Venetië binnenvaren
29 april 2010Venetië zien
Ik ken iemand die elke dag bewust probeert iets voor de eerste keer te doen: iets te eten dat ze nog nooit heeft gegeten of ergens heen te gaan waar ze nog nooit is geweest. Ik denk daar nu vaak aan, omdat hier elke dag weer zoveel nieuwe kleine dingen op me afkomen – soms is dat leuk, soms vermoeiend.
Deze keer wordt het leuk: we gaan naar Venetië! En hoewel je weet dat je in het voetspoor treedt van miljoenen anderen, is het voor ons toch een spannend en een leuk vooruitzicht. Iedereen, maar dan ook iedereen heeft ons verteld dat het er prachtig is. Dat we op weg ernaartoe naar Vivaldi moeten luisteren. Dat we naar de glasblazers op het eiland Murano moeten gaan kijken. Dat het zo fijn is dat er geen auto’s zijn en kinderen dus vrij kunnen rondlopen.
Een bootje vol boodschappen
Voor ons is het vier uur rijden tot aan de luchthaven van Venetië. Daar laten we onze auto achter in een parking, en nemen we de boot. Alleen dat al: een stad binnenvaren! En dan bruggetje op, bruggetje af, langs de kade, steegje door met onze koffers om bij ons hotel te raken.
Elke bruikbare vierkante centimeter van de stad lijkt wel volgebouwd. Maar als we in onze hotelkamer staan en langs de achterkant naar buiten kijken zien we dat er toch ook plaats is voor een tuintje, en bij andere huizen voor een dakterras. Een woning in Venetië kost een fortuin, maar de eigenaars van ons hotel hebben het gebouw geërfd van hun ouders. Ze wonen met hun vier kinderen op de benedenverdieping, terwijl de rest van het huis altijd vol gasten zit. Boodschappen worden per boot aangevoerd, en van de dichtstbijzijnde kade tot aan huis gereden met een karretje. Geen probleem, zegt de hotelbaas en pater familias, al eeuwen beproefd als formule. Ik vraag me af waarom andere steden niet meer autovrije zones kunnen invoeren.
Marco Polo achterna
Daar gaan we weer: kade langs, bruggetje op, bruggetje af, bootje in, bootje uit, en we staan op het San- Marcoplein. Auto’s die je kinderen omver kunnen rijden zijn er niet, maar plots wel een massa toeristen die hen aan je zicht onttrekken.
En kades zonder hekken waarvan ze in het water kunnen tuimelen! Gelukkig hebben we een museumpas en kunnen we de lange file wachtenden voor het Dogenpaleis voorbijsteken. We duiken in een exotische wereld van lang vervlogen tijden toen grote handelschepen uit de hele bekende wereld in Venetië toekwamen en weer wegzeilden tot voorbij de grenzen van die bekende wereld. De Balkan, de Kaukasus, Centraal-Azië: al die landen waar ik mijn hart aan verloren ben vind ik hier terug op één plek.Eén zaal van het Dogenpaleis is helemaal beschilderd met een reusachtige landkaart. Mijn ogen laven zich aan alle namen van steden en reizen in gedachten Marco Polo achterna.
In een andere zaal van het Dogenpaleis zijn de muren getooid met Brusselse wandtapijten. Dus ook vanuit onze streken werd bijgedragen aan de pracht van Venetië. “Venetië is al eeuwen een multiculturele stad, iedereen is hier welkom, wij hebben niets te maken met die xenofoben van Lega Nord”, vertelt een Venetiër mij trots. Maar zo simpel zal het toch niet geweest zijn, bedenk ik me, als ik de schilderijen bekijk van vreselijke zeeslagen, of een scherp getande metalen kuisheidsgordel die tussen andere wapens uitgestald ligt.
Dansende nazi’s
Een collectief gilletje van trots en blijdschap ontglipt ons als we het Guggenheimmuseum binnenstappen en meteen oog in oog staan met het schilderij L’empire des lumières van René Magritte. Mijn dochter is net een spreekbeurt aan het voorbereiden over Magritte, en dit is haar lievelingswerk. Dat we Magrittes zouden zien, wisten we. Daarom zijn we ook naar dit museum gekomen. Maar uitgerekend dit schilderij!
Mijn zoon van zeven is het een beetje beu, al die saaie musea. Hij wil ergens anders naartoe, naar een museum dat niet saai is. Hij wil terug naar dat ene gebouw, waar hij een vloer had gezien die bestond uit een mozaïek van lichtgevende tegels die de hele tijd van kleur verspringen. Zo komen we terecht in het Palazzo Grassi waar de François Pinaultstichting hedendaagse kunst tentoonstelt. En weer zijn de Belgen aanwezig: er hangen prachtige schilderijen van Luc Tuymans. Verder zien we Japanse kunstenaars die ongeremd felle kleuren gebruiken om sixties-achtige tekeningen te maken.
Maar de lichtgevende vloer heeft het meeste succes bij de kinderen. Gênant dat net die vrolijke vloer gecombineerd wordt met foto’s van Hollywoodacteurs in nazi-uniformen en dat het kunstwerk “Dancing Nazis” heet. Het is een kunstwerk van Piotr Uklanski dat naar het schijnt bij wel meer mensen tegen de haren in strijkt, maar waarschijnlijk is dat precies de bedoeling. Ik laat mijn kinderen maar dansen, en over de combinatie met de foto’s zullen we het daarna nog wel hebben. We moeten ze vrolijk houden, want we hebben nog wat bruggetjes op, bruggetjes af en musea in en uit te gaan …



Laatste reacties