Logo


10 februari 2012 03:49

Cobra.be als startpagina

Toon de tekst in de standaard lettergrootte Toon de tekst groter Toon de tekst extra groot


Agenda:


blog/Het Leven Is Elders

Archief: februari, 2010

Berlinale

berlinale2

Berlinale1Thuis

Acht weken wonen we nu in Berlijn en we voelen ons al helemaal thuis. Jana, onze oudste dochter, gaat al enkele weken naar de kleuterklas en vindt het doodnormaal dat iedereen Duits spreekt. Zelf lijkt ze op Jean-Marie Pfaff in zijn gloriedagen: “Das kind hatte geboortedag und er was taart und wir haben liedjes gesungen”. Mira kan niet wachten tot ze binnen enkele weken ook naar de kleuterklas mag en oefent ook al volop Duits. Ik weet nog niet helemaal wat ik ervan moet denken nu ze mij af en toe ‘Vati’ noemt. Dat ze bij het middageten “noch ‘toffelen bitte” vraagt, vind ik wel schattig. Ondertussen volgt Truus een ‘Intensivkurs’ Duits. Volgens mij en volgens iedereen die ze hier spreekt, is dat niet nodig, maar het taalkundige bloed stroomt waar het niet gaan kan. Mijn integratie bestaat er vooral in dat ik niet thuis aan mijn bureau blijf zitten. Ik combineer het schrijven met een vergelijking van de zeer talrijke bibliotheken en een zoektocht naar het beste Berlijnse koffiehuis.

Ik had kunnen bloggen over de ‘Lange Nacht der Museen’, over mijn korte ontmoeting met James Ellroy of over de uitreiking van de ‘Alice Salomon poëzieprijs’ aan Valeri Scherstjanoi, maar dezer dagen moet alles wijken voor de Berlinale en is de Potsdamer Platz, het epicentrum van het festival, ook mijn vaste stek. Daar in België hebben jullie uiteraard al uitgebreid kunnen lezen over de nieuwe Polanski en de nieuwe Scorsese. In de blog van Ruben Nollet vind je bovendien interessante achtergrondinformatie bij enkele films. Ik zeg enkel dat ik voorlopig vind dat ‘Submarino’ van Vinterberg (ja, die van ‘Festen’) de gouden beer moet winnen. Voor de rest laat ik dat deel van het festival graag helemaal over aan de professionals.

berlinale2De rode loper

Mijn persoonlijke teller staat ondertussen op meer dan 20 films met nog ruim drie dagen te gaan. Kwantiteit is niet alles, maar geeft wel de gelegenheid om meer dan alleen de competitiefilms te ontdekken. Ik moet toegeven dat die competitiefilms en een bezoek aan het gigantische Berlinale Palast met 2000 zitplaatsen een wezenlijk deel zijn van het Berlinalegevoel. Het is heel vreemd, maar ook aangenaam om over de rode loper te lopen, waarlangs horden fans en vijf rijen fotografen opgesteld staan. Het nietige besef dat ze niet voor jou komen, maar daar enkel staan omdat je vijf minuten voor pak weg Ben Stiller of Leonardo DiCaprio aankomt, verandert niets aan dat bizarre gevoel. Voor de rest geniet ik toch het meest van de sfeer van de Berlinale in de oudere bioscoopzalen met een heel eigen charme, waar ik toevallig verzeild geraak omdat een andere film allang uitverkocht is of enkel en alleen omdat de, vaak Duitse titel, me aanspreekt.

Heimat

De nieuwe Duitse Heimatfilm is een trend, zowel op televisie als in de bioscoop. Op ZDF wordt elke maandag een degelijke moderne televisiefilm getoond waarbij de locatie een belangrijk deel van het verhaal is. Op deze Berlinale vallen de films in en over Berlijn op, waarbij het ongelofelijk is dat het telkens om dezelfde stad gaat die wordt getoond. Het contrast tussen de komedie ‘Die Friseuse’ en de rauwe documentaire ‘Neukölln Unlimited’ kan bijvoorbeeld niet groter zijn. Mijn favoriet is ‘Boxhagener Platz’, een film in de traditie van ‘Sonnenallee’ en ‘Goodbye Lenin’ die de DDR in al zijn onvolkomenheid en ellende portretteert en toch ontzettend geestig is.
Maar dé ontdekking is voor mij een documentaire van een nog niet eens afgestudeerde Jan Raiber over de zoektocht naar zijn biologische vader en dus over zichzelf. Op zich lijkt het thema van ‘Alle meine Väter’ zo afgezaagd en zo particulier dat het geen kat interesseert, maar de ontwapenend intelligente aanpak, de vreemde onvoorziene wendingen in het verhaal en de dramaturgisch geniale montage maken van deze documentaire een universeel en ontroerend verhaal. Ik hoop dat het Vlaamse publiek ‘Alle meine Väter’ ook ooit te zien krijgt.

En zeggen dat er nog ruim drie dagen overblijven om nog veel meer te ontdekken. Vanaf maandag keer ik dan terug uit mijn parallelle wereld en toon ik mijn gezin dat ‘Vati’ in de realiteit ook nog bestaat.

Dolce Far Niente voor beginners

Nooit in mijn leven heeft een haar op mijn hoofd eraan gedacht om in Italië te gaan wonen. Tot twee jaar geleden was ik er nog maar drie keer geweest, telkens voor mijn werk, met een hectisch programma dat geen plaats vrij liet voor culturele uitstapjes.Ik ben dan ook slavist van opleiding, en kan u tracteren op wel tien heerlijke schotels op basis van kool of rode biet, citeer Russische dichters als u dat blieft, maar van Italiaanse cultuur kende ik niks tenzij het in België of Oost-Europa was terechtgekomen …

En dan komt je man thuis met een aanbod voor een droomjob in … Italië. We hadden al eens een aanbod in Oekraïene afgewimpeld, vanwege meer bepaald in Tsjernobyl, een ander voorstel in de Ivoorkust op het moment dat daar een burgeroorlog in de lucht hing … Je kan niet altijd nee zeggen.

Zo begon dus ons totaal ongepland Italiaans avontuur. En het interessante is dat dat al meteen in Brussel begon. Zodra ik begon te vertellen aan kennissen en vrienden dat we naar Italië zouden verhuizen, kwam iedereen boven met verhalen over Italiaanse grootouders, eigen jaren in Italië, andere mensen die daar waren gaan wonen, begonnen ze spontaan in het Italiaans te praten of te zingen, kortom, ik leek wel de enige die nog niets met Italië had. De artikels van Anne Morelli over Italiaanse immigratie in België kwamen voor mijn ogen tot leven.

Natuurlijk waren we in Schaarbeek al goed bedeeld met het chique Italiaanse restaurant Le Stelle aan de prachtige Louis Bertrandlaan en één van de beste ijssalons van Brussel, Coccoza bij het Josaphatpark, dat niet moet onderdoen voor dat andere beroemde Italiaanse ijssalon aan de andere kant van Brussel, Chez Zizi. Maar nu werden we uitgenodigd op een Italiaanse maaltijd bij vrienden waarvan we helemaal niet wisten dat ze een jaar in Napels hadden gewoond, ging ik op zoek naar Italiaanse boekhandels en vond er een fantastische Piola Libri in de Franklinstraat en ontdekte ik zowaar een Italiaans schooltje in Elsene waar mijn kinderen samen met kinderen van Italiaanse immigranten Italiaans konden gaan leren. Dus tuften we elke vrijdag na school met de tram van Schaarbeek naar Elsene naar de Italiaanse les, en op de terugweg stopten we bij het Warandepark om een pizza te gaan eten in de met talrijke Italiaanse restaurants gezegende buurt achter het Parlement. De directrice van het schooltje begroette ons vanaf de eerste keer in het Italiaans, de serveerster van Da Napoli sprak in haar allerliefste Italiaans met mijn kinderen. Aan de uitgebreide culturele programmatie van het Italiaans Instituut van Brussel kwamen we niet eens meer toe!

Klein detail dat iedereen enthousiast over het oog zag: onze bestemming was Noord-Italië. Niet het land van de pizza, niet het land van de zon, maar dat van risotto en regen … In de zomer wordt het de bloementuin van Italië genoemd, omdat het landschap er dankzij regelmatige buien niet zo verschroeit als in het zuiden, maar voor de rest van het jaar staat het ook wel bekend als het pissijn van Italië … ‘Het merengebied’ klinkt dan weer wat aantrekkelijker in een toeristische brochure, en inderdaad heb je hier prachtige uitzichten over het Lago Maggiore of één van de andere meren hier in de buurt, met schitterend besneeuwde bergen op de achtergrond, maar als je dan weet dat bijna al die meren morsdood zijn door lozingen van de cementindustrie ben je gewaarschuwd voordat je zomaar een duik neemt in het eerste het beste water!

En zo word ik dus jullie Italië-correspondent … Het zal totaal onorthodox zijn omdat ik het allemaal zelf nog aan het ontdekken ben en omdat dit niet het Italië is zoals je het kent uit het zoveelste boek over ‘mijn droomhuis in Toscane’. Voilà, het decor is geschetst …


A la recherche des identités perdues

Eén van de gastprofessoren in m’n nieuwe studie is de voormalige grote baas van een van de laatste Franse ‘maisons de luxe’. Een zeer aimabel man die ons de interne truukjes van het luxe clubje komt verklappen.Bij het overlopen van z’n nieuwe leerlingen, verliep de begroeting echter als volgt: “Aahh, un petit Belge, personne n’est parfait.” Hilariteit alom. In de selectie-interviews voor dit studiejaar, had ik nochtans m’n Belg-zijn uitgespeeld als één van m’n grootste troeven. De Belg als de stille noeste werker, bescheiden maar ambitieus, die ondanks het harde labeur wel mateloos kan genieten van de geneugten des levens. Het ideale profiel voor iemand in de luxe sector?

Onze belgitude is misschien wel Europa’s best bewaarde geheim. We bekleden heel wat internationale topposities, maar geen kat die weet dat het Belgen zijn. Die nationale bescheidenheid doet me bij m’n Franse vrienden dan ook de das om. Ze vinden ons sympathiek en schattig, maar voelen zich meteen bevestigd in hun Franse superioriteit.

Toch zijn zelfs de trotse Fransen inmiddels het noorden kwijt omtrent hun eigen identiteit. Sarkozy lanceerde een tijd geleden het ‘debat over de nationale identiteit’, met als kernvraag: “Wat betekent het om Frans te zijn?”

In een poging om de Fransen te verenigen rond de nationale identiteit (en z’n eigen populariteit op te krikken) worden over het hele land debatten georganiseerd. De conclusies worden deze week bekend gemaakt en zouden moeten leiden tot een gemeenschappelijke visie op de moderne Franse identiteit. Het debat is de laatste maanden echter compleet ontspoord in een racistisch getint discours (ook in de hoogste politieke kringen) dat eigenlijk alleen nog maar over immigratie gaat. Het blijkt de Fransen meer te verdelen dan te verenigen, met als voorlopig hoogtepunt een petitie van kunstenaars en academici die ijveren voor het stilleggen van het uit de hand gelopen debat .

Deze week verschijnt hier ook de lang verwachte biopic rond Serge Gainsbourg. Frankrijks grootste culturele icoon. De cast is een bont allegaartje van oude en nieuwe Fransen, en heel wat culturele helden van de Franse 20e eeuw passeren de revue. Laetitia Casta, wiens portret model stond voor de nieuwe Marianne, vertolkt bovendien de rol van Brigitte Bardot. Een betere product placement voor de Franse nationale identiteit lijkt me moeilijk. Misschien moet Sarkozy alle Fransen een ticketje voor de film cadeau doen? Het zou alleszins helpen om het debat terug te brengen tot de essentie.

So Sonntag

berlijn in de sneeuw

De ijspegels aan onze dakgoot en de sneeuw op ons balkon raken elkaar bijna. Berlijn twijfelt tussen zondagse sneeuwpret en een landerige dag rond koffietafel en televisie.Een televisie hebben we hier nog niet, anders zouden we de dag zeker afsluiten met een typisch zondagse aflevering van Tatort. Net zoals in Vlaanderen, staat de zondagavond op televisie hier vaak voor fictie van eigen bodem.

Over Tatort (dan nog liefst geaffecteerd Frans uitgesproken “Tà-tòr”) wordt in ons Vlaanderen vaak smalend gedaan en liefst denkt men dan terug aan de meest houterige afleveringen van Derrick. Maar een aflevering van Tatort is niet zomaar een krimi. Het is een televisiefilm van anderhalf uur, waar de grootste regisseurs, scenaristen en acteurs met plezier aan meewerken. Voor velen was Tatort een opstapje naar Hollywood, denk maar aan pak weg Wolfgang Petersen. Met een budget per aflevering waar de meeste filmregisseurs bij ons enkel van kunnen dromen en met voor sommige prestigieuze afleveringen een draaitijd waarin zo ongeveer een volledig seizoen van Witse ingeblikt wordt, is het maken van Tatort natuurlijk geen straf. En met 7 miljoen kijkers en uitgebreide kritische recensies van niveau in alle kranten, lijkt het alsof we nog lang zullen kunnen blijven kijken.

Wees gerust, ik houd verder geen pleidooi voor de bij ons verguisde Duitse televisie. In de metro wordt hier deze week vooral gepraat over DSDS (Deutschland sucht den Superstar of Idool in het kwadraat).

Maar soit, nog geen televisietoestel dus. En de sleeën zijn uitverkocht. Gelukkig is Jana ook tevreden met een plastic zak. Dat glijdt minstens even goed. En de sneeuwmannen worden aangekleed met de inhoud van de carnavalkist, al wordt het voor Mira al snel veel te koud. Kamiel laat het met de glimlach allemaal aan zich voorbijgaan.

Na koffie en gebak zijn de sneeuwmannen, euh, ondergesneeuwd. Op de planning stond een bezoek aan het kindermuseum, maar dat wordt verschoven naar volgende week. Het museum loopt niet weg. Maar er is zo veel dat wel wegloopt. De concerten, films, tentoonstellingen en theaterstukken die we missen, zijn onherroepelijk voorbij. Nog minder dan vroeger in Gent mogen we daarbij stilstaan omdat we hier een nog kleinere fractie van het aanbod kunnen zien. Volop kiezen en genieten van de keuze, dat is de boodschap.

Truus koos vanochtend, notoire agnost die ze is, voor een eucharistieviering in de Dom. Niet zozeer voor de neo-barokke architectuur of bij plotse hoge nood aan gebed, maar voor de opluistering door het Staats- und Domchor onder leiding van Kai-Uwe Jirka met de nadruk op de liturgische werken van Felix Mendelssohn Bartholdy. En zo werd het toch nog een bijna religieuze ervaring: door de sneeuw naar huis ploegend in het centrum van een zo goed als verlaten wereldstad waar zich 10 dagen eerder honderdduizenden mensen verzamelden om het voorbije decennium af te sluiten, met een serene stilte waarin enkel in Truus’ hoofd die zoetgevooisde mannenstemmen naklinken.

En dat heb ik gemist. De volgende keer gaan we samen en nemen we de kinderen gewoon mee. Alleen jammer dat de meeste concerten na kinderbedtijd zijn…

Gezocht wordt: een betrouwbare Berlijnse babysit voor drie schatten van kinderen. Of het wordt minstens voor één van ons toch elke week Tatort.