Vers in het vet
28 september 2008Mooiste zin op een poëzieavond?
En dan nu, mijn laatste gedicht…
 ***
Bovenstaand distichon is een parafrase van een gedicht waarvan de maker me ontschoten is. De maker in kwestie treedt zelf vaak op. Er bestaan namelijk geen grotere poëziecriticasters dan dichters zelf. Misschien omdat het de rest van het mensdom geen zak kan schelen. Dat is niet erg. Het is maar weinig wat het gros van de bevolking toevertrouwd kan worden. Daarom hebben we voordeurgrendels en stoplichten.
Vooralsnog is er geen lakmoesproef uitgevonden voor goede gedichten. Het is wachten op de dag dat er een test komt waarbij je een vloeipapiertje tussen de bladzijden van een bundel klemt om aan de hand van de verkleuring de Parnassuswaarde af te lezen. Het zal de dag zijn waarop faculteiten leeglopen, touwen met een lus om de hanenbalk worden gegooid en levers zullen barsten. Tot die tijd is het behelpen. meer lezen …





‘Ik weet niet of je tegen een grapje kunt?’
“Uw zoon is een hopeloos geval; hij is dichter en verliefd, dus tweemaal gek. Over enkele dagen zal hij in Parijs terug zijn.” Dat schreef de Franse ambassadeur in Den Haag aan de vader van Voltaire. Voltaire was negentien en wist niet wat hij met zijn leven aan moest. Zijn vader regelde een baantje in de ambassade. Voltaire begon met goede moed maar toen hij verliefd werd op Olympe Dunoyer, was er geen land meer mee te bevaren. Na een klacht van Olympes moeder, mocht Voltaire zijn koffers weer pakken.
Laatste reacties