Logo


03 september 2010 01:08

Cobra.be als startpagina

Toon de tekst in de standaard lettergrootte Toon de tekst groter Toon de tekst extra groot


Agenda:


blog/Het Leven Is Elders

Mijn eerste biecht

Hoewel ik een levensfase lang jaarlijks te biechten ging, heb ik nooit een zonde verklapt. Omdat mijn grootouders nog van het slag waren dat met kermis de dorpsnotabelen uitnodigde, wist ik dat de priester hardhorend was.

Tussen het dankgebed en de koude kip in gelei, verklapte de voormalige missionaris en dorpsherder dat hij soms de absolutie verleende zonder enig idee te hebben van het mispeuterde. Met mijn pas gewonnen plastic machinegeweer maaide ik wat gangsters van het buffet en verbrijzelde en passant mijn lelieblanke kinderziel.

Een paar jaar later werden we tijdens de vasten  naar de schoolkapel gesluist. Het wachten was het ergste.

Na een kort misje waar door zenuwen niets van bleef hangen, moesten we een voor een naar de houten biechtstoel achterin de kleine gebedsruimte. Het zonderiool was gigantisch in verhouding met de rest van het zaaltje. De verwerking van het kwaad heeft blijkbaar zijn machinerie nodig. Dat zorgde er ook voor dat de knielende zondaar met zijn hielen tegen de leuning van een stoel op de achterste rij terechtkwam. Reve zei het ooit: ‘Het is heus niet allemaal pracht en praal in Gods Koninkrijk.’ Nee, soms is het aanpoten.

Sommige mensen die later in de hemel terecht zullen komen, schaamden zich niet en spraken op normale toon tegen de schaduw achter het rooster. Zo leerde ik dat Birger zijn moeder ooit een schop had verkocht. David had dan weer vieze dingen gedaan met het postzegelboek van zijn broer. En ja, Sylvia, lullig dat je een goudvis kreeg in plaats van de hamster maar dat had het beestje nu ook weer niet verdiend.

Niets leek me afschuwelijker dan biechten tegen de man die altijd de meest idiote remedies had tegen wijnvlekken tijdens het kermismaal. Hoewel ik toen nog een godsbesef had en geleerd had dat de pastoor slechts een blikje was met een touwtje in dat rechtstreeks leidde naar Gods Blikje,vertrouwde ik het zaakje niet. Na me naar achteren gewrongen te hebben – zorgvuldig oplettend dat ik geen statieschilderijen de muur af wurmde -knielde ik in het bankje.

Toen kwam Satan op mijn schouder zitten. Ik herinnerde me het auditieve gebrek van de pastoor en bewoog geluidloos mijn lippen in het halfduister. Na wat mondgegesticuleer wapperde een zalvende hand aan de andere kant van het scherm, en ik was weer vrij. Ik zou meneer Torfs er op moeten naslaan om te weten of ik kerkwettelijk vergeven was, maar ik kon in ieder geval weer terug naar mijn stoeltje. En de bijbel om er verder te lezen in het Hooglied. De truc heeft het tien jaar gedaan. God en biechtverplichting verdwenen.

Of niet? Toen ik medio mijn twenties ‘iets ergs’ had gedaan, voelde ik me bijzonder schuldig. Het was niet illegaal, er vielen geen doden, je zou er ook kunnen over opscheppen maar het druiste in tegen veel waar ik voor stond. Een therapeut, een vriend… Ze hadden er niets mee te maken. Ik zocht en vond een katholieke priester in de kerk waar ik elke dag langs kwam. Ik draaide het telefoonnummer, een mannenstem antwoordde meteen en… weer spreidde Satan zijn zwarte vleugels en smoorde mijn stem. THX JHWH.

1 Antwoord op “Mijn eerste biecht”

  1. Jan T. Zegt:

    Jij hebt eigenlijk je naam niet gestolen hé !

    Om uw armoede aan reacties te troosten even dit :

    Over het sacrament van de verzoening zou ik met jou wel eens een boekje willen openslaan, maar uit ervaring weet ik dat op dat moment de echte Satan om het hoekje komt kijken …

    Met liefdevolle demonische groet,

    Jan T.

Reageer