blog/Het Leven Is Elders

Archief: september, 2008

Vers in het vet

Mooiste zin op een poëzieavond?
En dan nu, mijn laatste gedicht…

 ***

Bovenstaand distichon is een parafrase van een gedicht waarvan de maker me ontschoten is. De maker in kwestie treedt zelf vaak op. Er bestaan namelijk geen grotere poëziecriticasters dan dichters zelf. Misschien omdat het de rest van het mensdom geen zak kan schelen. Dat is niet erg. Het is maar weinig wat het gros van de bevolking toevertrouwd kan worden. Daarom hebben we voordeurgrendels en stoplichten.

Vooralsnog is er geen lakmoesproef uitgevonden voor goede gedichten. Het is wachten op de dag dat er een test komt waarbij je een vloeipapiertje tussen de bladzijden van een bundel klemt om aan de hand van de verkleuring de Parnassuswaarde af te lezen. Het zal de dag zijn waarop faculteiten leeglopen, touwen met een lus om de hanenbalk worden gegooid en levers zullen barsten. Tot die tijd is het behelpen. meer lezen …

Als God in Nederland

  ‘Waar luister je naar?’

‘Ach, dat is niets… niks voor jou.’

Ik zit naast een collega van een andere afdeling. Hij luistert naar muziek op zijn mp3-speler.

‘Hoezo? Wat is het dan? Doedelzak? New-agemuziek met gekrijs van dolfijnen?’

‘Nee, het is christelijke rock.’

‘…’

‘…’

‘Toch een soort dolfijnen dus.’

‘Hoezo?’

‘Die doen het ook maar één keer per jaar.’

De volgende dag had de collega een ansicht voor me. Een blitse jongen in vervaarlijke hiphop-pose poseerde naast de letters: ‘Don’t focus on finding the right person but on being the right person. Stay a virgin!’

 

***

Op godsdienstig vlak val ik onder het Vlaamse gewoonterecht dat je katholiek bent tot de leeftijd dat je popmuziek en masturberen ontdekt. Het avondgebed en de angst om te sterven in je slaap worden dan langzaam versmoord door een zacht zoemende radiowekker die op Studio Brussel afgesteld staat. En door gedachten die ruiken naar Labello, kauwgum en stiekeme sigaretten. Maar God is weer in mijn leven. meer lezen …

TAGS: - - - -

Linkse lijken

Die krakertjes ook

Als ik het station van Leiden verlaat, zie ik een gemaskerde man in bloedrode verf ‘Uitschot’ op een muur schilderen. Een kleine jongen, ook gemaskerd, kijkt toe. Het duurt even voor ik zie dat het poppen zijn.

De bekladde muur hoort toe aan een gigantisch kantoorgebouw dat gekraakt is. Krakers zitten samen met klompen en wiet in de verkleedkoffer die de Nederlandse identiteit is. Maar alleen toeristen kopen nog klompen. En de gloriedagen van de krakers zijn allang voorbij. Er is een wet in de maak die het onmogelijk moet maken dat een ongebruikt pand na een jaar bewoond mag worden.

Als journalist heb ik ze een paar keer geïnterviewd. Ze hebben meestal geen achternaam, staan je vriendelijk en argwanend te woord en je mag altijd blijven eten. Pasta met tofu meestal.

Dertig jaar geleden was kraken een uitkomst voor studenten en arme nieuwkomers. Die groep is danig afgenomen. Daarmee ook de sympathie voor de kraakbeweging. GroenLinks (een partij die… nou ja, de naam zegt het al) was tot voor de kort een van de weinige partijen die de koevoet hoog hield. Maar wegens een komkommertijd aan imagoschade, blijft de megafoon voorlopig in de kast. meer lezen …

Een condoom met zweetgaatjes

Ooit, de eerste dag van mijn stage bij het Algemeen Nederlands Persbureau:

‘Ik weet niet of je tegen een grapje kunt?’

‘Doe je best.’

‘Hoe weet een Belgisch jongetje dat zijn onderbroek goed zit?’

‘…’

‘Als de gele kant van voren zit en de bruine vanachter.’

Ooit, tijdens een feestelijke ontvangst op het stadhuis van Leiden. In gesprek met de vrouw van de wethouder van Cultuur:

‘Ik heb zeer genoten van uw boek. Waar bent u eigenlijk geboren?’

‘In West-Vlaanderen.’

‘Awel, awel, da vinduh wij élemaal niet erg zunne. Amaai, wij gaan graag sjoppuh in Antwaarpen.’

Hebben we dat alvast gehad. In mijn vorige post had ik het over de nog altijd vigerende Belgenmoppen. Eens mijn afkomst bekend is, begint een bepaald soort Nederlanders (= ‘Zondag? Dan gaan weer héééééérlijk naar de Ikea’) mij op mijn gemak te stellen door de pow-wow te beginnen met wat geschoffeer. Ik kan nu meer Belgische uitvindingen opsommen dan ieder rechtgeaarde Waal, Brusselaar of Vlaming: het condoom met zweetgaatjes, groene verf om de kelder te witten, het overdekte vliegveld en mijn favoriet, het woordenboek met register.

Deze Weltanschauung laat ook zijn sporen na in de journalistiek. Nieuwsberichten in het genre ‘Man stopt baby in wasmachine’ vermelden in de kop zelden de nationaliteit van de ongelukkige. Behalve als het een Belg is. Bewijzen: hier, hier en hier.

Goed, hebben we dat uit ons systeem. Kan het de volgende keer wat hoogdravender. Goed nieuws alvast is dat Damien Hirsts schedel zes weken te zien zal zijn in het Rijksmuseum. En laat ik nu net een betaalbare Hirst op het oog hebben.

Liefde plakt

“Uw zoon is een hopeloos geval; hij is dichter en verliefd, dus tweemaal gek. Over enkele dagen zal hij in Parijs terug zijn.” Dat schreef de Franse ambassadeur in Den Haag aan de vader van Voltaire. Voltaire was negentien en wist niet wat hij met zijn leven aan moest. Zijn vader regelde een baantje in de ambassade. Voltaire begon met goede moed maar toen hij verliefd werd op Olympe Dunoyer, was er geen land meer mee te bevaren. Na een klacht van Olympes moeder, mocht Voltaire zijn koffers weer pakken.

Liefde is een glibberig goedje. Het is beweeglijk en durft wel eens blijven plakken aan andere dingen. Voltaire vergat Olympe maar bleef houden van Nederland. Hij kwam er vijf keer terug en schreef zinnen als: “Het is een aards paradijs van Den Haag tot in Amsterdam. Ik had graag de rest van mijn dagen in dit land willen slijten.”

Dat ga je mij nooit horen beweren. Mijn migratie naar Nederland – de saaiste opwaartse beweging mogelijk voor een Belg- was geen weloverwogen keuze. Ik was negentien, schreef gedichten en wist niet wat ik met mijn leven aan moest. Ik vermoedde dat ik met taal mijn brood ging verdienen. Een inschrijving aan de universiteit, werd een baan, een lief, een boek, een ander lief.

Voorlopig blijf ik er. Inderdaad, uit liefde. Niet voor dit land. Ik voel geen affectie voor streken, provincies of landschappen. Hoogstens wat nostalgie. Maar die spaar ik op tot ik er tijd voor heb. En die heb je pas als er nog maar weinig tijd meer overschiet. Dan is het eigenlijk zonde die met vroeger te vullen.

Misschien dat ik dan deze blog herlees. Over mij. Over mij in Nederland. Over een land dat blijft Belgenmoppen vertellen maar weinig te lachen heeft als het over zichzelf begint. Aards paradijs? Ach, zelfs de meest hard pratende Nederlander zal dat niet uit zijn mond krijgen. Je hebt een gek als Voltaire nodig om dat te kunnen beweren. Of een dichter.

Een nieuwe blogger, een nieuwe horizon

“Het Leven Is Elders” is een estafetteblog. Om de zoveel tijd neemt een nieuwe blogger de fakkel over om berichten te posten over het (culturele)  leven in zijn of haar uithoek van de wereld.

Het is nu aan Thomas Blondeau. Hou deze pagina in de gaten want weldra verschijnt de eerste bijdrage van deze naar de universiteitsstad Leiden uitgeweken Belg.

Uiteraard blijven de posts van Geert Buelens beschikbaar in het archief.

Veel leesplezier,

De redactie van klara.be

TAGS: