Logo


03 september 2010 00:58

Cobra.be als startpagina

Toon de tekst in de standaard lettergrootte Toon de tekst groter Toon de tekst extra groot


Agenda:


blog/Het Leven Is Elders

Waldbühne

Na een bezoekje aan het goede oude België en heel wat fijne avonden met vrienden en familie, zomeren we gewoon verder in Berlijn. De hele stad blijft in een zonnige stemming, ook al begint het nieuwe schooljaar hier deze week al. We moesten er gewoon op letten om in de laatste vakantiedagen niet al te veel hooi op onze ontspanningsvork te nemen. Een dag met een straattheaterfestival, een bezoek aan de Temporäre Kunsthalle, een picknick en een waterspeeltuin werd dus afgewisseld met een dag verpozen aan een meertje. Ook ’s avonds kunnen we tegenwoordig uitstapjes maken, want we hebben eindelijk een goede babysit gevonden. meer lezen …

Het mooiste bergdorpje van Lombardije

Lombardije blijft voor mij een plek vol contrasten: industrie naast haast ongerepte landschappen, met sneeuw bedekte bergtoppen bij tropische temperaturen, uitgestrekte meren op een boogscheut van alpenweiden …

Op een veelbelovende en hete dag rijden we langs de oever van het Lago Maggiore (zo blauw dat het pijn doet aan je ogen). Voorbij Luino gaan we landinwaarts, langs alsmaar scherpere haarspeldbochten hoger en hoger de bergen in, tot we aankomen in Curiglia. Dat is een in een dal gelegen dorp, waar je snel doorheen bent, maar enkele kilometers verder stopt de weg abrupt en heb je twee mogelijkheden om verder te gaan: een bergpad op of een berglift nemen. Aangezien er enkele kleuters mee moeten, kiezen we voor de berglift, zodat we op tien minuten boven staan, in plaats van na een uur sjokken. meer lezen …

Het land van Pinocchio

Toen ik een jaar of zes was had mijn moeder het onzalige idee om met haar kinderen naar de nieuwe Walt Disneyfilm van Pinocchio te gaan kijken. We herinneren het ons nog allemaal levendig: op het moment dat het grote zeemonster Pinocchio inslikte, had ons gebrul zo’n volume bereikt dat ze ons de filmzaal uitsleepte (zelf lopen konden we toen al niet meer van angst). Twintig jaar lang vermeed ik alles wat ook maar iets met Pinocchio te maken had. Toen kwam er een nieuwe Pinocchiofilm uit en besloot ik dat ik mijn angst eindelijk maar eens moest proberen te overwinnen. In mijn eentje ging ik kijken, zodat ik ongemerkt naar buiten kon sluipen als het toch fout zou gaan. Maar ik zat de film uit. Hij deed me eigenlijk niet zo veel.

En nu woon ik in het land van Pinocchio. Iedereen in Italië kent het verhaal van die ondeugende marionet op zijn duimpje. In Toscane is er zelfs een themapark van Pinocchio, meer bepaald in Collodi, het geboortedorp van de moeder van de schrijver, die de plaatsnaam als schrijverspseudoniem ging gebruiken.

Vorig jaar maakten we een herfstuitstap naar Toscane. We wilden het rustig aan doen, dus stopten we onderweg in Parma en leerden er in het hammenmuseum alles over het maken van parmaham. Een andere halte die we overwogen, was het Pinocchiopark, maar onze kinderen waren niet zo geïnteresseerd omdat er geen roetsjbaan was. Dus reden we meteen door naar Lucca. Daar wachtte ons een verrassing: grote affiches kondigden aan dat daar net het Internationaal stripverhalenfestival plaatsvond. Na wat zoeken konden we er zelfs een programma van bemachtigen. En zo kwamen we terecht in het Palazzo Guinigi, waar stripillustrator Frezzato zijn nieuwste tekeningen tentoonstelde: illustraties bij het verhaal van Pinocchio!

Frezzato is vooral beroemd voor zijn strips met rondborstige heldinnen waarvan de fijne gezichten in het heetst van de strijd steeds mooi omlijst worden door lange haarslierten. Maar op een dag, toen hij net Pinocchio had herlezen, kwam het nieuws dat hij papa zou worden en besloot hij voor zijn kindje in wording het verhaal van Pinocchio te illustreren.  Ocharme dat kindje, zou ik misschien moeten denken, mijn eerste brutale kennismaking met Pinocchio indachtig. Maar de illustraties die we in Lucca ontdekken, zijn zo mooi en zo vertederend dat ik me voorneem eindelijk ook eens het boek te lezen. In het Italiaans. In de uitgave met tekeningen van Frezzato.

Misschien is het omdat ik intussen ook moeder ben. Frezzato schrijft in het voorwoord dat hij wetende dat hij vader gaat worden en werkend aan de illustraties eindelijk Pinocchio begint te begrijpen en kan vergeven voor al zijn kattekwaad, dat zoveel onheil over zijn vader brengt. Mij ontroert het verhaal nu ook van het begin tot het einde. Omdat Pinocchio barst van levenskracht, die hem helaas altijd de verkeerde kant op stuwt. Omdat hij zo vol goede voornemens zit, hoewel hij die telkens weer uit het oog verliest. Omdat er in het verhaal een les zit voor kinderen, maar ook voor ouders. En omdat mijn kinderen van het verhaal niets willen weten, omdat er geen roetsjbaan in voorkomt, en ik daardoor besef dat er in ons leven een tijd is vóór en ná Pinocchio.

Parijs zomert

De hitte heeft toegeslagen in Parijs en legt de stad langzaam stil. Parisiens maken zich klaar voor hun jaarlijkse stadsvlucht, theaters sluiten hun deuren en het overaanbod aan fantastische tentoonstellingen is nog maar een verre herinnering.

Ondanks de schaarste aan culturele activiteiten, vind ik die zomerse pauze in Parijs zalig. Weinig verkeer op de grands boulevards wanneer ik ’s avonds op m’n Vespa naar huis snor, geen overvolle metro’s tijdens het spitsuur en Parisiens die opvallend vriendelijker zijn dan normaal.

Bovendien blijven er nog massa’s mogelijkheden over voor licht zomers vertier.

Het leukste feestje van het jaar begint hier de avond vóór de nationale feestdag. Zoals overal in Frankrijk kan je dan terecht in de lokale brandweerkazerne voor het fameuze bal des pompiers: een volks dansfeest georganiseerd door de “soldaten van het vuur” (in Frankrijk is de brandweer onderdeel van het leger). Vooral de feestjes in het 1e en 3e (Marais) district zijn vermaard.

Een andere heerlijke traditie is de cinéma en plein air in het Parc La Villette. In dit culturele park in het noordoosten van Parijs kan je tijdens de zomermaanden terecht voor openluchtfilms, muziek en dans, exposities en ateliers.

En dan is er uiteraard Paris Plage. Bij gebrek aan openluchtzwembaden worden hier sinds 2002 heuse stranden aangelegd en tijdelijke zwembaden geïnstalleerd. Verschillende locaties langs de oevers van de Seine worden omgetoverd tot kleine vakantieoorden met allerlei gratis activiteiten, ter afkoeling van de Parijzenaars en hun bezoekers!

Geen enkele reden dus om tijdens de zomer de lichtstad te ontvluchten naar overbevolkte badplaatsen. Ik ga na de zomer wel op reis!

België verhuist naar het Lago Maggiore

Het is algemeen bekend dat migranten vaak enthousiaster zijn over hun thuisland dan de mensen in het thuisland zelf. Op dit moment lijkt dat ook op te gaan voor de Belgen in Lombardije als je die vergelijkt met de Belgen in het stuurloze België.

Hier borrelde het de laatste weken in afwachting van het Belgische EU-voorzitterschap. De traditie wil dat er rond het Europese onderzoekscentrum dat hier gevestigd is telkens activiteiten worden georganiseerd die de cultuur van het voorzittende land laten zien. Na tien jaar vol Franse wijnavonden, Tsjechische films, Zweedse hapjes en Spaanse flamenco is het nog eens de beurt aan de Belgen. Samen met een twintigtal andere lokale Belgen bood ook ik me aan als vrijwilliger.

En dan begin je te brainstormen … Wat is er typisch voor België en willen we voorstellen aan de mensen die hier wonen? Frieten en bier? Ja, natuurlijk! Dat is wat we hier als Belgen allemaal een beetje missen, dus er moet zeker een gastronomische avond met streekproducten komen, klinkt het eensgezind in het Nederlands, Frans, Engels en Italiaans. Na wat zoeken ontdekken we tot onze stijgende verbazing dat er niet alleen verschillende plaatsen zijn waar je de meest uiteenlopende Belgische streekbieren kan kopen, maar zelfs dat er vlakbij Varese een Università della Birra bestaat, een echt ernstig expertisecentrum van de bierkunst en –kunde … Tja, die mensen hebben we natuurlijk nodig voor ons programma.

Maar eenmaal op dreef komen er nog veel meer ideeën naar boven. Zelf heb ik in België een Poolse vriend die saxofonist is en dirigent van het Europees Saxofoonensemble. Pools, Europees, …, de saxofoon is en blijft de uitvinding van een Belgisch genie, en tot mijn grote plezier kunnen we een concert van dit ensemble in Varese programmeren. Het is nog wachten tot in december, maar ik kijk er nu al ontzettend naar uit. Toen ik ze vorig jaar in het Kaaitheater zag optreden, was dat pure magie.

Iedereen heeft ideeën, van stripverhalen tot een imitatie van Brussel-Bad/Bruxelles-Plage, van een tennistoernooi tot de bouw van een miniatuur-Atomium met verlichting op zonnepanelen. En dan heeft er iemand het idee om een concert van Tom Dice te organiseren …

Tom Dice? Degenen die sinds meer dan een jaar in Italië leven zonder te veel met België bezig te zijn, hebben geen idee wie dat is. Maar er zijn hier ook heel wat Belgen met een satellietantenne die elke avond naar de VTM of de VRT kijken en helemaal mee zijn met de verwikkelingen van de soapseries en regeringsonderhandelingen van het moment. En die voor Tom Dice gesupporterd hebben tijdens het Eurovisiesongfestival. Die zijn liedjes al herkend hebben op de Italiaanse radio. En die iedereen warm maken voor een optreden van Tom Dice in een concertcafé aan de oever van het Lago Maggiore. Waarom niet op de Belgische nationale feestdag?

En dat staat er ons nu dus te wachten. Terwijl in Brussel de Brabançonne wordt getrompet, zal hier “Me and my guitar” weerklinken. De tricolore t-shirts (made in China) liggen al gewassen en gestreken klaar. En de tricolore zakdoeken, om de heimweetraantjes weg te vegen.

De Muur

Wie Berlijn zegt, zegt Muur. De stad zal voor altijd verbonden blijven met de Muur die haar meer dan achtentwintig jaar lang in twee delen splitste.

Toen ik hier voor het eerst was, meer dan tien jaar geleden, herinnerde weinig aan die Muur. Voor bezoekers althans. De bewoners konden de braakliggende terreinen en troosteloze grenswoningen midden in de stad nog duiden en die vreemde stedenbouwkundige kronkels lieten voor hen een blijvend wrang gevoel achter. Maar toeristen moesten zich al goed informeren om de route van de Muur te kunnen reconstrueren.

Ondertussen is er zeer veel veranderd.

meer lezen …

Poëtische escapades

Schizofreen

Ik heb al verteld dat ik eigenlijk maar met de helft van mijn hoofd in Italië woon. Een groot deel van mijn gedachten ging het voorbije jaar naar Litouwen. Of beter gezegd: een groot deel van mijn tijd hier zat ik niet verdiept in Italiaanse, maar in Litouwse woordenboeken en was ik Litouwse poëzie aan het vertalen. Het was inderdaad een schizofrene situatie en zorgde voor heel wat kortsluiting in mijn hersenen. Maar zulke zaken vallen mettertijd ook wel in hun plooi. En nu is het resultaat er: op maandag 14 juni overhandigde Leo Peeraer van uitgeverij P het eerste exemplaar van de vertaalde bundel aan de Litouwse schrijver Eugenijus Ališanka, en het tweede exemplaar aan mij.
Alles is veel voor wie niet veel verwacht.

Het was maar een piepkleine gebeurtenis op de agenda van het grote internationale festival Poetry International dat elk jaar in Rotterdam wordt gehouden, maar voor mij was het één van de grootste momenten in mijn leven tot nu toe (schrijvers leren wel gelukkig te zijn met weinig;-). Een jaar zweet en tranen had eindelijk vorm gekregen in een echt boek. ‘Uit het archief van ongeschreven brieven’ koos ik uiteindelijk als titel, ontleend aan een ietwat melancholieke, prachtige reeks gedichten die erin zijn opgenomen. Tot mijn vreugde zie ik ook Ališanka blij verrast kijken als hij het boek voor het eerst ziet. Het ziet er sober, maar chic uit, en het chicste is natuurlijk wat erin staat: meer dan vijftig gedichten in Nederlandse vertaling en in Litouws origineel. Niet veel uitgeverijen durven zo nog iets uitgeven.

Het leven houdt zijn wonderen verborgen …

Dit avontuur begon nu bijna twee jaar geleden. Of moet ik zeggen zes jaar geleden, toen ik door omstandigheden de kans kreeg om Litouws te leren. Bijna niemand leert Litouws, en als ik goed had geweten waaraan ik begon had ik het ook nooit van mijn leven gedaan. Van alle talen die ik al geleerd heb, en dat zijn er wel wat, is het de allervreselijkste taal, en dan wordt het nog door bijna niemand gesproken ook. Nu ja, drie-vier miljoen is niet helemaal ‘bijna niemand’, en omdat er zo weinig buitenlanders zijn die hun taal willen leren moet ik zeggen dat alle Litouwers die ik al ben tegengekomen ontzettend vriendelijk en behulpzaam zijn als ik me verstaanbaar probeer te maken, wat na die zes jaar eigenlijk nog altijd moeilijk is, o.a. omdat ik nu ook weer niet zo vaak Litouwers tegenkom en Litouwen niet vaak op mijn route ligt. Maar lezen kan je overal, en internet is een godsgeschenk voor mensen als ik, dus leerde ik het werk van Eugenijus Ališanka kennen, en vond het heel interessant. Het toeval wou dat hij werd uitgenodigd voor een literaire manifestatie van de Brusselse organisatie Passa Porta, zodat ik hem kon ontmoeten en het idee van een bloemlezing met hem kon bespreken. Eerlijk gezegd wou ik niet alleen weten of hij zo’n bloemlezing zag zitten, maar ook of ik hem als persoon wat zag zitten, want ik wist dat dat wel moest als we zo’n lange literaire reis samen zouden ondernemen. Alles zat gelukkig meteen snor.

… tot het ze plots toont in hun vollen pracht.

En zo belandden we samen op Poetry International, Ališanka als dichter, ik als vertaler. Ook van het festival was hij helemaal onder de indruk. En welke dichter zou ook niet, als je een week in Rotterdam kan vertoeven tussen een keur van interessante dichters uit de hele wereld, de perfecte broedplaats voor levenslange poëtische vriendschappen en samenwerkingsverbanden. Tien jaar geleden was ik hier zelf als dichter en leerde ik onder andere een Nigeriaanse dichter en mensenrechtenactivist kennen, Ogaga Ifiwodo, die enkele jaren later bijna in een gevangenis bezweek aan de typische onpoëtische ziekten waar zo’n oord je op trakteert. Na zijn vrijlating onder internationale druk weigerde hij het asielaanbod van Nederland, omdat hij dan nooit meer naar Nigeria zou kunnen gaan, maar een studiebeurs voor de VS bood uitkomst. Uitgerekend deze week krijg ik bericht van hem dat hij op het punt staat zijn doctorstitel van de Cornelluniversiteit in ontvangst te nemen. Soms is het leven goed … 

P.s. Ik zou dat moeten gaan vieren tijdens het optreden van Femi Kuti op Couleur Café, maar tegen dan zit ik alweer op mijn trouwe post in Italië, beloofd.

De schaamte voorbij

Meer

Berlijn maakt zich op voor het WK Voetbal in Zuid-Afrika. De Duitse Mannschaft is, in tegendeel tot onze Rode Duivels, geselecteerd en verkondigt in topvorm te zijn. Het volk gelooft dat graag, de commercie ook. Overal worden grote schermen geïnstalleerd, feestjes voorbereid en bier gekoeld. De Duitse driekleur verschijnt opvallend in het straatbeeld: je kan tv-dekentjes en koffiekopjes, autospiegelbekleding en worsten kopen in de driekleur. Onze kinderen kwamen thuis met tijdelijke tattoos met de Duitse vlag op hun wangen. In de winkel zag ik WK-yoghurt: grasgroene yoghurt met zwart-witte cornflakesvoetballetjes. Ik ga er toch nog eens over nadenken of we ons echt mee in de gekte storten.

Ondertussen verplaatst het stadsleven zich omwille van de tropische temperaturen naar de honderden meren in en rond Berlijn. Daar doen we wel met veel plezier aan mee en trekken er vaak met de fiets op uit. Ver moet je niet rijden: Berlijn is één van de groenste steden van Europa. 18% van de stad bestaat uit natuur en parken en 7% uit meren, rivieren en kanalen. We testten al de Flughafensee, een kunstmatig meer dat ontstaan is bij de bouw van de luchthaven “Tegel”. Die luchthaven verdwijnt binnenkort, maar natuurlijk zal het meer midden in de bossen blijven bestaan. Door de vele kleine strandjes met schaduwplaats merk je niet eens dat er veel volk is.

Aan alle meren en zelfs in veel stadsparken valt op zulke warme dagen ook een schaamteloze erfenis van het communisme op. Nergens was het naturisme zo ingeburgerd als in de DDR en die traditie blijft gewoon verder bestaan. Zonder dat het ergens officieel aangeduid staat, verzamelen gelijkgezinden zich en ontstaan er als vanzelf natuurlijke grenzen tussen naakt en niet-naakt. En iedereen voelt zich daar goed bij.

Double Sexus

Gelukkig bestaat er ook nog schaamte, al was het maar als drijfveer van een artistiek oeuvre. Af en toe zoeken we namelijk ook verkoeling in een museum. De dood van Louise Bourgeois, waarover op deze pagina’s uitgebreid bericht werd, was een goede aanleiding om Double Sexus nu te bezoeken. Het gaat om een dubbeltentoonstelling van Louise Bourgeois met Hans Bellmer. Op aanraden van het museum zelf werd dat een bezoek zonder kinderen, omwille van de expliciete seksuele verwijzingen.

Double Sexus is de eerste tijdelijke tentoonstelling van de Sammlung Scharf-Gerstenberg, dat sinds vorige zomer het voormalige Egyptische museum in Charlottenburg betrekt. Waar ooit Nefertiti stond, kan je nu een heel andere soort van majesteit zien. Een wezen zonder hoofd, maar met scherpe klauwen, zes borsten en een fallus, staat op zijn achterbenen klaar om te springen. Het is een soort sfinx met een magische aantrekkingskracht. Het werk van Bourgeois heet „Nature Study“ en is een zelfportret. Zeven jaar later maakte ze „Mamelles“, een landschap van uiers, zoals ze het zelf beschreef. De bezoeker wordt ertoe verleid het te betasten. Bourgeois speelt met een abstracte zinnelijkheid. Het is een erotische geladenheid die ook een komische kant heeft.

Ook de surrealist Hans Bellmer (1902–1975) had een zwak voor veelborstigheid en fallussen, maar luchtig is dat bij hem nooit. Het is eerder bezetenheid. Het dubbele geslacht is bij hem eerder een poging om erotische fantasieën in toom te houden. „La Toupie“ bijvoorbeeld is een kegel bestaande uit borsten die zich als een tol naar beneden toe verjongen. De tol lijkt in je verbeelding te draaien. Je ziet geen lust, enkel geweld.

Bourgeois en Bellmer hebben elkaar nooit ontmoet en toch vertonen hun werken veel parallellen. Het zilverglanzende Bellmerobjekt „Die Puppe (Rumpf)“ in de inkomhal had net zo goed een werk van Bourgeois kunnen zijn. De gewrichten aan de dijen van het dubbelwezen, dat verder enkel uit een buik en twee schoten bestaat, lijken op borsten, maar ook op een zitvlak en soms zelfs op teelballen. Op een beroemde foto van Mapplethorpe staat Bourgeois met een brede grijns een reusachtige penis onder de arm. Een afgietsel van dit werk bevindt zich ook in de tentoonstelling. Wie goed kijkt, ontdekt tussen de teelballen een vagina. Niets is wat het lijkt.

Bellmer emigreerde in 1938 onder druk van het nationaalsocialisme van Berlijn naar Parijs, nadat de surrealisten foto’s van een door hem geconstrueerde pop hadden gepubliceerd in hun tijdschrift „Minotaure“. De Duitse Bellmer had de Parijse Bourgeois gemakkelijk kunnen ontmoeten. Ze woonde er boven de galerie van Breton. Maar ondanks de parallellen hadden ze waarschijnlijk toch niet precies geweten wat ze met elkaar moesten aanvangen. Bellmer creëerde een alternatieve wereld, terwijl Bourgeois veel meer in de realiteit stond.

Wie oversekst buitenkomt, kan nog met hetzelfde ticket het vlakbij gelegen Berggruenmuseum bezoeken met vooral werken van Picasso, Klee en Matisse. Wie weer de natuur wil induiken kan de straat oversteken en verdwalen in het kasteelpark van Charlottenburg, met of zonder schaamte.

Tien Jaar Tate Modern

Deze week viert Tate Modern zijn tienjarig bestaan. Als kunstliefhebber en Londenaar, heb ik elk moment van die eerste tien jaar heel bewust meegemaakt. Tate Modern (zonder ‘the’ ervoor !) landde in 1999 in hartje London als een soort buitenaards spaceship. Dit reusachtige gebouw aan de Thames, een voormalige elektriciteitscentrale, werd het nieuwe huis voor de moderne collectie van de prestigieuze Tate Britain en meteen ook Londen’s eerste publieke museum voor moderne kunst. Maar waarom hebben we er zo lang moeten op wachten ?

Begin jaren negentig lanceerde marketinggoeroe Charles Saatchi het fenomeen “Brit art”. Met zijn gedurfde visie en welgevulde portemonnee kocht hij het werk van de net afgestudeerde Young British Artists van de Londonse kunstscholen (de YBA’s zoals ze hier genoemd worden). Denk maar aan de welbekende opgezette haai van Damien Hirst of het  onopgemaakte bed van Tracey Emin. De choquerende en sensationele kunst van deze jonge artiesten was in een klap honderdduizenden ponden waard en werd door alle kranten en zelfs door de Engelse roddelblaadjes opgepikt. Hun kunst werd tentoongesteld in Saatchi’s commerciële galerie, in hippe galeries zoals de White Cube in Shoreditch en op de jaarlijkse Freeze expo’s. Deze expo’s werden tijdelijk opgericht in Regent’s Park. Ik heb er destijds zelf uren aangeschoven voor een glaasje champagne en een glimp van de nieuwe beroemdheden en hun entourage van rocksterren and modellen.

Moderne kunst was plots supercool en als jonge Londenaar vond ik deze nieuwe beweging erg intrigerend. Maar het bleef uiteindelijk een vrij elitair gebeuren – de kunst was enkel beschikbaar voor wie het zich kon veroorloven en de hipste galerie wist te vinden.  De nood aan een museum van moderne kunst waar deze werken toegankelijk zouden zijn voor iedereen – een Londonse versie van het Centre Pompidou, zeg maar – werd alsmaar dringender.

Maar toen de Queen in de reusachtige turbinehal van de Tate het lintje doorknipte, waren de opinies van de Londenaars erg verdeeld. Veel kunstliefhebbers vroegen zich af hoe een gebouw met zulke reusachtige proporties een intieme kunstervaring kon aanbieden. Ze waren gewend aan kleine, trendy galeries en secret happenings. Het leek een waanzinnig onderneming en niet iedereen raakte overtuigd door het gebouw met de proporties van een shoppingcenter.

We zijn nu tien jaar later en de wereldwijde populariteit van het museum heeft zelfs de verwachtingen van directeur Nicholas Serota overtroffen. Het museum krijgt jaarlijks vijf miljoen bezoekers over zijn betonnen vloer, wat meer is dan bij om het even welk ander museum in de wereld. De ruwe, spectaculaire architectuur – op zich al een bezoekje waard – draagt hieraan bij. Maar er is meer.

De permanente collecties die je gratis kan bezoeken zijn op een revolutionaire manier samengesteld. Zo worden Claude Monets Waterlelies naast een vroege Jackson Pollock gehangen onder de ironische titel “abstract impressionisme”. Overal in het museum is er de mogelijkheid om commentaar achter te laten of even te  gaan zitten in een gezellig hoekje. Je wordt uitgenodigd op je gevoel af te gaan, zelf inzicht te verwerven zonder terug te moeten vallen op een encyclopedische kennis van de kunstgeschiedenis. Tate is erin geslaagd de misvatting weg te nemen dat kunst enkel kan gesmaakt worden met de nodige achtergrondkennis. De uitnodigende slogan van de Tate vat het goed samen: “Look again, think again.”

Tate bezoeken is fun. Je komt binnen langs de grote turbinehal waar populaire en vaak gigantische kunstinstallaties erop gericht zijn iedereen meteen te betrekken bij het gebeuren. Ze worden dan ook gesmaakt door het brede publiek. Mijn favoriete installatie was de 55 meter lange roetsjbaan van Carsten Höller uit 2006, een glijbaan die vertrok van het vijfde verdiep tot helemaal beneden. Ik heb mijn afvaart destijds weken op voorhand moeten boeken gezien het enorme succes. Daarnaast was er The Weather Project uit 2003, een mistige artificiële zonsondergang van de Deense artiest Olafur Eliasson, die bezoekers liggend op de grond konden bewonderen.
Anish Kapoors reusachtig rood Marsyas sculptuur uit 2002 zweefde prachtig in de metale structuur en de meer recente crack in de vloer, ‘Shibboleth’, van Colombiaanse artiest Doris Salcedo heeft niet alleen op de Tate vloer, maar ook in mijn geheugen een permanent litteken achtergelaten.

Tate Modern presenteert kunst waar je als kijker zelf deel van uitmaakt, en de interpretatie wordt belangrijker dan het object zelf. Het grote verschil met de traditionele musea, waar je met de handen achter de rug naar een werk staart, is dat je in Tate Modern de kunst niet alleen mag aanraken, maar dat je zelfs uitgenodigd wordt om er iets mee te doen. Dat is de sleutel van het succes van Tate, en ik kan iedereen een bezoekje aanraden – zeker nu Tate uitbreidt met een serie olietankers die nog meer kunst zullen uitspuiten in de toekomst!

Rimbaudmania

Het Salon International Du Livre Ancien dat jaarlijks in  het Grand Palais georganiseerd wordt, is nu niet  meteen een grote publiekstrekker. Ware het niet dat twee bibliofielen er dit jaar een foto voorstelden die in de Franse literaire kringen voor consternatie zorgde. Een foto van Rimbaud.

Rimbaud, de illustere poëet die op z’n 17de al z’n magnum opus schreef en na een tumultueuze relatie met die andere grote uit de Franse literatuur, Verlaine, een anoniem bestaan als wereldreiziger ging leiden tot z’n prille dood op 37 jarige leeftijd.

Van Picasso tot Patti Smith, Rimbaud, inspireert sinds jaar en dag artiesten in elke genre.

Tot nu toe waren er slechts enkele foto’s van de meester beschikbaar: een schimachtige foto van vlak voor z’n dood, en een foto waarin Carjat hem vereeuwigde op 17-jarige leeftijd. Het beeld dat in het collectieve geheugen gegrift staat, is die onscherpe foto van een mooie jongeling, die ietwat verdwaasd van de camera wegkijkt. Een beeld dat eindeloos geromantiseerd en geportretteerd is in schilderijen en sculpturen, in strips en graffiti.

De nieuwe foto van Rimbaud op volwassen leeftijd doorbreekt de mythe rond de man, zorgt voor uitgebreide coverage in de pers en duizenden extra bezoekers op het Salon.

Toeval of niet, voor de poëtische zielen onder ons loopt er momenteel een kleine maar fijne expo, in de rue Mahler in de Marais (naast één van de underground winkels van l’Eclaireur). De tentoonstelling geeft een mooi overzicht van hoe de icoon verweven is in allerlei kunstvormen én hoe gecommercialiseerd de man en z’n beeltenis is.

Rimbauds meest bejubelde gedicht, Le Bateau Ivre (het dronken schip), handelt over een schip dat geteisterd wordt in een storm. Het motto van Parijs, Fluctuat nec Mergitur, wat zoveel betekent als “Het wordt heen en weer gegooid door de golven maar zinkt niet”, sluit prachtig aan bij deze parel van de Franse literatuur. Reden te meer om in tijden van politiek en economisch tumult Rimbauds werk te gaan herlezen.