Het is zeker ook zoals je je dat voordien voorstelde: mensen, in alle soorten en formaten, met Amerikaanse vlaggetjes of de Amerikaanse vlag of landkaart op hun t-shirt, petje, sweater, baskettrui of als tattoo op hun wang. De Nationale Feestdag wordt hier groots, intens en met overgave gevierd. Een partijnaam als ‘Trots op Amerika’ zou hier belachelijk gevonden worden, want nagenoeg iedereen is trots op Amerika en deelt je dat ongevraagd mee. En op 4 juli is het dus alle remmen los.
Weinig mensen associëren Amerikanen – die herauten van de beeldcultuur – met woorden. Toch staan teksten hier centraal. In de politiek gaat geen dag voorbij zonder te verwijzen naar beroemde toespraken van illustere voorgangers. En op 4 juli is dat nog veel meer het geval, want dan wordt herdacht hoe op die dag in 1776 de Declaration of Independence werd ondertekend. In de National Archives, waar het origineel wordt bewaard, wordt die tekst elk jaar opnieuw voorgelezen en daar komt veel volk naar kijken.
Als hoofdstad is Washington uiteraard het centrum van het gefeest. De Mall, het centrale grasveld tussen het parlement en het Washington Monument, is the place to be. Al die met vlaggetjes getooide Amerikanen en ook opvallend veel toeristen komen daar samen om te eten, te drinken en in het gras te liggen.
Net als in alle overheidsgebouwen en musea moet je ook hier eerst door de beveiliging. Vervolgens: religieuze gezangen van Amish. En dan, toch wel opvallend in dit land van vleeseters, promostands voor vegetarisme – onderdeel van een informatiecampagne over Oosterse wijsheden en leefgewoonten. De met kralen omhangen Aziatische promojongen is perfect geïntegreerd in Amerika: ‘Would you like to medidate, for seven minutes‘.
Maar zelfs die tijd hebben we niet, want we moeten natuurlijk dringend in het gras gaan liggen met een megabeker cola, waarop, voor de gelegenheid, de patriottische en ecologische boodschap 1 zijn. Vandaag redden we het land door onze wegwerpbekers in de afvalbakken te werpen.
Die bakken staan handig opgesteld, onderweg naar de tenten waar de cultuurdragers van het onvolprezen Smithsonian Institution hun jaarlijkse Folklife Festival houden. Gratis, alweer. Onder meer Texas staat centraal in deze editie en dus komen erg feestelijke TexMex en Western Swing ons tegemoet gewaaid. Nooit van gehoord, al klinken ze zo vertrouwd als de Boswell Sisters en Andrew Sisters – de Quebe Sisters: engelachtige samenzang, opzwepend gefiddle en een scheutje swingjazz. Oud en jong op de houten dansvloer. Halleluja.
Nog meer redenen om de Heer te prijzen in de volgende tent. The Original Soul Invaders hebben geen eigen website, maar wel de meest oogverblindende overhemden die vandaag nog op de markt zijn. Maar bovenal: wat een stemmen! Ik wist niet dat er na Bobby Womack nog soulzangers van deze orde waren opgestaan. Een mix van gospel en jaren60-soul in een godlovende improvisatie van een klein half uur die de leadzanger dusdanig uitputte dat hij hulp nodig had van een jonge rapper uit de zaal.
Daarna was het de beurt aan de grote Guy Clark – minder bekend dan Johnny Cash, Ricky Skaggs en Lyle Lovett, al namen ze allemaal songs van hem op. De singer-songwriter was nog herstellend van een beenbreuk en stond wat wankel op het podium, maar zijn songs en grapjes leden er allerminst onder. ‘We have no setlist. We have no agenda. We have no clue. But we have no fear’.
Iets over negen begon dan het vuurwerk. Beslist niet horizontaal (zoals bij Antwerpen 93), maar, nu ja, Amerikaans in zijn kwantiteit. Live op de televisie en zelfs The Washington Post drukt de volgende dag een grote vuurwerkfoto af op de eerste pagina, maar achteraf gezien was de apotheose misschien toch het minst memorabele onderdeel van de dag.
Laatste reacties