Het Salone del Gusto zit er weer op, de voedingsbeurs die om de twee jaar culinaire specialisten en amateur-fijnproevers naar Torino brengen. Maar er zijn nog honderden andere redenen om in elk seizoen van het jaar Torino te bezoeken. Zelf zou ik kiezen voor de vroege herfst of late lente, bij het perfecte terrasjesweer. Want de stad van Fiat is verder ook bekend voor het aangenaam aperitieven op terrasjes. En er zijn de prachtigste musea ter wereld die je stof geven tot napraten tijdens dat aperitieven.
Farao’s in de Povlakte
Om te beginnen is er het Egyptemuseum. Na het museum van Caïro is dat het grootste museum van oude Egyptische kunst ter wereld. Dat komt omdat de Torinese Bernardino Drovetti deelnam aan de Egypte-expeditie van Napoleon en nadien nog in Egypte bleef wonen als diplomaat. De koning van Savoie, die Torino als zetel had, kocht de enorme privé-collectie van Drovetti en legde zo de basis van het Torinese Egypte-museum. Als je het museum binnenstapt, lijkt het alsof je naar een andere tijd en plaats wordt geflitst. Er wordt maar een fractie van de eigenlijke collectie tentoongesteld, maar elk stuk dat je te zien krijgt is dan ook prachtig, gewoonweg betoverend. Ik herinner mij hoe ik ooit een maand door Egypte trok en zodanig vocht tegen de hitte en de beestjes die heel mijn lichaam in opstand deden komen dat ik niet altijd meer kon genieten van de zoveelste unieke tempel.
In dit museum voel ik me plots opnieuw in Thebe terechtkomen, maar dan in veel aangenamere omstandigheden. Na zoveel moois zou je de rest van de dag eigenlijk niets anders meer moeten doen, maar in Torino kan je niet niets doen. We ontdekken een niet speciaal in onze gids aangestipte kerk die zo prachtig blijkt te zijn dat we hem van onder tot boven bestuderen en er de meest geestige ex-voto’s in ontdekken die we ooit al gezien hebben (een soort stripverhalen van de wederwaardigheden van de gelovigen die hier de goddelijke interventie zijn komen afsmeken), we komen terecht in een buurtfeest met fanfare en majoretten in vol ornaat, we komen toevallig langs het museum van Oosterse kunst dat we deze keer niet zouden bezoeken, maar dan toch maar bezoeken omdat het speciaal voor ons die dag gratis is, en alles alles alles is even mooi …
Stap eens in een Star Wars film
Voor ’s avonds hadden we eigenlijk een concert moeten reserveren, maar het is altijd balen in Italië dat concerten pas om negen uur ’s avonds beginnen en dus nog minder kindvriendelijk zijn dan in België – we zijn nu eenmaal met onze kinderen op stap. Maar daardoor hebben we de volgende dag geluk: aangezien we vroeg uit de veren zijn, staan we een kwartier te vroeg voor de deuren van het filmmuseum. Als we enkele uren later verrukt het museum verlaten is de rij voor de deur al meer dan honderd meter lang en kunnen we alleen maar medelijden voelen voor de bezoekers die nog een uur of meer zullen moeten wachten om binnen te kunnen. Mensen komen niet alleen naar het museum voor de levendige tentoonstelling over films, die je de kans geeft om vanuit de meest onverwachte soort stoelen en zitmeubels (geassorteerd bij het soort film) te genieten van fragmenten uit filmklassiekers. Het gebouw zelf waarin het museum is ondergebracht is op zich al meer dan spectaculair. Eigenlijk werd het gebouwd in opdracht van een Joodse gemeenschap die een nieuwe synagoge wilde. Maar de architect ging zijn boekje te buiten, het gebouw nam ronduit megalomane proporties aan, en het prijskaartje dat erbij hoorde was ook niet meer te betalen door de betrokken gelovigen. Zo kwam het gebouw uiteindelijk in handen van de stad Torino en werd er tenslotte het filmmuseum in ondergebracht, maar je kan het ook gewoon bezoeken om met een glazen lift Roald Dahl waardig naar het dak van het gebouw te zoeven en er te genieten van een prachtig uitzicht over Torino (en over de Povlakte en de daarachter gelegen bergen) en een duizelingwekkend overzicht over de rond een grote vide opgehangen wandelgangen van het filmmuseum.
Het Manchester van Italië
Hier moeten we vaker naartoe komen, besluiten we als we wegrijden uit Torino. Het is de eerste Italiaanse stad waar we zo’n mooie mix van oud en nieuw hebben ontdekt en waar we de vitaliteit voelen van jong en creatief leven. Torino heeft zich ook wel moeten heruitvinden, want de industrie die de stad ooit rijk maakte is nu in zware crisis. Misschien kan je Torino vergelijken met Manchester, dat van industrieel kerkhof veranderd is in één van de hipste steden van Groot-Brittanië.



17/11/2010 om 10:28
Dag Jo,
Ik zie toevallig dat jij nu in Italië woont. En er over schrijft. Heel tof! Ik hoop dat je je daar gelukkig voelt.
Wij zijn intussen weer naar Leuven verhuisd. En hebben twee schatten van kinderen.
Groetjes, Griet