blog/Het Leven Is Elders

Archief: mei, 2009

Meneertje Kersenpit in de poepfabriek

Het woord stond er altijd een beetje verdwaald bij. Iets uit een vorige tijd, toen mensen nog te weinig van de wereld wisten en daarom nog spirituele krachten konden vermoeden in stopcontacten. Het gaat om het woord ‘bibliotherapie’. In het naslagwerk Lexicon van literaire termen was het een term die de letterenstudenten niet hoefden te kennen. Bibliotherapie rook naar die creatieve therapieën  over ‘energiewegen’, ‘tot jezelf komen’,  ‘het kind herontdekken’. Nu hadden we pillen en praten.

Bibliotherapie gelooft in het geschreven of nog te schrijven woord als een therapeutisch middel. Ik waande het dood. Tot verleden week in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde een artikel verscheen met als titel:  ‘Narratieve neurologie: toegang tot de belevingswereld van de patiënt‘.  Op de vraag ‘Kan de roman een rol spelen in de spreekkamer van de neuroloog?’, antwoordden een paar specialist: ‘Ja, dankzij een goed boek of verhaal kan de belevingswereld van de neurologische patiënt duidelijker worden, zowel voor de patiënt zelf als voor de arts. Een roman is niet langer slechts een eindproduct of kunstvorm, maar kan ook een handvat bieden om ziektes en de beleving daarvan beter te begrijpen.’

Een van de auteurs, de neuroloog Joost Haan, beleed niet alleen lippendienst aan dat idee maar publiceerde onlangs drie boeken, waaronder twee bloemlezingen, één over migraine in de literatuur, en één over Parkinson. Ook schreef hij een roman over de laatste dagen van de avant-avant-gardist Alfred Jarry, de man die de term ‘enfant terrible’ een slechte naam gaf. Haan beschrijft hoe de door alcohol en verwaarlozing uitgeputte schrijver omgeven wordt door twee dokters die vechten om hun interpretatie van hoe om te gaan met een mensenleven.

meer lezen …

Het geweten van Amerika

In deze omgeving kon een heks veroordeeld worden. In de zachte belichting van de Oude Lutherse Kerk aan de Amsterdamse Singel, in gezelschap van beschaafde Amerikanen en een Nobelprijs-winnaar, was het een vreemde hersenoprisping. Tot ik besefte dat de door strenge stenen ingedeelde ruimte me deed denken aan de rechtszaal in The Crucible, een film over de heksenvervolgingen in het Salem van 1692. Verwonderlijk is dat niet. Ideologen zien hun gedachtegoed graag gestaald in architectuur. Meer dan drie eeuwen later vervaagt het onderscheid tussen een lutherse theocratie en een puriteinse.

De Amerikaanse schrijfster Toni Morrison (1931) sprak voor een publiek dat overwegend zwart en idolaat was. Ze las voor uit haar nieuwste boek A Mercy, een pastorale over het harde leven in het nog nauwelijks ontgonnen Amerika van eind zeventiende eeuw. Zoals altijd bij Morrison is het een werk dat ‘wil kijken naar de geschiedenis zonder dat je met je ogen knippert’.  Als slaven of migranten na een afschuwelijke zeereis terecht komen in het Nieuwe Land, wil deze schrijfster geen afbreuk aan de verwarring die dat met zich meebrengt. De lezer moet gedesorïenteerd raken. Haar boeken zijn vaak hard werk, de beloning is er dan ook naar.

Maar Morrison is niet alleen verhalenverteller. Ze wordt ‘Het geweten van Amerika’ genoemd. Het Obama-kamp was opgelucht toen het hoorde dat Morrison aan hun kant stond. Maar die avond in Amsterdam glimlacht ze om die last. Zonder die echter weg te wuiven.

Interviewer: ‘U bent het Geweten.’

Morrison: ‘(lachje) Ach wel, dankzij die Nobelprijs krijg je wel die betere tafel in het restaurant.’

Ze sprak over hoe haar studenten (wit én zwart) niet meer geïnteresseerd zijn in het schrijven van romans. Zelfs het discours van racisme vinden ze, in het Obama-tijdperk, niet meer interessant. En dat terwijl, aldus Morrison, het racisme hoewel kleiner, net vileiner worden. Zo zijn witte mensen de groep die het meeste voordeel hebben van het sociale zorgsysteem. Maar in de politieke discussie erover lijkt het alsof alleen zwarten er gebruik van maken. Na afloop gebeurde iets vreemds.

meer lezen …

Het gekraak van de natiestaat

Wie zoekt naar wat politieke hap-slik-weg-symboliek, moet deze dagen gaan flaneren op het ovaalvormige binnenplein van het Europese parlement aan de Brusselse Belliardstraat. Bij voorkeur, zoals ik deed, ’s ochtends op een weekenddag. Het helpt als Brussel zijn gewoonlijke Tuymansgrijze-jasje aan heeft.

Een stem, ontmenselijkt door de eenzame weerkaatsing tussen de hoge spiegelwanden, is al van ver te horen. In een van de versmallingen van het plein, staat een flink scherm omkaderd door luidsprekers. Een keur aan burgers, vermoedelijk zo van straat geplukt, vertellen in een paar minuten wat ze van Europa vinden, wat ze ervan verwachten. Op een paar mensen op zoek naar een column na, is er niemand die hun geschal hoort. Het geheel moet oproepen tot het stemmen voor Europa. Voor wie de Europese sterrenkrans niet als een doornkrans ziet, stemt het triest. Onder het motto ‘krakende wagens lopen het langst’ rolt de natiestaat rustig verder. Ik heb weinig met dat voertuig.

meer lezen …

Lief dier

‘Hollandse honden worden vaker gestreeld dan Hollandse mensen’ schreef Nederlands lievelingsbioloog Midas Dekkers ooit. Ik geloof het blind. Op Groot-Brittannië na, ken ik geen land dat zo hecht aan de nabijheid en het welzijn van wezens met pels, veren of vinnen. Hoe klein een Nederlander ook woont, er kan altijd wel een meubel uit voor een hondenmand of aquarium.

Vooral het poezenbeest staat hoog bovenaan de aaibaarheidspiramide. Geen meer beproefde rite de passage naar zelfstandig wonen als het nemen van een kat. Studentenhuizen krioelen ervan. Ei- of zaadleiders in de knoop leggen, doe je niet want ‘dat is zielig’. Als de krolsheid toeslaat, kun je soms letterlijk kattenpootjes vanuit raamkieren of brievenbussen naar je zien klauwen.

Iedere buur geeft het beest brokjes met als gevolg dat er binnen de kortste keren een pluchen bol op de kachel ligt te walmen. Of een lapjescreatuur die zich alleen maar wormsgewijs kan voortbewegen. De eerste keer dat je iemand hoort vertellen over het knippen van verdroogde stront uit kontharen, ben je nog geamuseerd. De volgende tien keer ga je twijfelen aan je vriendenkring. Na een paar jaar aan het hele land. Vluchten naar je leesstoel biedt geen soelaas. Het hoeft maar een beetje te zwemen naar een slow news week of de columnisten worden overvallen door zonnende, op krant plassende of seks-onderbrekende kattenkopjes. Sommigen wijden er heuse bestsellers aan. Maar het houdt niet op bij de tijgers en de cypers. Een grote nieuwssite heeft zelfs een aparte rubriek ingeruimd voor foto’s van grootogige, knuffelbare beestjes.

meer lezen …

In naam der Koningin

Voor wie niet in Apeldoorn was, veranderde er niet veel die dag. In het Zeeuwse dorp waar ik die feestdag was, hingen een paar vlaggen halfstok. Maar goed, er hing ook een vlag van Zeeland en zelfs een koppige, Vlaamse leeuw. De oude man die we gingen bezoeken, had een oranje broche opgespeld gekregen van de verzorging. Toen mijn gezelschap zei dat het Koninginnedag was vandaag, antwoordde hij: ‘Ja, dat was het gisteren ook al.’  We gingen maar wat wandelen. In de gemeenschappelijke woonkamer van het instituut hing boven het orgel een gigantisch huwelijksportret van Beatrix en Claus.

In het merendeel van Nederland  was het weer te mooi om al te lang stil te staan bij de doden. Per slot van rekening vloeide er geen Oranje bloed. In de berichtgeving werd al snel bekend gemaakt dat het om een autochtone dader ging. Daar zorgde voor opluchting onder veel persconsumenten. Een actualiteitenprogramma bekritiseerde ‘de media’ dat het nog veel te lang duurde voor de blanke saaiheid van de dader wereldkundig werd gemaakt. Wie de spanning wou meten die op het interculturele debat staat, werd op zijn wenken bediend. Hoe opmerkelijk dat de onvoorspelbare nihilistische daad van een brave burger geruststellend kan werken.

Wie een casestudy wil doen naar deze zelfmoordcommando’s met pr-beleid, kan de extreme lulligheid van de aanleiding niet buiten beschouwing laten. Hans van Temsche ging op voorbijgangers schieten omdat hij geschorst werd van zijn internaat wegens een betrapt sigaretje. Karst Tates was ontslagen. Naar verluidt, hielp het niet dat boven de dwangbevelen die hij ontving, de hoofding stond: ‘In naam der Koningin’. Een detail dat te veel aantrekkingskracht heeft om doodgecheckt te worden.

De rouwverwerking doet zijn gebruikelijke gang langs praatprogramma’s en rouwregistersites. Op de dergelijke sites wordt nog dagelijks medeleven opgetekend met bijvoorbeeld de slachtoffers van de volstrekt aanleidingsloze Kim de Gelder. De slogan van een verzekeringsmaatschappij ‘Even Apeldoorn bellen’ zal nooit meer gebruikt worden. Het laatste reclamespotje met die slagzin liet een parachutist zien die bijna op het hoofd van de Apeldoornbezoekende koningin terechtkomt.

Blijft het gissen naar het afsluitende ritueel. Toen volkszanger André Hazes stierf werd zijn as gedeeltelijk in een vuurpijl gestopt en gedeeltelijk verwerkt in tatoeages. Zoveel oprecht verdriet en kitsch inéén, lijkt ook voor dit feestdagtrauma gerechtvaardigd.