Meneertje Kersenpit in de poepfabriek
31 mei 2009
Het woord stond er altijd een beetje verdwaald bij. Iets uit een vorige tijd, toen mensen nog te weinig van de wereld wisten en daarom nog spirituele krachten konden vermoeden in stopcontacten. Het gaat om het woord ‘bibliotherapie’. In het naslagwerk Lexicon van literaire termen was het een term die de letterenstudenten niet hoefden te kennen. Bibliotherapie rook naar die creatieve therapieën over ‘energiewegen’, ‘tot jezelf komen’, ‘het kind herontdekken’. Nu hadden we pillen en praten.
Bibliotherapie gelooft in het geschreven of nog te schrijven woord als een therapeutisch middel. Ik waande het dood. Tot verleden week in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde een artikel verscheen met als titel: ‘Narratieve neurologie: toegang tot de belevingswereld van de patiënt‘. Op de vraag ‘Kan de roman een rol spelen in de spreekkamer van de neuroloog?’, antwoordden een paar specialist: ‘Ja, dankzij een goed boek of verhaal kan de belevingswereld van de neurologische patiënt duidelijker worden, zowel voor de patiënt zelf als voor de arts. Een roman is niet langer slechts een eindproduct of kunstvorm, maar kan ook een handvat bieden om ziektes en de beleving daarvan beter te begrijpen.’
Een van de auteurs, de neuroloog Joost Haan, beleed niet alleen lippendienst aan dat idee maar publiceerde onlangs drie boeken, waaronder twee bloemlezingen, één over migraine in de literatuur, en één over Parkinson. Ook schreef hij een roman over de laatste dagen van de avant-avant-gardist Alfred Jarry, de man die de term ‘enfant terrible’ een slechte naam gaf. Haan beschrijft hoe de door alcohol en verwaarlozing uitgeputte schrijver omgeven wordt door twee dokters die vechten om hun interpretatie van hoe om te gaan met een mensenleven.



In deze omgeving kon een heks veroordeeld worden. In de zachte belichting van de
Wie zoekt naar wat politieke hap-slik-weg-symboliek, moet deze dagen gaan flaneren op het ovaalvormige binnenplein van het Europese parlement aan de Brusselse Belliardstraat. Bij voorkeur, zoals ik deed, ’s ochtends op een weekenddag. Het helpt als Brussel zijn gewoonlijke Tuymansgrijze-jasje aan heeft.
‘Hollandse honden worden vaker gestreeld dan Hollandse mensen’ schreef Nederlands lievelingsbioloog
Laatste reacties