blog/Het Leven Is Elders

Archief: juli, 2008

Alleen in Amerika

Op het centrum waar ik werk worden heel verschillende dingen onderzocht: Franse affiches uit de late 19de eeuw, moderne prefab-architectuur, sjaals uit Kashmir, religieuze spanningen in Bohemen in de late Middeleeuwen, het verschillende politieke discours waarmee de Amerikaanse, Engelse en Australische overheid de ‘war on terror’ aan hun kiezers trachten te verkopen, de Amerikaanse copyright-wetgeving etc.

De laatste aanwinst is een piepjonge onderzoeker die samen met de collectie-specialist van de Library of Congress informatie tracht te verzamelen over allerlei nationalistische bewegingen in Abchazië – een land dat niet echt bestaat (want het wordt internationaal niet officieel erkend), maar zich gedraagt alsof het dat wel doet (met een vlag en een volkslied en grenspatrouilles). Geweldige verhalen levert dat op tijdens lunchpauzes – hoe je moet proberen een visum te krijgen voor een land zonder ambassades (veel geduld en dollars helpen) en hoe verguld de bewoners zijn met aandacht vanuit Washington.

Toen de nieuwe collega hoorde dat ik uit België kwam, wilde hij meteen alles weten over de politieke crisis. Want ook al is België bepaald niet de modelstaat die ons was beloofd, internationaal geldt het land blijkbaar toch nog altijd als een model van federalisme. Tenminste: dat vertelde de onderzoeker mij. “Als ‘België’ als constructie zou mislukken, dan zou dat niet alleen effect hebben binnen de EU, maar bijvoorbeeld ook in Georgië en andere streken in de vroegere Sovjet-Unie.”

Vandaag ging ik afscheid nemen van hem. Zijn laatste woorden: “Good luck with Belgium. I will be praying for the country.” Als je dat zonder enige ironie kunt zeggen, ben je allicht geen Belg.

This Old Porch

Waarmee Europeanen de VS niet allemaal associëren:  het Vrijheidsbeeld, wolkenkrabbers, de Grand Canyon, twijfelachtige presidenten, Hollywood, McDonalds, Wall Street. Mijn Amerikaans lievelingsbeeld is veel minder spectaculair. Het is dan ook eerder a state of mind dan een echte plek. Hoe het zich in mijn brein heeft vastgezet, kan ik me niet meer precies herinneren. Misschien was het wel dat liedje van Lyle Lovett, ‘This Old Porch’ (1986). Alleen al dat woord ‘porch’… Het maakt me tegelijk weemoedig en verwachtingsvol: zachtjes heen en weer schommelen op de veranda van zo’n houten huis en de zon zien ondergaan op de prairie en daardoor spontaan Diepe Dingen gaan denken. Zoiets.

Dat gevoel aan den lijve ondervinden is echter niet zo eenvoudig. Motels bieden veelal geen kamers met veranda. En van grootsteden valt er evenmin veel te verwachten op dat gebied. Dacht ik altijd. Tot ik in het historische district van Capitol Hill ging wonen. Prachtige negentiende eeuwse huizen staan daar, met vaak prachtige houten veranda’s en daarop de schommelstoelen waar ik altijd van droomde.

Maar daarmee was het probleem nog niet opgelost want ons appartement heeft geen porch en ongevraagd bij de buren gaan zitten, nu ja, zo ben ik niet opgevoed. Tot we gisterenavond terechtkwamen in het net gerenoveerde huis van een kennis op Capitol Hill. En dat bleek niet alleen een porch te hebben, er hing ook nog eens een heel zacht heen en weer wiegende schommel.

Waarna dit geluksmoment zijn belofte helemaal waarmaakte. Een ondergaande zon heeft in een dichtbebouwde wijk misschien niet noodzakelijk het gewenste effect, maar de porch en het geschommel deden precies wat ik had gehoopt. Nauwelijks een kwartier en twee insectenbeten later wist ik hoe het volgende hoofdstuk moet beginnen van het boek dat ik hier schrijf. Heb je dus helemaal geen prairie voor nodig.

De ene feestdag is de andere (niet)

Institutionele crisis of niet, de show en bovenal de business must go on en dus werd 21 juli in Washington D.C. gevierd alsof het 4 juli was. Op papier dan toch. Of nog concreter: op het bord.

Een van de grote culinaire successen op Capitol Hill de afgelopen jaren is Belga Café,  een Belgisch restaurant, uitgebaat door Bart Vandaele, de vriend van VRT-correspondente Greet De Keyser. De gerechten staan in het Nederlands op de menukaart en ook al doe je er als klant beter aan die niet uit te spreken (de obers hebben natuurlijk geen idéé wat ‘waterzooi’ is), het geeft je toch enigszins het gevoel thuis te zijn. De Belgische bieren, saxofoon aan de muur  en frietzakjes doen de rest.

Maar voorts is het natuurlijk een door en door Amerikaans restaurant. Dat merk je aan de spectaculair snelle bediening,  de doortastendheid waarmee glazen worden bijgevuld (en dus nieuwe flessen aangedragen) en… de manier waarop de Belgische nationale feestdag wordt aangekondigd.

Is het in België veelal een wat luie dag, drache nationale incluis, dan wordt hij op kaartjes in het restaurant voorgesteld als de grootste feestdag die een Belg kan meemaken, opgevrolijkt met straatfeesten en vuurwerk, met burgers die vol trots terugdenken aan die dag in 1831 toen de eerste koning van het land trouw zwoer aan de grondwet. De boodschap is duidelijk: Belgen zijn eigenlijk net als Amerikanen. Ze vieren hun 21ste juli zoals Amerikanen 4th of July.

Dat is op zijn zachtst gezegd wat overdreven, maar het zorgt natuurlijk wel voor een feestelijke sfeer in het restaurant. En voor business is het vast ook niet slecht. Op elke tafel staat overigens een fles champagne met een kaartje waarop de fles de klant toespreekt en aanspoort de Belgische feestdag te vieren. Speciaal voor deze gelegenheid kost ze maar $59. Het eerste Belgische restaurant dat zoiets in België probeert, heeft zich wellicht van land vergist.

4th of July: een soort Werchter

Het is zeker ook zoals je je dat voordien voorstelde: mensen, in alle soorten en formaten, met Amerikaanse vlaggetjes of de Amerikaanse vlag of landkaart op hun t-shirt, petje, sweater, baskettrui of als tattoo op hun wang. De Nationale Feestdag wordt hier groots, intens en met overgave gevierd. Een partijnaam als ‘Trots op Amerika’ zou hier belachelijk gevonden worden, want nagenoeg iedereen is trots op Amerika en deelt je dat ongevraagd mee. En op 4 juli is het dus alle remmen los.

Weinig mensen associëren Amerikanen – die herauten van de beeldcultuur – met woorden. Toch staan teksten hier centraal. In de politiek gaat geen dag voorbij zonder te verwijzen naar beroemde toespraken van illustere voorgangers. En op 4 juli is dat nog veel meer het geval, want dan wordt herdacht hoe op die dag in 1776 de Declaration of Independence werd ondertekend. In de National Archives, waar het origineel wordt bewaard, wordt die tekst elk jaar opnieuw voorgelezen en daar komt veel volk naar kijken.

Als hoofdstad is Washington uiteraard het centrum van het gefeest. De Mall, het centrale grasveld tussen het parlement en het Washington Monument, is the place to be. Al die met vlaggetjes getooide Amerikanen en ook opvallend veel toeristen komen daar samen om te eten, te drinken en in het gras te liggen.

Net als in alle overheidsgebouwen en musea moet je ook hier eerst door de beveiliging. Vervolgens: religieuze gezangen van Amish. En dan, toch wel opvallend in dit land van vleeseters, promostands voor vegetarisme – onderdeel van een informatiecampagne over Oosterse wijsheden en leefgewoonten. De met kralen omhangen Aziatische promojongen is perfect geïntegreerd in Amerika: ‘Would you like to medidate, for seven minutes‘.

Maar zelfs die tijd hebben we niet, want we moeten natuurlijk dringend in het gras gaan liggen met een megabeker cola, waarop, voor de gelegenheid, de patriottische en ecologische boodschap 1 zijn. Vandaag redden we het land door onze wegwerpbekers in de afvalbakken te werpen.

Die bakken staan handig opgesteld, onderweg naar de tenten waar de cultuurdragers van het onvolprezen Smithsonian Institution hun jaarlijkse Folklife Festival houden. Gratis, alweer. Onder meer Texas staat centraal in deze editie en dus komen erg feestelijke TexMex en Western Swing ons tegemoet gewaaid. Nooit van gehoord, al klinken ze zo vertrouwd als de Boswell Sisters en Andrew Sisters – de Quebe Sisters: engelachtige samenzang, opzwepend gefiddle en een scheutje swingjazz. Oud en jong op de houten dansvloer. Halleluja.

Nog meer redenen om de Heer te prijzen in de volgende tent. The Original Soul Invaders hebben geen eigen website, maar wel de meest oogverblindende overhemden die vandaag nog op de markt zijn. Maar bovenal: wat een stemmen! Ik wist niet dat er na Bobby Womack nog soulzangers van deze orde waren opgestaan. Een mix van gospel en jaren60-soul in een godlovende improvisatie van een klein half uur die de leadzanger dusdanig uitputte dat hij hulp nodig had van een jonge rapper uit de zaal.

Daarna was het de beurt aan de grote Guy Clark – minder bekend dan Johnny Cash, Ricky Skaggs en Lyle Lovett, al namen ze allemaal songs van hem op. De singer-songwriter was nog herstellend van een beenbreuk en stond wat wankel op het podium, maar zijn songs en grapjes leden er allerminst onder. ‘We have no setlist. We have no agenda. We have no clue. But we have no fear’.

Iets over negen begon dan het vuurwerk. Beslist niet horizontaal (zoals bij Antwerpen 93), maar, nu ja, Amerikaans in zijn kwantiteit. Live op de televisie en zelfs The Washington Post drukt de volgende dag een grote vuurwerkfoto af op de eerste pagina, maar achteraf gezien was de apotheose misschien toch het minst memorabele onderdeel van de dag.