Lombardije blijft voor mij een plek vol contrasten: industrie naast haast ongerepte landschappen, met sneeuw bedekte bergtoppen bij tropische temperaturen, uitgestrekte meren op een boogscheut van alpenweiden …
Op een veelbelovende en hete dag rijden we langs de oever van het Lago Maggiore (zo blauw dat het pijn doet aan je ogen). Voorbij Luino gaan we landinwaarts, langs alsmaar scherpere haarspeldbochten hoger en hoger de bergen in, tot we aankomen in Curiglia. Dat is een in een dal gelegen dorp, waar je snel doorheen bent, maar enkele kilometers verder stopt de weg abrupt en heb je twee mogelijkheden om verder te gaan: een bergpad op of een berglift nemen. Aangezien er enkele kleuters mee moeten, kiezen we voor de berglift, zodat we op tien minuten boven staan, in plaats van na een uur sjokken.
Vanuit de berglift hebben we een adembenemend uitzicht, terwijl het pad door de schaduw van een dicht bos kronkelt (ik heb het al eens zonder kleuters gedaan, dus ik weet het). Té snel komen we aan bij het eindpunt en stappen we uit. We belanden in een andere wereld.
Dit is waarschijnlijk het mooiste bergdorpje van Lombardije: de straatjes zijn zo smal dat je er maar net nog iemand kan kruisen. Auto’s zijn er dus niet – er komt trouwens helemaal geen autoweg tot aan het dorp. Er zouden enkele families het hele jaar rond wonen, maar het merendeel van de bewoners verblijft er alleen in de zomer, als de berglift werkt. Niettemin hangt er een echte dorpssfeer, met een prachtig kerkje waar punctueel de mis wordt gehouden door een vriendelijke priester, een winkeltje voor de kleine inkopen, een dokter die twee keer per week consultaties komt houden, een waterfontein waaraan dorstige reizigers zich kunnen verfrissen en laven, en wel twee restaurants met in beide even lekkere authentieke Italiaanse gerechten aan een eerlijke prijs, en heerlijk ijs als dessert. Er woont ook een geitenboer, waarvan de geiten tot zijn grote ongenoegen liever in het dorp rondlopen dan rond zijn boerderij.
Echte sportievelingen komen naar Monteviasco als tussenstop op een grote tocht door de bergen. Zij kunnen er overnachten in een huis van een Italiaanse alpinistenvereniging. Ook zij kunnen hun geluk niet op als ze zo’n idyllische, aangename tussenstop ontdekken. Maar voor families met kinderen is deze plek net zo fijn omdat het avontuur biedt op kinderniveau. Op een veilige manier kom je in een echt bergdorp, waarna je een redelijk comfortabel wandelpad kan volgen dat je door prachtige alpenweiden voert. Vlinders fladderen rond je oren en landen op je armen, hagedissen schieten voor je voeten uit, slangen vluchten weg tussen de stenen van ruïnes, …
Er zijn momenten dat je je hier voelt alsof je de eerste mens bent die er een voet zet, al weet je wel dat dat helemaal niet zo is. Daarvan getuigt onder andere de fan-website.



Laatste reacties