Het leven houdt zijn wonderen verborgen …

Dit avontuur begon nu bijna twee jaar geleden. Of moet ik zeggen zes jaar geleden, toen ik door omstandigheden de kans kreeg om Litouws te leren. Bijna niemand leert Litouws, en als ik goed had geweten waaraan ik begon had ik het ook nooit van mijn leven gedaan. Van alle talen die ik al geleerd heb, en dat zijn er wel wat, is het de allervreselijkste taal, en dan wordt het nog door bijna niemand gesproken ook. Nu ja, drie-vier miljoen is niet helemaal ‘bijna niemand’, en omdat er zo weinig buitenlanders zijn die hun taal willen leren moet ik zeggen dat alle Litouwers die ik al ben tegengekomen ontzettend vriendelijk en behulpzaam zijn als ik me verstaanbaar probeer te maken, wat na die zes jaar eigenlijk nog altijd moeilijk is, o.a. omdat ik nu ook weer niet zo vaak Litouwers tegenkom en Litouwen niet vaak op mijn route ligt. Maar lezen kan je overal, en internet is een godsgeschenk voor mensen als ik, dus leerde ik het werk van Eugenijus Ališanka kennen, en vond het heel interessant. Het toeval wou dat hij werd uitgenodigd voor een literaire manifestatie van de Brusselse organisatie Passa Porta, zodat ik hem kon ontmoeten en het idee van een bloemlezing met hem kon bespreken. Eerlijk gezegd wou ik niet alleen weten of hij zo’n bloemlezing zag zitten, maar ook of ik hem als persoon wat zag zitten, want ik wist dat dat wel moest als we zo’n lange literaire reis samen zouden ondernemen. Alles zat gelukkig meteen snor.

… tot het ze plots toont in hun vollen pracht.

En zo belandden we samen op Poetry International, Ališanka als dichter, ik als vertaler. Ook van het festival was hij helemaal onder de indruk. En welke dichter zou ook niet, als je een week in Rotterdam kan vertoeven tussen een keur van interessante dichters uit de hele wereld, de perfecte broedplaats voor levenslange poëtische vriendschappen en samenwerkingsverbanden. Tien jaar geleden was ik hier zelf als dichter en leerde ik onder andere een Nigeriaanse dichter en mensenrechtenactivist kennen, Ogaga Ifiwodo, die enkele jaren later bijna in een gevangenis bezweek aan de typische onpoëtische ziekten waar zo’n oord je op trakteert. Na zijn vrijlating onder internationale druk weigerde hij het asielaanbod van Nederland, omdat hij dan nooit meer naar Nigeria zou kunnen gaan, maar een studiebeurs voor de VS bood uitkomst. Uitgerekend deze week krijg ik bericht van hem dat hij op het punt staat zijn doctorstitel van de Cornelluniversiteit in ontvangst te nemen. Soms is het leven goed … 

P.s. Ik zou dat moeten gaan vieren tijdens het optreden van Femi Kuti op Couleur Café, maar tegen dan zit ik alweer op mijn trouwe post in Italië, beloofd.

Regen/zon

Alpijns onweer

Voor wie van regen houdt was april zelfs naar plaatselijke normen een hoogtepunt. Op enkele dagen aan het begin van de maand na, die iedereen de valse hoop gaven dat de lente eindelijk zou beginnen, was het een ononderbroken opeenvolging van gekletter en gedonder. Bij kennissen sloeg de bliksem in, maar dat overleef je blijkbaar soms, alleen waren telefoon, fornuis en nog wat dingen stuk, en oh ja, er was ook een gat in het dak … Het was waar dat wij ook die avond bij elke bliksem hadden zitten tellen, soms maar tot twee, om te meten hoe lang het duurde tot we de donder hoorde. En bij elke donderslag daverde ons huis. Een alpijns onweer is telkens weer een belevenis.

Wolkensoep

Op een moment dat de regen toch eens beperkt is tot iets druilerigs houden we het niet meer uit in ons huis en maken we een bergwandeling. Op de kaart staat het ene panoramische punt na het andere aangeduid. En inderdaad, we komen heel wat plekken tegen waar de dennenbomen plaats ruimen voor een fantastisch uitzicht … op dampende, dreigend dansende wolken. Het lijkt of de dalen enorme kookpotten van heksen zijn waarin de gevaarlijkste toverdranken staan te pruttelen.

Opklaringen

Maar nu is het mei! Plots is de zon er en doet alles opdrogen. De hagedissen glippen voor je voeten weg zodra je een stap in de tuin zet. De tuin ruikt naar jasmijn en blauwe regen. De thijm en de salie staan te schreeuwen om in de pot te mogen. Bovendien heb ik net een groentenwinkel ontdekt waarvan gezegd wordt dat ze alles rechtstreeks uit het zuiden van Italië aanvoeren. Alles is er sappig en rijp, en er worden ook koekjes, kazen en worsten verkocht die je nergens anders vindt. Zo ontdek ik burrata – het lijkt een beetje op een enorme mozzarella, maar als ik het ’s avonds in een slaatje met tomaten opdien, slaakt iedereen kreten van verrukking: het is nog veel en veel lekkerder, sappiger, hartiger.

Mijn lievelingsrecept geef ik jullie ook maar mee: pasta met blauwe kaas en heel veel salie. Voor de geraffineerdere versie maak je een witte saus met een pakje blauwe kaas en een glas witte wijn erbij, waaraan je aan het eind nog een vijftiental jonge, versnipperde salieblaadjes toevoegt. Dat serveer je dan met pasta. Voor de luie versie doe je gewoon blauwe kaas en versnipperde salieblaadjes bij pasta. Goeie pasta, natuurlijk. Italiaanse …

TAGS: - -

Venetië binnenvaren

Venetië zien

Ik ken iemand die elke dag bewust probeert iets voor de eerste keer te doen: iets te eten dat ze nog nooit heeft gegeten of ergens heen te gaan waar ze nog nooit is geweest. Ik denk daar nu vaak aan, omdat hier elke dag weer zoveel nieuwe kleine dingen op me afkomen – soms is dat leuk, soms vermoeiend.

Deze keer wordt het leuk: we gaan naar Venetië! En hoewel je weet dat je in het voetspoor treedt van miljoenen anderen, is het voor ons toch een spannend en een leuk vooruitzicht. Iedereen, maar dan ook iedereen heeft ons verteld dat het er prachtig is. Dat we op weg ernaartoe naar Vivaldi moeten luisteren. Dat we naar de glasblazers op het eiland Murano moeten gaan kijken. Dat het zo fijn is dat er geen auto’s zijn en kinderen dus vrij kunnen rondlopen.

Een bootje vol boodschappen

Voor ons is het vier uur rijden tot aan de luchthaven van Venetië. Daar laten we onze auto achter in een parking, en nemen we de boot. Alleen dat al: een stad binnenvaren! En dan bruggetje op, bruggetje af, langs de kade, steegje door met onze koffers om bij ons hotel te raken.

Elke bruikbare vierkante centimeter van de stad lijkt wel volgebouwd. Maar als we in onze hotelkamer staan en langs de achterkant naar buiten kijken zien we dat er toch ook plaats is voor een tuintje, en bij andere huizen voor een dakterras. Een woning in Venetië kost een fortuin, maar de eigenaars van ons hotel hebben het gebouw geërfd van hun ouders. Ze wonen met hun vier kinderen op de benedenverdieping, terwijl de rest van het huis altijd vol gasten zit. Boodschappen worden per boot aangevoerd, en van de dichtstbijzijnde kade tot aan huis gereden met een karretje. Geen probleem, zegt de hotelbaas en pater familias, al eeuwen beproefd als formule. Ik vraag me af waarom andere steden niet meer autovrije zones kunnen invoeren.

Marco Polo achterna

Daar gaan we weer: kade langs, bruggetje op, bruggetje af, bootje in, bootje uit, en we staan op het San- Marcoplein. Auto’s die je kinderen omver kunnen rijden zijn er niet, maar plots wel een massa toeristen die hen aan je zicht onttrekken. En kades zonder hekken waarvan ze in het water kunnen tuimelen! Gelukkig hebben we een museumpas en kunnen we de lange file wachtenden voor het Dogenpaleis voorbijsteken. We duiken in een exotische wereld van lang vervlogen tijden toen grote handelschepen uit de hele bekende wereld in Venetië toekwamen en weer wegzeilden tot voorbij de grenzen van die bekende wereld. De Balkan, de Kaukasus, Centraal-Azië: al die landen waar ik mijn hart aan verloren ben vind ik hier terug op één plek.Eén zaal van het Dogenpaleis is helemaal beschilderd met een reusachtige landkaart. Mijn ogen laven zich aan alle namen van steden en reizen in gedachten Marco Polo achterna.

In een andere zaal van het Dogenpaleis zijn de muren getooid met Brusselse wandtapijten. Dus ook vanuit onze streken werd bijgedragen aan de pracht van Venetië. “Venetië is al eeuwen een multiculturele stad, iedereen is hier welkom, wij hebben niets te maken met die xenofoben van Lega Nord”, vertelt een Venetiër mij trots. Maar zo simpel zal het toch niet geweest zijn, bedenk ik me, als ik de schilderijen bekijk van vreselijke zeeslagen, of een scherp getande metalen kuisheidsgordel die tussen andere wapens uitgestald ligt.

Dansende nazi’s

Een collectief gilletje van trots en blijdschap ontglipt ons als we het Guggenheimmuseum binnenstappen en meteen oog in oog staan met het schilderij L’empire des lumières van René Magritte. Mijn dochter is net een spreekbeurt aan het voorbereiden over Magritte, en dit is haar lievelingswerk. Dat we Magrittes zouden zien, wisten we. Daarom zijn we ook naar dit museum gekomen. Maar uitgerekend dit schilderij!

Mijn zoon van zeven is het een beetje beu, al die saaie musea. Hij wil ergens anders naartoe, naar een museum dat niet saai is. Hij wil terug naar dat ene gebouw, waar hij een vloer had gezien die bestond uit een mozaïek van lichtgevende tegels die de hele tijd van kleur verspringen. Zo komen we terecht in het  Palazzo Grassi waar de François Pinaultstichting hedendaagse kunst tentoonstelt. En weer zijn de Belgen aanwezig: er hangen prachtige schilderijen van Luc Tuymans. Verder zien we Japanse kunstenaars die ongeremd felle kleuren gebruiken om sixties-achtige tekeningen te maken.

Maar de lichtgevende vloer heeft het meeste succes bij de kinderen. Gênant dat net die vrolijke vloer gecombineerd wordt met foto’s van Hollywoodacteurs in nazi-uniformen en dat het kunstwerk “Dancing Nazis” heet. Het is een kunstwerk van Piotr Uklanski dat naar het schijnt bij wel meer mensen tegen de haren in strijkt, maar waarschijnlijk is dat precies de bedoeling. Ik laat mijn kinderen maar dansen, en over de combinatie met de foto’s zullen we het daarna nog wel hebben. We moeten ze vrolijk houden, want we hebben nog wat bruggetjes op, bruggetjes af en musea in en uit te gaan …

Boekenparadijs Bologna

In mijn agenda stond het al maanden aangestipt. Niet het festival van San Remo, het carnaval van Venetië of de wereldkampioenschappen kunstschaatsen van Turijn, laat staan de regionale verkiezingen. Maar wel de kinderboekenbeurs van Bologna. Voor iets met boeken ben ik altijd te vinden, voor kinderboeken nog meer. Ik laat het regenachtige Varese achter me, en kom in een zonnig Bologna terecht, waar een pendeldienst me recht van het station naar de beurshallen brengt. Lelijke gebouwen, maar zodra ik er binnenstap, kom ik terecht in een sfeer van betovering …

De mooiste boeken uit de hele wereld zijn hier uitgestald: Japanse kinderboeken overladen met kersenbloesem, Slowaakse prenten van allerlei soorten Baba Jaga’s, Arabische boeken die je van achter naar voren moet doorbladeren, boeken in het Catalaans, Baskisch, noem maar op.  Het is hier niet zo druk als op de boekenbeurs van Antwerpen, waar horden ongerichte boekenliefhebbers elkaar over de voeten struikelen. Maar wie hier is, is bezig en rijgt het ene ernstige gesprek aan het andere. Op de verdieping van de literaire agenten strekt zich voor mijn ogen een hilarisch landschap uit van lange rijen hokjes van een meter op twee waarin telkens twee mensen aan een klein tafeltje met elkaar in gesprek zijn. Gelukkig heb ik eraan gedacht op voorhand afspraken te maken. meer lezen …

Een Italiaans dichter in Varese/Brussel

Uit Brussel komt er een nieuwsbrief van Passa Porta. Daar loopt in maart een tentoonstelling van kunstenaar Richard Venlet die gedichten van de Italiaanse dichter Fabio Scotto over de Dansaertbuurt een plaats moet geven. Brussel heeft niet één stadsdichter – hoeveel talen zou die wel niet moeten kennen- maar de organisatie Het Beschrijf nodigde verschillende dichters uit alle streken van België en ver daarbuiten uit om telkens over een bepaalde buurt van ons aller hoofdstad iets te schrijven.

Fabio Scotto en Richard Venlet

En de Italiaanse dichter blijkt uit mijn streek in Italië te komen, uit Varese, de dichtstbijzijnde stad voor ons, waar ik al bijna niet meer naartoe ga, omdat er toch geen fatsoenlijke boekhandel is. Nu is er dus een dichter gesignaleerd … Misschien wil hij mij wel in zijn stad wegwijs maken zoals hij mijn stad heeft verkend?

In de beste boekhandel van de stad kan ik alleen het laatste boek uit zijn uitgebreide oeuvre kopen, ‘A riva’, poëtisch proza waarin de schoonheid van het merengebied wordt bezongen: ‘Un lago è il grande occhio della terra …’, een meer is het grote oog van de aarde, kristallijn van kleur, met af en toe een traan door de wind of door een bruusk afscheid; een oog dat niet ziet, maar je op elk uur van de dag in de gaten houdt.

Na het lezen hiervan verwondert het me niet dat hij meteen als we elkaar ontmoeten benadrukt dat hij eigenlijk niet van deze stad houdt, maar wel van de meren in de buurt. ‘Vooral ook vanwege de politieke evolutie hier … ‘, zegt hij bedroefd. We lopen over het Garibaldiplein en hij wijst mij op de vlag van Lega Nord, die aan het balkon van de partijzetel hangt. ‘Garibaldi was voor de eenheid van Italië. Zij willen de onafhankelijkheid van het noorden. Het is geen toeval dat ze hier hun vlag komen planten.’ Ik had me voorgenomen om het niet over politiek te hebben, maar net zoals bij veel andere Italianen die ik tegenkom, is het gewoon niet te stuiten, zo verontwaardigd zijn ze over de gang van zaken in het land.  Scotto legt uit dat hij eigenlijk van Sardische afkomst is, uit een familie van zeelui, die wel vaker in havens buiten Sardinië de liefde van hun leven tegenkwamen en er zich dan vestigden. Zijn vader was de eerste in de familie die geen zeeman werd. Hij kwam als jurist in Varese terecht.

“Ik heb dus ook zuiders bloed in mij, zoals bijna alle Italianen. Al dat gepraat over een zuivere noordelijke cultuur is dan ook onzin. De mensen hebben hier altijd pizza’s gegeten en tango gedanst.” Met hart en ziel pleit Fabio Scotto voor de vermenging, voor het ‘onzuivere’, zoals hij zelf in zijn gedichten onder andere soms Frans en Italiaans combineert, of poëzie en proza. Geen wonder dat hij tijdens zijn verblijf in Brussel een gedicht heeft gewijd aan het Zinneke, het hondje dat de Brusselse bastaardidentiteit symboliseert, en waarvan er een beeld in de Kartuizerstraat staat:

“Zijn linkerachterpoot in de lucht

pist de bastaard op de kasseien

de Kartuizerstraat

Zinneke, een van ons

Wie weet waar vandaan

Wie weet waarheen gegaan

(vert. Sandra Verhulst)”

Ja, aan Brussel heeft hij een nieuwe liefde overgehouden. ‘Ik ging er naartoe met de vooroordelen van een Fransman, want ik ben professor Franse literatuur, maar na een week rondlopen en allerlei lieve mensen ontmoeten, van een minister tot politieke vluchtelingen, ben ik er helemaal door betoverd.’

En ik denk aan het gedenkteken op de Anspachlaan waar Scotto waarschijnlijk onopgemerkt langs is gelopen, dat ik zelf ook pas heb opgemerkt, en dat een huis aanduidt waar Giusseppe Mazzini, één van de belangrijke geestelijke vaders van het eengeworden Italië, in ballingschap verbleef.

Tja, hoe vaak denk ik niet bij mezelf: de aarde is echt wel rond …

Dolce Far Niente voor beginners

Nooit in mijn leven heeft een haar op mijn hoofd eraan gedacht om in Italië te gaan wonen. Tot twee jaar geleden was ik er nog maar drie keer geweest, telkens voor mijn werk, met een hectisch programma dat geen plaats vrij liet voor culturele uitstapjes.Ik ben dan ook slavist van opleiding, en kan u tracteren op wel tien heerlijke schotels op basis van kool of rode biet, citeer Russische dichters als u dat blieft, maar van Italiaanse cultuur kende ik niks tenzij het in België of Oost-Europa was terechtgekomen …

En dan komt je man thuis met een aanbod voor een droomjob in … Italië. We hadden al eens een aanbod in Oekraïene afgewimpeld, vanwege meer bepaald in Tsjernobyl, een ander voorstel in de Ivoorkust op het moment dat daar een burgeroorlog in de lucht hing … Je kan niet altijd nee zeggen.

Zo begon dus ons totaal ongepland Italiaans avontuur. En het interessante is dat dat al meteen in Brussel begon. Zodra ik begon te vertellen aan kennissen en vrienden dat we naar Italië zouden verhuizen, kwam iedereen boven met verhalen over Italiaanse grootouders, eigen jaren in Italië, andere mensen die daar waren gaan wonen, begonnen ze spontaan in het Italiaans te praten of te zingen, kortom, ik leek wel de enige die nog niets met Italië had. De artikels van Anne Morelli over Italiaanse immigratie in België kwamen voor mijn ogen tot leven.

Natuurlijk waren we in Schaarbeek al goed bedeeld met het chique Italiaanse restaurant Le Stelle aan de prachtige Louis Bertrandlaan en één van de beste ijssalons van Brussel, Coccoza bij het Josaphatpark, dat niet moet onderdoen voor dat andere beroemde Italiaanse ijssalon aan de andere kant van Brussel, Chez Zizi. Maar nu werden we uitgenodigd op een Italiaanse maaltijd bij vrienden waarvan we helemaal niet wisten dat ze een jaar in Napels hadden gewoond, ging ik op zoek naar Italiaanse boekhandels en vond er een fantastische Piola Libri in de Franklinstraat en ontdekte ik zowaar een Italiaans schooltje in Elsene waar mijn kinderen samen met kinderen van Italiaanse immigranten Italiaans konden gaan leren. Dus tuften we elke vrijdag na school met de tram van Schaarbeek naar Elsene naar de Italiaanse les, en op de terugweg stopten we bij het Warandepark om een pizza te gaan eten in de met talrijke Italiaanse restaurants gezegende buurt achter het Parlement. De directrice van het schooltje begroette ons vanaf de eerste keer in het Italiaans, de serveerster van Da Napoli sprak in haar allerliefste Italiaans met mijn kinderen. Aan de uitgebreide culturele programmatie van het Italiaans Instituut van Brussel kwamen we niet eens meer toe!

Klein detail dat iedereen enthousiast over het oog zag: onze bestemming was Noord-Italië. Niet het land van de pizza, niet het land van de zon, maar dat van risotto en regen … In de zomer wordt het de bloementuin van Italië genoemd, omdat het landschap er dankzij regelmatige buien niet zo verschroeit als in het zuiden, maar voor de rest van het jaar staat het ook wel bekend als het pissijn van Italië … ‘Het merengebied’ klinkt dan weer wat aantrekkelijker in een toeristische brochure, en inderdaad heb je hier prachtige uitzichten over het Lago Maggiore of één van de andere meren hier in de buurt, met schitterend besneeuwde bergen op de achtergrond, maar als je dan weet dat bijna al die meren morsdood zijn door lozingen van de cementindustrie ben je gewaarschuwd voordat je zomaar een duik neemt in het eerste het beste water!

En zo word ik dus jullie Italië-correspondent … Het zal totaal onorthodox zijn omdat ik het allemaal zelf nog aan het ontdekken ben en omdat dit niet het Italië is zoals je het kent uit het zoveelste boek over ‘mijn droomhuis in Toscane’. Voilà, het decor is geschetst …