blog/Het Leven Is Elders

Archief: april, 2010

Venetië binnenvaren

Venetië zien

Ik ken iemand die elke dag bewust probeert iets voor de eerste keer te doen: iets te eten dat ze nog nooit heeft gegeten of ergens heen te gaan waar ze nog nooit is geweest. Ik denk daar nu vaak aan, omdat hier elke dag weer zoveel nieuwe kleine dingen op me afkomen – soms is dat leuk, soms vermoeiend.

Deze keer wordt het leuk: we gaan naar Venetië! En hoewel je weet dat je in het voetspoor treedt van miljoenen anderen, is het voor ons toch een spannend en een leuk vooruitzicht. Iedereen, maar dan ook iedereen heeft ons verteld dat het er prachtig is. Dat we op weg ernaartoe naar Vivaldi moeten luisteren. Dat we naar de glasblazers op het eiland Murano moeten gaan kijken. Dat het zo fijn is dat er geen auto’s zijn en kinderen dus vrij kunnen rondlopen.

Een bootje vol boodschappen

Voor ons is het vier uur rijden tot aan de luchthaven van Venetië. Daar laten we onze auto achter in een parking, en nemen we de boot. Alleen dat al: een stad binnenvaren! En dan bruggetje op, bruggetje af, langs de kade, steegje door met onze koffers om bij ons hotel te raken.

Elke bruikbare vierkante centimeter van de stad lijkt wel volgebouwd. Maar als we in onze hotelkamer staan en langs de achterkant naar buiten kijken zien we dat er toch ook plaats is voor een tuintje, en bij andere huizen voor een dakterras. Een woning in Venetië kost een fortuin, maar de eigenaars van ons hotel hebben het gebouw geërfd van hun ouders. Ze wonen met hun vier kinderen op de benedenverdieping, terwijl de rest van het huis altijd vol gasten zit. Boodschappen worden per boot aangevoerd, en van de dichtstbijzijnde kade tot aan huis gereden met een karretje. Geen probleem, zegt de hotelbaas en pater familias, al eeuwen beproefd als formule. Ik vraag me af waarom andere steden niet meer autovrije zones kunnen invoeren.

Marco Polo achterna

Daar gaan we weer: kade langs, bruggetje op, bruggetje af, bootje in, bootje uit, en we staan op het San- Marcoplein. Auto’s die je kinderen omver kunnen rijden zijn er niet, maar plots wel een massa toeristen die hen aan je zicht onttrekken. En kades zonder hekken waarvan ze in het water kunnen tuimelen! Gelukkig hebben we een museumpas en kunnen we de lange file wachtenden voor het Dogenpaleis voorbijsteken. We duiken in een exotische wereld van lang vervlogen tijden toen grote handelschepen uit de hele bekende wereld in Venetië toekwamen en weer wegzeilden tot voorbij de grenzen van die bekende wereld. De Balkan, de Kaukasus, Centraal-Azië: al die landen waar ik mijn hart aan verloren ben vind ik hier terug op één plek.Eén zaal van het Dogenpaleis is helemaal beschilderd met een reusachtige landkaart. Mijn ogen laven zich aan alle namen van steden en reizen in gedachten Marco Polo achterna.

In een andere zaal van het Dogenpaleis zijn de muren getooid met Brusselse wandtapijten. Dus ook vanuit onze streken werd bijgedragen aan de pracht van Venetië. “Venetië is al eeuwen een multiculturele stad, iedereen is hier welkom, wij hebben niets te maken met die xenofoben van Lega Nord”, vertelt een Venetiër mij trots. Maar zo simpel zal het toch niet geweest zijn, bedenk ik me, als ik de schilderijen bekijk van vreselijke zeeslagen, of een scherp getande metalen kuisheidsgordel die tussen andere wapens uitgestald ligt.

Dansende nazi’s

Een collectief gilletje van trots en blijdschap ontglipt ons als we het Guggenheimmuseum binnenstappen en meteen oog in oog staan met het schilderij L’empire des lumières van René Magritte. Mijn dochter is net een spreekbeurt aan het voorbereiden over Magritte, en dit is haar lievelingswerk. Dat we Magrittes zouden zien, wisten we. Daarom zijn we ook naar dit museum gekomen. Maar uitgerekend dit schilderij!

Mijn zoon van zeven is het een beetje beu, al die saaie musea. Hij wil ergens anders naartoe, naar een museum dat niet saai is. Hij wil terug naar dat ene gebouw, waar hij een vloer had gezien die bestond uit een mozaïek van lichtgevende tegels die de hele tijd van kleur verspringen. Zo komen we terecht in het  Palazzo Grassi waar de François Pinaultstichting hedendaagse kunst tentoonstelt. En weer zijn de Belgen aanwezig: er hangen prachtige schilderijen van Luc Tuymans. Verder zien we Japanse kunstenaars die ongeremd felle kleuren gebruiken om sixties-achtige tekeningen te maken.

Maar de lichtgevende vloer heeft het meeste succes bij de kinderen. Gênant dat net die vrolijke vloer gecombineerd wordt met foto’s van Hollywoodacteurs in nazi-uniformen en dat het kunstwerk “Dancing Nazis” heet. Het is een kunstwerk van Piotr Uklanski dat naar het schijnt bij wel meer mensen tegen de haren in strijkt, maar waarschijnlijk is dat precies de bedoeling. Ik laat mijn kinderen maar dansen, en over de combinatie met de foto’s zullen we het daarna nog wel hebben. We moeten ze vrolijk houden, want we hebben nog wat bruggetjes op, bruggetjes af en musea in en uit te gaan …

Luxe is koning in de Parijse culturele lente

Zoals u hiernaast al kon lezen zit ik in Parijs voor een MBA in Luxury Brand Management. M’n luxe-klasje in ESSEC bestaat voor 80% uit dames. Een bont allegaartje van intelligente fashionistas met meer dan 20 nationaliteiten. Ondanks de obligate kattengevechtjes en onderlinge jaloerse blikken – waar ik me als brave Belg uiteraard helemaal buiten houd – hoor je me niet klagen. Naast die gedwongen academische onderdompeling in luxe, is het momenteel ook in cultureel Parijs onmogelijk de luxe te ontlopen.

Voor het eerst sinds het overlijden van het enfant terrible van de Franse mode, is er in het Petit Palais een overzichtstentoonstelling van het leven en werk van Yves Saint Laurent, georganiseerd door z’n levens- en business partner Pierre Bergé. De tentoonstelling geeft op fabuleuze wijze een overzicht van de 40 jarige carrière van Saint Laurent aan de hand van ruim 300 kledingsstukken en een uitgebreid assortiment tekeningen en beeldmateriaal. Wat niet wordt vermeld, is dat ondanks de rijkdom van archieven en de grandeur van de tentoonstelling het moderne YSL al jaren verlies maakt.

Ook Hermes , één van de laatst echte maisons dat nog niet in handen is van een luxe conglomeraat, trekt de expositietoer op. In het fabelachtige Institut du Monde Arabe , ontworpen door Jean Nouvel, toont ook dit lederwarenhuis waar het z’n inspiratie haalt.

En dan is er die andere luxe koning die Parijs al een week in z’n ban houdt. Geen Fransman deze keer, maar het ultieme Amerikaanse succesicoon, Ralph Lauren.

Nadat de zeventiger vorige donderdag door Sarkozy de Legion d’Honneur opgespeld kreeg en hij alle voorpagina’s van de Franse pers haalde, opende hij ’s avonds op de Rive Gauche z’n grootste Europese winkel. Met de aanwezigheid van het quasi voltallige Franse cinemawereldje (inclusief usual suspects als Deneuve en Depardieu) leek het festival van Cannes zich voor één avond op de Boulevard de Saint Germain af te spelen.

Persoonlijk ben ik een discrete Ralph Lauren liefhebber en het resultaat mag gezien worden. De 5 verdiepingen tellende winkel is een oud rococo hotel gelegen vlakbij het legendarische Café de Flore (het hoofdkwartier van existentialisten als Sartre en De Beauvoir). Na 4 jaar restauratie is het in alle glorie herrezen, met weliswaar een heel andere bestemming. De opgefriste gevel is alleszins een aanwinst voor het quartier des artistes.

Dat het luxe geweld nu maar wat gaat liggen, zodat de echte Parijse lente kan losbarsten.

Toerist is koning

Bezoek

Het meest pittoreske plein van Berlijn is voor velen de Gendarmenmarkt met haar concertgebouw, haar Franse én haar Duitse Dom. Ik las deze week in de krant dat de bomen op die Gendarmenmarkt moeten verdwijnen. Onderzoek heeft uitgewezen dat de takken voor veel toeristen ”te laag hangen” om rustig onderdoor te kunnen wandelen. Het is maar één van vele voorbeelden die aantonen hoe groot de invloed van toeristen op het stadsbeeld geworden is. Berlijn staat voor de moeilijke evenwichtsoefening om aan toerismemarketing te doen, zonder aan haar oorspronkelijke charme te raken. Het is, blijkt uit andere onderzoeken, immers net het ruwe, diverse en chaotische karakter van de stad dat toeristen naar Berlijn lokt.

Citymarketing?

Veel Berlijners vinden dat de huidige burgemeester, Klaus Wowereit, in die evenwichtsoefening te veel naar de kant van de toeristen overhelt. Vooral zijn centralisatiepolitiek is voer voor discussie. Veel musea worden van de rand van de stad naar het centrum verplaatst, zodat een citytripper alles lekker dichtbij vindt. Er wordt zelfs een nieuwe metrolijn gebouwd die langs alle toeristische highlights loopt, waardoor enkele wijken van de stad vrezen geen enkele bezoeker meer te zien. Nochtans moet ook de burgemeester weten dat Prenzlauer Berg niet meteen centraal ligt, en toch zonder een greintje citymarketing de hipste plaats van de stad werd.

Maar de cijfers geven Wowereit gelijk. Berlijn kreeg nog nooit zo veel toeristen over de vloer als in het crisisjaar 2009, waarin de stad zich profileerde als betaalbaar alternatief voor dure wereldsteden als Rome of New York. Met 8,3 miljoen toeristen en 19 miljoen overnachtingen kan de hoofdstad een mooi rapport voorleggen.

Nu de zon hier weer dagelijks schijnt en de paasvakantie in België begonnen is, begint ook onze bezoekersstroom op gang te komen. Die komen niet in de statistieken voor. Sommige mensen overnachten bij ons, anderen opteren voor het vakantieappartement drie verdiepingen lager. Zowel van privébezoeken als van dergelijke vakantieappartementen, die steeds populairder worden, zijn er voorlopig nog geen cijfers.

Hamburger Bahnhof en Berliner Unterwelten

Ook wij beginnen dan met een evenwichtsoefening. Vrienden en familie bezoeken vooral ons, maar zien ook graag iets van de stad. Wie graag een museum bezoekt dat we al kennen, sturen we alleen op weg om hen later op één van onze favoriete terrasjes weer te ontmoeten. Er zijn natuurlijk uitzonderingen: naar sommige musea, zoals het Hamburger Bahnhof, blijf ik graag meegaan. De collectie van dit museum voor hedendaagse kunst is zo groot dat het aanbod om de paar maanden volledig verandert. Wat we ook graag aanraden, is een gidsbeurt door ondergronds Berlijn. Vlak bij ons in de buurt heeft ‘Berliner Unterwelten’ enkele schuilkelders en bunkers ontsloten die een verbazend levensecht beeld geven van het leven in die schuilkelders in de Tweede Wereldoorlog (inclusief originele lakens en toiletten).

Maar het allerliefste schakelen we het bezoek in in ons dagelijks leven en tonen we hoe Berlijn een deel van ons is geworden: paaseieren zoeken langs het Landwehrkanaal, de kinderen naar de Kindergarten brengen met een kleine omweg langs het Mauerpark, van de zon genieten in het Humboldthainpark, brunchen op zondag…

Een halve marathon lopen is nog niet echt dagelijkse routine voor me, maar het was wel een absolute topper om samen met bezoek de Berliner Halbmarathon lopen. We maakten meteen de afspraak om een volgend bezoek rond 26 september te plannen, wanneer heel de stad in het teken van de marathon staat.

Er zijn natuurlijk ook de kennissen van familie die in ons een handige toeristische dienst zien. ‘Wij zijn van dan tot dan in Berlijn. Wat moeten we doen?’ Koop een reisgids, denk je dan. Vreemd is dat zelfs de meest klassieke toeristen vragen naar de niet-toeristische plekken en attracties.

De beste tip is ‘verhuizen’. Dan is niets meer toeristisch en is alles thuis. En dat blijft een heerlijk gevoel.