De oud-minister op bezoek
07 mei 2008De Library of Congress is een gigantische bibliotheek, maar het is ook een uitzonderlijk reservoir aan (vaak heel gespecialiseerde) kennis en een geoliede propagandamachine voor het boek. Concreet betekent dit dat er doorlopend lezingen worden gehouden, door eigen specialisten, gastonderzoekers (zoals de Kluge Fellows) en bekende en minder bekende schrijvers. Dinsdag was er een wereldberoemde auteur te gast, de voormalige (en als het van haar afhangt ook volgende) minister van buitenlandse zaken, Madeleine Albright.
Aanleiding voor haar bezoek is haar heel recente en ook al in het Nederlands vertaalde boek Memo aan de nieuwe president (Ambo/Manteau) – een boeklange brief waarin ze de volgende president adviseert en alle gewone lezers een overzicht biedt van de buitengewone uitdagingen die de wereld van vandaag te bieden heeft op het vlak van buitenlands beleid. Wat ze allemaal vertelde kunt u elders lezen en zou u dra ook op de website van het organiserende Center for the Book moeten kunnen zien. Hier wil ik het even hebben over enkele merkwaardigheden van Amerikaanse book readings.
Uiteraard is er veel applaus wanneer er een hoge gast is, zijn er vriendelijke introducties (in dit geval door de Librarian of Congress zelve), mogen er vragen gesteld worden en is de auteur nadien zo galant om exemplaren van haar hierdoor extra goed verkopende boek te signeren. Maar wat ik hier al meermaals meemaakte – en wat je eigenlijk ook keer op keer ziet wanneer de presidentskandidaten aan een toespraak beginnen – is de uitermate familiaire toon waarop de inleider en ingeleide over elkaar spreken. Waar Vlamingen dat veelal afstandelijk zouden doen, krijg je hier (uiteraard) een uitvoerige opsomming van al haar officiële posities en aanstellingen, maar ook details over hoe goed en lang ze elkaar al kennen, hoe ze elkaar hebben leren kennen, hoe geweldig ze elkaar vinden en zo meer. Albright zelf doet er niet voor onder. Waar alle andere stervelingen de Librarian getrouw als Dr. Billington aanspreken, heeft zij het gewoon over ‘Jim’ en straalt ze bij het ophalen van allerlei herinneringen.
Iets soortgelijks gebeurde laatst bij de poëzieavond waarover ik hier eerder berichtte: hoe lang de dichters elkaar al kenden, wat ze allemaal met elkaar meemaakten toen ze bij elkaar les volgden in een bekende Creative Writing cursus, hoe buitengewoon sympathiek en getalenteerd ze elkaar vinden… Heeft het publiek daar een boodschap aan? Het lijkt er zich in elk geval niet aan te storen. Wat op Europeanen (en cynische Belgen) kan overkomen als inside-schmooze of onecht geslijm, creëert hier een sfeer van respect en verwachting. En indirect krijgt natuurlijk ook de bezoeker zo een aai over de bol: heel erg goed van u dat u naar al deze voortreffelijke mensen komt luisteren. Op die manier is het evenement voor iedereen al een succes, terwijl het eigenlijk nog moet beginnen.




Laatste reacties