Na een bezoekje aan het goede oude België en heel wat fijne avonden met vrienden en familie, zomeren we gewoon verder in Berlijn. De hele stad blijft in een zonnige stemming, ook al begint het nieuwe schooljaar hier deze week al. We moesten er gewoon op letten om in de laatste vakantiedagen niet al te veel hooi op onze ontspanningsvork te nemen. Een dag met een straattheaterfestival, een bezoek aan de Temporäre Kunsthalle, een picknick en een waterspeeltuin werd dus afgewisseld met een dag verpozen aan een meertje. Ook ’s avonds kunnen we tegenwoordig uitstapjes maken, want we hebben eindelijk een goede babysit gevonden.
Leonard Cohen
Vorige week gingen we samen naar het optreden van Leonard Cohen, enkele dagen voor hij Gent aandeed. Hoe Cohen de verwachtingen ruimschoots inloste, kan je ook in de Belgische recensies lezen. Hier wil ik het daarom vooral over het extraatje van de bijzondere locatie hebben. Daarmee bedoel ik niet het feit dat een vriend van de babysit de cocktailbar runt, al zorgde ook dat voor een fijn extraatje.
De Waldbühne is sinds de jaren zestig met onderbrekingen een populaire locatie voor grote concerten. Het is een amfitheater in de bossen dat plaats biedt aan 22 000 bezoekers. Zelfs zonder enige kennis van de geschiedenis van deze plek is het telkens weer indrukwekkend om deze arena te betreden.
Cohen slaagde erin om met een enkel lied nog veel meer uit de Waldbühne te halen. Ik heb al veel concerten gezien, maar ik heb nog nooit zo’n pure euforie van een volledig publiek gezien als op de tonen van “First we take Manhattan(, then we take Berlin)”. Zelfs de meester zelf was zichtbaar onder de indruk. Het lied refereert aan de naïviteit en het narcisme van de Rote Armee Fraktion, maar droeg voor het publiek nog veel meer in zich.
De tribunes ademen de recente Duitse geschiedenis, van het nationaalsocialisme tot en met de val van de Berlijnse muur.
Amfitheater
Het amfitheater werd in het kader van de Olympische Spelen van 1936 gebouwd naar het voorbeeld van het theater in Epidaurus. Het heette toen de Dietrich-Eckart-Freilichtbühne. Dietrich Eckhart was een nationaalsocialistische schrijver, aan wie Hitler veel van zijn ideeën te danken had. Propagandaminister Goebbels had een stadion voor 100 000 mensen in gedachten, maar het werd uiteindelijk een stuk kleiner. Het stadion deed tijdens de Olympische Spelen dienst voor het toestelturnen, maar vooral ook voor het culturele nevenprogramma met diverse theaterstukken en opera’s. Na de Tweede Wereldoorlog werd de naam veranderd in Waldbühne. Het amfitheater deed vanaf dan vooral dienst voor bokswedstrijden en als openluchtcinema. Het was in die functie ook een belangrijke locatie van de Berlinale.
Pas toen in het begin van de jaren zestig de oorlogsbeschadigingen werden hersteld, werd de Bühne ook een plaats voor rockconcerten. Een concert van The Rolling Stones maakte snel een eind aan deze korte periode. De West-Berlijnse Waldbühne werd zwaar beschadigd bij rellen na het concert: De fans waren zo ontgoocheld door de korte duur van het concert dat ze hun woede op de zitjes en op de politie afreageerden. Overigens werden deze rellen in de DDR zeer kritisch bekeken en zorgden ze rechtstreeks voor een strenge inperking van de jeugdcultuur in het Oosten.
Het duurde zeven jaar eer de locatie weer in gebruik genomen werd. In de jaren zeventig waren de concertorganisatoren echter al uitgeweken naar andere locaties. Pas in het begin van de jaren tachtig kreeg de Waldbühne dus geleidelijk aan zijn oude glorie terug. Als de ster van de avond dansend het podium verlaten heeft en we onder de sterren aan de hemel een laatste blik op het leeglopende amfitheater werpen, kunnen we dat alleen maar toejuichen. Hallelujah.



Laatste reacties