Het Salon International Du Livre Ancien dat jaarlijks in het Grand Palais georganiseerd wordt, is nu niet meteen een grote publiekstrekker. Ware het niet dat twee bibliofielen er dit jaar een foto voorstelden die in de Franse literaire kringen voor consternatie zorgde. Een foto van Rimbaud.
Rimbaud, de illustere poëet die op z’n 17de al z’n magnum opus schreef en na een tumultueuze relatie met die andere grote uit de Franse literatuur, Verlaine, een anoniem bestaan als wereldreiziger ging leiden tot z’n prille dood op 37 jarige leeftijd.
Van Picasso tot Patti Smith, Rimbaud, inspireert sinds jaar en dag artiesten in elke genre.
Tot nu toe waren er slechts enkele foto’s van de meester beschikbaar: een schimachtige foto van vlak voor z’n dood, en een foto waarin Carjat hem vereeuwigde op 17-jarige leeftijd. Het beeld dat in het collectieve geheugen gegrift staat, is die onscherpe foto van een mooie jongeling, die ietwat verdwaasd van de camera wegkijkt. Een beeld dat eindeloos geromantiseerd en geportretteerd is in schilderijen en sculpturen, in strips en graffiti.
De nieuwe foto van Rimbaud op volwassen leeftijd doorbreekt de mythe rond de man, zorgt voor uitgebreide coverage in de pers en duizenden extra bezoekers op het Salon.
Toeval of niet, voor de poëtische zielen onder ons loopt er momenteel een kleine maar fijne expo, in de rue Mahler in de Marais (naast één van de underground winkels van l’Eclaireur). De tentoonstelling geeft een mooi overzicht van hoe de icoon verweven is in allerlei kunstvormen én hoe gecommercialiseerd de man en z’n beeltenis is.
Rimbauds meest bejubelde gedicht, Le Bateau Ivre (het dronken schip), handelt over een schip dat geteisterd wordt in een storm. Het motto van Parijs, Fluctuat nec Mergitur, wat zoveel betekent als “Het wordt heen en weer gegooid door de golven maar zinkt niet”, sluit prachtig aan bij deze parel van de Franse literatuur. Reden te meer om in tijden van politiek en economisch tumult Rimbauds werk te gaan herlezen.



25/05/2010 om 21:52
In mijn archief (helaas in opslag) ligt een ongepubliceerd essay De Schaduw Ben Je Zelf, o.a. over de relatie tussen Arthur Rimbaud en het geld, over zijn niet onzelfzuchtige motieven om gedichten te schrijven; waaruit maar weer eens blijkt dat er desondanks evenwel prachtige poëzie uit een dichter kan uitbotten. In de jaren tachtig bracht ik een 12-tal vroege gedichten van Rimbaud over naar het Nederlands. Maar aan de heiligverklaring van deze wegbereider van veel moderne poëzie heb ik nooit meegedaan, dat is me te katholiek.